Twee waarheden over één zaak

De nieuwskrant en de bijlage het Vervolg van twee weken geleden hadden grote verhalen over de manier waarop de verkiezing tot stand was gekomen van een PvdA-lijsttrekker voor het nieuw te vormen Amsterdamse stadsdeel Nieuw-West....

Uit nieuws en reconstructie kwam een beeld naar voren van gesjoemel met stemmen, geknoei, ronselpraktijken en meer van zulke weinig fraaie zaken.

Uiteindelijk won niet de favoriet van de partijbonzen Ahmed Marcouch het lijsttrekkerschap, maar zijn tegenstrever Ahmed Baâdoud. De argeloze lezer van de reconstructie kon na afloop maar één conclusie trekken: de club rond Baâdoud heeft onzuiver spel gespeeld. Of de uiteindelijke winnaar van de strijd zelf wist dat er stemmen werden geronseld in de Marokkaanse gemeenschap, liet de reconstructie in het midden.

Baâdoud kwam niet aan het woord en er stond ook geen weerwoord van hem in het artikel.

Het was toch al een artikel dat van de lezer veel vertrouwen in de journalist vroeg. Er kwam niemand met naam en toenaam in voor, althans niet als bron. Slechts één bron was voor mij na enig gepuzzel te achterhalen. Ahmed Marcouch moet de verslaggever te woord hebben gestaan, want anders had in het stuk nooit een e-mail terecht kunnen komen die Marcouch had ontvangen.

Dat Baâdoud geen weerwoord kon geven, lag niet aan de redactie. De verslaggever heeft het artikel maandag voor publicatie ter inzage naar hem opgestuurd en gevraagd om een reactie. Maar Baâdoud wilde niet met hem praten. Aan de eis van hoor en wederhoor is in dit geval dus netjes en ruimschoots voldaan.

De anonieme bronnen liggen wat moeilijker. In een reconstructie waarin zoveel aantijgingen voorkomen, verwacht je als lezer toch wel enige duiding van de gebruikte bronnen. Alleen melden dat je betrokkenen hebt gesproken, is een beetje dun. Deze week werd me duidelijk dat de verslaggever zes bronnen – onafhankelijk van elkaar - uit de Marokkaanse gemeenschap heeft gesproken en vier uit de PvdA.

Het nieuws en de reconstructie kwamen in de krant aan de vooravond van een rapport van de PvdA over dezelfde lijsttrekkerverkiezing. De conclusies daarvan stonden donderdags in de krant. Er is niets onoorbaars gebeurd, er is niet geknoeid met stemlijsten en de verkiezing was rechtmatig, aldus grof samengevat het eindoordeel van die commissie.

De krant meldde de conclusies en voegde er nog wel aan toe dat de commissie alleen met bestuurders had gesproken en geen reconstructie van minuut tot minuut had gemaakt.

Het was dit bericht dat de meeste vragen bij me opriep. Zat de krant dan fout met de reconstructie? En als dat niet zo was, waarom dan de onderzoeksresultaten zonder enige duiding of weerwoord afdrukken? Je wekt daarmee toch de schijn dat je je werk niet goed hebt gedaan. En als dat zo is, had er dan niet gerectificeerd moeten worden? Geachte lezer, wij hadden kennelijk de verkeerde bronnen.

Volgens de verslaggever heeft hij de onderzoeksresultaten zonder reactie gepubliceerd omdat hij niet gelijkhebberig wilde overkomen. Hij staat nog steeds achter zijn verhaal en denkt dat de mensen die hij heeft gesproken, dichter op de gang van zaken zaten dan de bestuurders die de onderzoekers hebben gesproken.

Vrij vertaald door mij zegt hij dan: het kan zijn dat Baâdoud van niets wist en dat ook tegen de onderzoekscommissie heeft gezegd, maar dat wil niet zeggen dat mensen uit zijn omgeving zich niet buiten zijn medeweten aan ronselen hebben schuldig gemaakt.

Ik ken de verslaggever als een integer mens en heb geen reden aan zijn feitenweergave te twijfelen, maar als lezer voel ik me door dit tweede stuk het bos in gestuurd. Het is alsof de redactie zegt: zoek het maar uit, kijk maar wie je gelooft. Dat kan nooit de functie van de krant zijn.

Als je het al nodig vindt om een lokale rel binnen één partij en ook nog eens binnen een stadsdeel zo groot als Amersfoort tot nationaal nieuws te verheffen, zorg dan in ieder geval dat je alle eindjes netjes afhecht.

In dit geval had dat heel handig gekund door eerst het onderzoeksrapport af te wachten en de conclusies te publiceren en pas daarna met de eigen reconstructie te komen. Dan had daarin uitgelegd kunnen worden hoe de discrepantie kon ontstaan tussen de reconstructie van de krant en de conclusies van de onderzoekscommissie. Het had aan het eindresultaat niets afgedaan, maar het had mij als lezer met een geruster gevoel achtergelaten.

De lezer heeft er recht op om te zien hoe de feiten zijn en gewogen moeten worden. Nu had de onderzoekscommissie het laatste woord, terwijl ik het gevoel houd dat de krant het beter wist.

Meer over