Column

Twee weken geleden werd mijn wesp-op-wielen gejat

Het stalen ros kende nog nooit zo veel verschijningsvormen: leve onze nieuwe fietsmerken.

null Beeld .
Beeld .

De laatste keer dat ik een nieuwe fiets kocht, was ik 14. Je kon kiezen uit een groene Union, een bruine Gazelle of een blauwe Batavus. Daarna altijd tweedehandsjes gereden. Twee weken geleden werd mijn wesp-op-wielen gejat: een zwart met geel gestreepte herenfiets. Op grote afstand herkenbaar, want ik vergeet altijd waar ik 'm neerzet. De dief maakte daar kennelijk geen probleem van, met een kwastje zwart gaat-ie zo weer op in de grijze massa. Alhoewel, zo grijs is die massa niet meer.

Het begon rond 2000 toen de Long John, een tweewielige bakfiets uit 1900, werd getransformeerd tot een 21ste-eeuwse Hollandse familietransporter: de Cargobike. Sindsdien is er een gestage stroom nieuwe fietsmerken. Hun marketingstrategie is simpel. Een eigen filosofie, sprekend design en/of technische innovatie. Voor surfers en Elvisfans biedt Johnny Loco beachcruiser-achtige uitvindsels. VanMoof bedacht een superstrakke stadsfiets van aluminium, waar voor- en achterlicht in de bovenste framebuis zitten. BRIK verving de ketting door een fraaie cardanas. Het sympathieke Roetz recyclet frames in een sociale werkplaats, incluis handvatten van kurk en FSC-houten spatborden. Dan hebben we nog de Blackstar Bamboo, met een frame van ijzersterk Ghanees bamboe en designwinnaar Sandwichbike, een houten IKEA-bouwpakket op wielen.

De oude merken proberen het bij te benen. Lastig, want fietsenbouwers werden in de jaren tachtig vervangen door managers die met een kaasschaaf fietsen gingen maken. Eén keer hoesten en het chroom lag eraf, trapnaven met kiezels in plaats van rvs-kogellagers en het cheapo frame maakte van elk model een potentiële vouwfiets. Net op tijd gingen ze weer hun best doen. Sparta introduceerde de retrotransportfiets met dubbele bovenstangen en rekje voor. Batavus kwam met de Personal Bike, waar 's werelds grootste framenummer op gelast werd. Union heeft, met een scheef oog naar VanMoof, een serie stadsfietsen ontwikkeld. Ook Gazelle probeert met hun 'Van Stael' serie naar hipsters te hengelen. Cortina gaat nog verder en voert de slogan: Fietsen is Fashion.

Gelukkig is er ookeen jonge rijwielfabriek met een retrofilosofie: ouderwets degelijke fietsen bouwen. Ze heet Azor, Spaans voor havik. Ook hun site stamt uit de vorige eeuw, dat maakt ze geruststellend authentiek. Directeur Rijkeboer rost online twee gelakte voorvorken tegen elkaar: 'Kijk, d'r zitten deuken in maar alle lak zit er nog op.' Alles is degelijk gemaakt, van abdijframe tot Eiffeltorenframe. Ik viel als een blok voor hun kruisframe. Mooi en sterk. Daar gaan generaties fietsendieven nog plezier van hebben.

Mijn wespfiets zal ik missen, hoewel die bij nader inzien niet zo uniek was. Vorig jaar fietste er opeens een meisje naast me, ervan overtuigd dat ik de fiets van haar vriendin had gestolen. Ze weigerde in mijn onschuld te geloven, totdat ze na twee lange kilometers vol verwijten riep: 'O shit, sorry, jij hebt een hérenwespfiets.' Daarom een dringend verzoek aan alle toekomstige Azor-kruisframebezitters: spuit je fiets niet in RAL 7033 cementgrijs, alsjeblieft. Die is van mij.

Meer over