Analyse

Twee verwaarloosde beren uit Oekraïne krijgen nieuw leven in Nederland: goed idee?

Het berenbos in het Ouwehands Dierenpark.  Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Het berenbos in het Ouwehands Dierenpark.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Twee getraumatiseerde Oekraïense beren gaan deze week op transport naar Nederland, waar ze ondergebracht zullen worden in het Ouwehands Dierenpark in Rhenen. Alleen: zijn ze na alle ontberingen wel in staat een nieuw leven op te bouwen?

Irene de Zwaan

Malysh (7) en Ljalja (26) weten het zelf nog niet, maar aan hun erbarmelijke bestaan in een Oekraïense speeltuin komt zeer binnenkort een einde. Als alles volgens plan loopt, zullen de twee bruine beren vrijdag arriveren in het Ouwehands Dierenpark in Rhenen.

Daar wacht ze, na een verplichte quarantaine van een maand, een warm welkom in het Berenbos: een twee hectare groot natuurgebied met een vijver, een waterval en diverse holen om in winterstand te gaan. In het gebied verblijven nu al zeven andere ‘afgedankte’ beren, met een verleden als circusdier of potentiële jachttrofee.

‘De eerste keer dat deze beren gras onder hun poten voelen, is echt een heel mooi gezicht’, zegt Ingrid Vermeulen, directeur van Bears in Mind, een stichting die wereldwijd beren in nood helpt en de aanstaande verhuizing van Malysh en Ljalja op zich neemt.

Kleine kooi

De beren, zo vertelt Vermeulen vanaf Schiphol (waar haar vliegtuig naar Oekraïne elk moment kan vertrekken) waren er slecht aan toe toen in 2019 via een lokale projectpartner de eerste melding binnenkwam. Die had de dieren opgemerkt in een speeltuin in de zuidoostelijke plaats Zaporizja, waar ze ter vermaak waren ondergebracht in een kleine, vieze kooi.

Dagelijks keken kinderen van achter het betonnen gaaswerk toe hoe de beren werden gevoederd met bedorven afvalvoer. ‘Het respect voor dieren is daar een stuk minder dan in Nederland’, zegt Vermeulen, ‘dus kinderen prikten geregeld met een stok door het hek om te kijken wat er gebeurde.’

Een crowdfundingsactie om de beren naar Nederland te halen, leverde 70 duizend euro op – veel meer dan de 50 duizend euro die nodig was. Het toont de betrokkenheid die mensen voelen als het gaat om dierenwelzijn. Tegelijkertijd dringt zich wel de vraag op of dieren na een traumatisch leven achter tralies nog wel in staat zullen zijn een waardig nieuw bestaan op te bouwen.

Datzelfde kun je je bijvoorbeeld afvragen bij Tsezar: de 11-jarige tijger die afgelopen vrijdag werd binnengebracht bij Felida, een opvangcentrum in Friesland voor grote katachtigen. Felida is onderdeel van de internationale dierenwelzijnsorganisatie Vier Voeters, die wereldwijd dertien reservaten runt, waaronder een aantal ‘berenwouden’.

De eveneens uit Oekraïne afkomstige Tsezar sleet zijn dagen in een kooi in een privéclub in Kiev. Net zoals bij de beren Malysh en Ljalja het geval is, waren zijn natuurlijke eigenschappen jarenlang onderdrukt. Maak je deze dieren gelukkiger (of beter gezegd: minder ongelukkig) door ze over te plaatsen naar een weliswaar veel betere, maar totaal onbekende omgeving?

Nieuwe sensaties

Het is het proberen waard, luidt het samenvattende antwoord van gedragsbioloog Diederik van Liere, oprichter van het Institute for Coexistence with Wildlife. Veel hangt volgens hem af van de leeftijd waarop een dier in een hok is beland. ‘Als een beer een of twee jaar bij een moederdier is verbleven, dan heeft hij voldoende ervaring opgedaan om zijn leefomgeving te begrijpen. Zelfs op latere leeftijd zal het dier hier nog herinneringen aan hebben.’

Mocht dit niet het geval zijn, dan zal er meer inspanning nodig zijn om een dier te laten wennen aan een nieuwe situatie. Maar onmogelijk is dit niet, stelt Van Liere. ‘Een dier dat gedoseerd kan wennen aan een nieuwe omgeving, zal al gravend en knauwend nieuwe sensaties ontdekken waarover het controle kan krijgen. Daar zal het ook steeds meer lol en plezier aan beleven.’

Simone Schuls, manager van Felida in Friesland, kan dat beamen. De grote katachtigen die in het opvangcentrum binnenkomen, hebben stuk voor stuk fysieke en mentale problemen. ‘Door de verveling en frustraties die ze hebben doorgemaakt, hebben ze stereotiep gedrag ontwikkeld’, zegt ze. ‘Dat kan variëren van heen en weer lopen tot automutilatie.’

De ervaring van Schuls leert dat de dieren met de juiste specialistische hulp weer flink opgelapt kunnen worden. ‘Langzamerhand doen ze dingen die bij natuurlijk gedrag horen, zoals een bal najagen. Ze beginnen zich te wassen en krijgen meer zelfvertrouwen.’

Twee 'afgedankte' beren die al eerder zijn ondergebracht in het Berenbos in Rhenen. Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant
Twee 'afgedankte' beren die al eerder zijn ondergebracht in het Berenbos in Rhenen.Beeld Marcel van den Bergh / de Volkskrant

Het hoogst haalbare doel voor Felida is het overhevelen van de dieren naar een reservaat in Zuid-Afrika. ‘Dat is al bij vijftien dieren gelukt’, zegt Schuls, met onverholen trots.

Sommige dieren zijn volgens haar juist beter af in het opvangcentrum Friesland, waar ze met een behandelplan ‘gefinetuned’ kunnen worden. En heel soms is een spuitje onvermijdelijk. ‘Als ze ondraaglijk lijden, dan houdt het op. Dat is ook een belangrijk onderdeel van zorg verlenen.’

Knop omzetten

Aan die optie moet Ingrid Vermeulen van Bears in Mind voorlopig niet denken. Haar aandacht concentreert zich volledig op het reddingsplan voor Malysh en Ljalja. Nog even, en ze zal de beren - die ze vooralsnog alleen van beeldmateriaal kent - ontmoeten. Het transport, dat met een kleine vrachtwagen zal plaatsvinden, roept de nodige spanning op. ‘De douane in Oekraïne staat niet bepaald bekend als makkelijk’, zegt Vermeulen.

De naar schatting veertigurige reis zal stressvol zijn voor de beren, beaamt Vermeulen. Toch heeft ze er alle vertrouwen in dat ze in Rhenen zullen aarden. ‘Er zal tijd overheen gaan voordat de beren hun natuurlijke gedrag weer terugkrijgen. Maar het bewonderenswaardige is dat beren heel goed een knop om kunnen zetten.’

De Oekraïense tijger Tsjezar biedt wat dat betreft hoop. Nadat hij vrijdag zwaar gestrest en lusteloos bij het Friese Felida werd binnengebracht, gaat het volgens manager Simone Schuls inmiddels een stuk beter met hem. ‘We hebben in het verblijf een hangmat van brandweerslangen, en daar lag hij gisteren voor het eerst in. Op zijn rug, met de poten omhoog. Hij durfde zich helemaal over te geven aan de ontspanning.’

Meer over