Twee magistrale Prokofjev-uitvoeringen

Een paar jaar geleden leek de Hongaar IvFischer (52) een van de mogelijke opvolgers van Riccardo Chailly als chefdirigent van het Concertgebouworkest....

Aan zijn belangstelling zal het niet liggen: 'Van de internationale toporkesten heeft het Concertgebouworkest het grootste aanpassingsvermogen,' laat hij optekenenin het programmablad. En wendbaarheid is een kwaliteit die Fischer hoog acht. Het was twintig jaar geleden zelfs zijn voornaamste motief om het Boedapest Festival Orkest op te richten: de levendigheid van kamermuziekuitvoeringen in orkestvorm te gieten.

Een overtuigender sollicitatie vormde het optreden dat Fischer afgelopen vrijdag met het orkest gaf met name de eerste helft ervan.

In twee magistrale Prokofjevuitvoeringen toonde hij zich een complete dirigent: eigentijds in het scherpe uitlichten van tempoen dynamiekcontrasten (de soms vederlicht opgevatte Klassieke Symfonie was bij Fischer strak en opwindend), en tegelijkertijd diep invoelend, wat in nauwe samenspraakmet het orkest een warme, intense en soms ook wonderbaarlijk ontspannen klank opleverde.

In het Tweede Pianoconcert had Fischer een uitstekende partner in Boris Berezovsky (34), de Amsterdamse Rus die in 1990 het Tsjaikovsky Concours won en in 2001 debuteerde bij het Concertgebouworkest.

Ondanks de onderkoelde indruk die Berezovsky wekt, wist ook hij de schrille contrasten van dit stuk leven in te blazen: trage lyriek voorzag hij van een zo grote weekheid dat het indrukwekkend was, dansante passages kregen een in-gemeen randje en stevige akkoorden klonken onder zijn grote handen zonodig als duivels gebeuk.

Overigens is de zwaargebouwde Berezovsky een van de weinigen die de traditionele beklimming van de lange Concertgebouwtrap versmaadt: hij laat zich vlak voor de eerste trede al door het publiek terugroepen.

Jammer genoeg bleek de opbouw van het programma, waarin Fischer zijn twee favoriete Slavische componisten had verenigd, niet ideaal. Na de pauze stak Dvor tragisch-romantische Zevende Symfonie ongunstig af bij het voorafgaande spektakel: de subtiliteit klonk nogal eenvormig, de ingetogenheid eerder vlak en het meeslepende gevoel loodzwaar.

Dat de noodzakelijke, naar binnen gerichte gemoedsbeweging ook voor het publiek niet meeviel, bleek uit het applaus: dat was beduidend minder warm dan voor de pauze.

Meer over