Weblog

Twee eeuwen presidentsverkiezingen: het belang van een 'post-convention bump'

De eerste week na de conventies van de Republikeinen en Democraten is een belangrijke piketpaal in de Amerikaanse verkiezingsrace naar het Witte Huis. Paul Brill schrijft in zijn eerste historische terugblik op twee eeuwen Amerikaanse presidentsverkiezingen over de winst van Clinton, de hoop van McCain en de desatreuze Democratische conventie van 1972.

Barack Obama tijdens de Democratische conventieBeeld reuters

De Amerikaanse verkiezingscampagne kent mijlpalen en piketpaaltjes. De mijlpalen zijn de eerste voorverkiezingen in Iowa en New Hampshire, Super Tuesday, de partijconventies en de debatten. Die trekken de meeste aandacht. Maar de piketpaaltjes zijn soms nog saillanter. Zoals de eerste week na de conventies. Dan moet blijken of de zojuist genomineerde presidentskandidaten zich mogen verheugen in een zogeheten post-convention bump. Dat wil zeggen: hebben de partijconventies en hun eigen optreden daar zodanig tot de verbeelding gesproken dat ze in de peilingen een sprong (of tenminste een sprongetje) vooruit maken?

Romney
Jammer maar helaas voor Mitt Romney: er heeft zich na zijn nominatie in Tampa geen merkbare post-convention bump voorgedaan. Daarentegen heeft de Democratische conventie in Charlotte, een week later, wel enig voordeel opgeleverd voor Barack Obama. Stonden Obama en Romney medio augustus nog op gelijke hoogte in de meeste landelijke peilingen, nu heeft de president een voorsprong van 2 tot 6 punten genomen.

Voor zover de Amerikanen aandacht hebben besteed aan de twee partijconventies - hun aantal mag beslist niet worden overschat - heeft het evenement in Charlotte meer indruk gemaakt dan dat in Tampa. Dat blijkt ook uit een gericht onderzoek van bureau Gallup. Vooral over de rede van oud-president Bill Clinton waren de ondervraagden te spreken: goed tot uitmuntend, oordeelde 56 procent. Obama's optreden kreeg ook hogere cijfers dan dat van Romney een week eerder. Over Obama's toespraak oordeelde 43 procent van de Amerikanen gunstig, terwijl Romney bleef steken op 38 procent.

Niet onbelangrijk
Het zou verkeerd zijn om hieraan vergaande conclusies te verbinden, maar deze cijfers zijn niet onbelangrijk. De recente geschiedenis bewijst het. Drie keer namen presidentskandidaten na hun conventie een voorsprong, om die niet meer af te staan: George Bush senior in 1988, Bill Clinton in 1992 en George Bush junior in 2004. Eigenlijk hoort ook Al Gore in dit rijtje thuis: in 2000 kwam hij sterker uit de conventie dan Bush en won ook de popular vote - maar vanwege het kiesstelsel ging het presidentschap toch aan zijn neus voorbij.

Romney hoeft niet te wanhopen, want er zijn ook voorbeelden van het tegendeel. Jimmy Carter nam na de conventie in 1980 een kleine voorsprong op Ronald Reagan, maar hun debat in oktober luidde een ommekeer in. Vier jaar geleden steeg John McCain 5 punten in de eerste peilingen na de Republikeinse conventie. De vreugde duurde kort: een week later was de winst alweer verdampt.

Futloos
Het kan altijd erger. De Republikeinse conventie van 1968, waar Richard Nixon op het schild werd geheven, was een futloze aangelegenheid. Maar de Democraten maakten vervolgens zo'n puinhoop van hun conventie in Chicago, compleet met rellen in de stad, dat Nixon toch met een riante voorsprong de finale inging. Vier jaar later hadden de Democraten wederom een desastreuze conventie, die hun kandidaat George McGovern zelfs een terugval in de peilingen opleverde.

Het werd de opmaat naar een van de grootste Democratische nederlagen in de geschiedenis. McGovern was een achtenswaardig man, die hoopte de rebellerende jonge generatie aan zich te kunnen binden. Maar hij was veel te links voor de modale kiezer en totaal niet opgewassen tegen de gewiekste Nixon. Maanden later zou hij ruiterlijk toegeven dat hij een kansloze campagne had gevoerd. 'We hebben, zoals beloofd, de deuren van de Democratische partij wijd opengezet - en twintig miljoen Democratische kiezers zijn weggelopen.'

Barack Obama tijdens de Democratische conventieBeeld reuters
Mitt Romney op de Republikeinse conventieBeeld reuters


Paul Brill is buitenlandcommentator voor de Volkskrant, en volgt de Amerikaanse politiek al zo'n veertig jaar. Hij schreef een boek over de Amerikaanse presidentsverkiezingen: 1600 Pennsylvania Avenue, dat onder andere hier te bestellen is. Speciaal voor Volkskrant.nl duikt hij elke week in de twee eeuwen historie van de Amerikaanse presidentsverkiezingen.

Meer over