Column

Twee gitaarmannetjes met hun soepje

Aan tafel met twee mannen die wachten op hun bord soep. Dan verschijnt de serveerster.

Nico Dijkshoorn

Maar even iets heel anders. Ik zat donderdag met twee gelouterde rock-'n-rollbeesten in een restaurant. Allebei hadden ze al drie keer door Nederland getoerd, ze hadden avondenlang naar het gelul van de kroegeigenaar moeten luisteren en ze kenden allebei Naakte Cindy uit Montfoort.

Ze zaten naast elkaar en bestelden soep. Een verrassende keuze. Ooit was ik uit eten met Denvis, de zanger van The Spades, die in een half uur tijd, vlak naast mij, het Nederlands record onbeperkt spareribs eten vestigde. Nu zat ik tegenover twee mannen die op een bord soep zaten te wachten.

De linker, laten wij hem T. noemen, had oosterse soep besteld. De rechter, luisterend naar de naam E., vissoep. Ik vroeg of zij zich op de soep verheugden. Ja, enorm. T. zei: 'Ik heb er een voorgerecht naast besteld. Gefrituurde geitenkaasballetjes. Die hebben een korstje. Dan bijt je en dan: krak. Eerst hard en dan die zachte kaas. Vind ik lekker.'

'Als een kaassoufflé', zei ik. Nee, dat was anders. Die zei geen krak. Daarna hadden we het even over de vissoep van E. Hij verwachtte er veel van. 'Deze stad ligt dicht bij het water.' 'Wat hoop je dat er allemaal in zit, qua vis?', vroeg ik hem. Dat maakte hem niet uit. Als het maar vers was. Kokkeltjes zou hij wel apart vinden. 'Krak', zei ik.

Daarna waren de woorden op. Beide mannen keken uit het raam. Er passeerde een fietser met een klein hondje op zijn schouder. Ik hoorde de mannen allebei even heel zachtjes kreunen, als katten voor een raam. Na tien minuten verscheen de serveerster met een rijdende tafel. Ze zette twee diepe borden neer, gevuld met groenten en stukjes onbestemde vis, en goot daarna, vanuit een schattig koperen theepotje, de bouillon in het bord. E. kreeg er nog wat room doorheen, want het was een vissoep.

De tafel werd weer weggerold. Daar zaten ze, achter een bord met identieke bouillon. 'Ze schonk het uit een potje', zei T. 'Ja, ik zag het', zei E. Daar was de serveerster weer. Ze zette de geitenkaasballetjes naast het bord van T. We hoefden niet te tellen. Dit was oogopslagwerk. Vier waren het er. Met een takje peterselie in het midden.

Ik dacht: zal ik ze nu vragen naar die ene keer dat ze met Naakte Cindy in een oud ketelhuis terechtkwamen, met alle gevolgen van dien. Het leek me een goed moment. Ze namen tegelijkertijd een lepel soep. T. keek naar E. 'Zout. Die van jou ook?' E. bevestigde dit. 'Zout. Heel zout.' Nogmaals namen ze een lepel soep. Prachtig om naar te kijken, die twee synchroon bewegende gitaarmannetjes met hun soepje. Het leek op schoonzwemmen, maar dan zonder knijper op je neus.

Weer keken ze elkaar aan. 'Te zout', zei E. 'Veel te zout. Laat eens proeven.' Ze proefden van elkaars soep. 'Die van mij is zouter', zei T. 'Jij hebt nog room erdoor.' 'Zei mijn vrouw vannacht ook', zei ik. Daar reageerden ze niet op. Weer namen ze een lepel soep: 'Het lijkt alsof hij zouter is geworden.'

Daarna gebeurde het onverwachte. Ze stuurden hun soep terug. 'Te zout. Vinden we allebei dus dan is het zo.' Allebei aten ze twee geitenkaasballetjes. Een kwartier later speelden ze het nummer Assburner Cumlicker.

Meer over