INTERVIEWCORONACRISIS

Twee Brabantse artsen over hun strijd tegen corona: ‘Ik zag de angst in zijn ogen: doe iets, red me’

Een coronapatiënt wordt verplaatst in het Amphia-ziekenhuis in Breda.Beeld Robin Utrecht / ANP

Artsen in Brabantse ziekenhuizen strijden met man en macht voor de coronapatiënten die zij binnen zien komen. Een spoedeisendehulparts en een intensivist vertellen. ‘Deze ziekte is zo onvoorspelbaar.’

‘Ik zag de angst in zijn ogen: doe iets, red me’

Spoedeisendehulparts Nathalie Ververs (42) werkt in het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven:

 ‘Bij de patiënten die binnenkomen op de Spoedeisende Hulp zie ik hoe bang ze zijn. Ze kennen allemaal de beelden uit Italië. Dat is het schrikbeeld. Sommige mensen vragen aan me: ga ik dood? Ik ben altijd eerlijk. Ik zeg het wanneer ik me ernstig zorgen maak om iemand. Maar ik zeg ook dat ik geen glazen bol heb. En dat ik alles zal geven wat ik in me heb om iemand te redden.

‘In de afgelopen dagen heb ik een patiënt gehad die veel indruk op me heeft gemaakt. ’s Avonds heb ik zijn verhaal opgeschreven. De man was oud en keek me aan van achter zijn beademingsmasker. Ik zag de angst in zijn ogen. Alsof hij wilde zeggen: doe iets, red me. Het ging niet goed met hem. Ik zag een traan in zijn oog. Ik zag zijn adem stokken achter zijn masker.

‘Daarna kwamen ook mijn tranen. En die van mijn collega’s. Je kunt het over heftige ervaringen hebben en over hoe erg alles is. Maar als je iemand voor je ziet, dan maakt dat indruk.

‘Hier op de Spoedeisende Hulp is het een soort tweede familie, een tweede thuis. Als er zoiets gebeurt, dan zijn we hier ontzettend lief voor elkaar. Dit is een fantastische groep mensen. In deze tijden merk ik dat meer dan ooit. Het lastige is dat je elkaar niet aan mag raken. Maar in zo’n geval leggen we even de handschoenen op elkaar. Of je krijgt een hand op je schouder. We hebben een bedrijfsopvangteam waar we dan met elkaar kunnen gaan zitten, voordat je weer doormoet. Ik maak hier dagen van twaalf uur.

‘Ik werk al zestien jaar als arts op de spoedeisende hulp. Ik ben getraind om om te gaan met het leven en de dood. Normaal voer ik misschien één keer in de maand een moeilijk gesprek over de keuzes die een patiënt en zijn familie op dit gebied moeten maken. Bijvoorbeeld of iemand nog behandeld wil worden. In deze tijden van corona gebeurt dat meerdere keren op een dag. Sommige mensen met corona komen hier met een gedaald bewustzijn binnen. Soms beseft alleen het aanwezige familielid nog wat er gebeurt.

‘Als een patiënt met een gewone longontsteking heel erg ziek is en daardoor uitgeput is, kun je hem aan de beademing leggen tot de behandeling met antibiotica aanslaat. Maar het probleem is: er ís nog geen behandeling voor corona. Je kunt iemand wel op de ic leggen, maar je weet niet hoelang dat zal gaan duren. Doe je iemand dan meer kwaad dan goed? Sommige patiënten hebben daar zelf heel goed over nagedacht van tevoren, samen met hun huisarts. Sommigen zeggen: laat mij maar, het is goed zoals het is.

‘Patiënten die nu met een ‘verdenking’ van corona binnenkomen, mogen maar één familielid bij zich hebben. Die mag niet ziek zijn, om verdere verspreiding te voorkomen. Maar zodra dat we denken dat iemand in de stervensfase zit, zijn we daar soepeler in. Dan bellen we of er meer mensen komen. Niemand zou alleen moeten sterven. En niemand zou zijn opa of oma alleen moeten zien doodgaan. Wij zorgen daarvoor. Altijd. Niemand gaat hier alleen.

‘Deze ziekte is zo onvoorspelbaar, dit is echt nieuw. De ene dag denk je: het gaat goed met de patiënt, misschien kan hij wel naar huis. En de volgende dag kan er ineens een acute verslechtering komen. Dan ligt iemand ineens toch aan de beademing op de intensive care.

‘De patiënt die nog steeds op mijn netvlies staat, is de patiënt waar ik ineens bij werd geroepen door mijn collega. Zijn toestand was acuut verslechterd. Het moeilijke was dat de patiënt nog niet had kunnen nadenken over wat hij wilde aan het einde van zijn leven. Maar als dokters moeten wij op zo’n moment wel handelen. Dus dat doe je dan – naar eer en geweten. Je hebt dan twee keuzes. We brengen een beademingsbuisje in de keel óf we zorgen dat iemand geen angst, benauwdheid of pijn meer voelt, om zo te kunnen overlijden. Dat is heel indrukwekkend.

‘Daarom is mijn boodschap: mensen word wakker. Overal in Nederland: dit gaat naar jullie toekomen. Corona houdt niet op bij de grenzen van Brabant.

‘Deze ziekte verscheurt me. De mensen die in parken en op stranden samenkomen of mensen die stiekem hoestend toch nog even naar de supermarkt gaan – daar heb ik geen woorden voor. Denk daar alsjeblieft nog vijf keer over na. Ik heb mijn ouders en mijn schoonouders al vier weken niet gezien en ik heb ze verboden om naar buiten te gaan. Op straat spreek ik mensen aan over hun gebrek aan afstand. Sommigen roepen: ja, maar ik ben jong, ik wil gewoon even chillen.

‘Ik heb de beelden uit Italië en Spanje gezien, met de overvolle ic’s en de mensen op de grond. Ik weet dat er mensen zijn die denken: ja, dat is Italië. In ons ziekenhuis zal het er niet zo aan toegaan als daar. Dat klopt. Maar mijn verhaal – dat is de werkelijkheid. Ik ben gewoon een Brabantse dokter en ik maak dit mee. Ik denk niet dat de mensen in de ­Albert Heijn dit gaan meemaken, maar ze kunnen wel iets doen: afstand houden.’

Nathalie Ververs van het Catharina Ziekenhuis in Eindhoven.

‘Dit is een ander soort patiënt. Hij heeft heel veel zuurstofnood’

Anne Rutten (42), intensivist in het Elisabeth-TweeSteden Ziekenhuis in Tilburg: 

 ‘In het weekend zijn elf ­coronapatiënten uit­geplaatst. Maar als mensen te slecht zijn, verplaatsen we ze niet. Mensen die er het minst slecht aan toe zijn, worden verplaatst naar andere ziekenhuizen. Wij houden de zieksten over. Ik heb ook al één patiënt meegemaakt die is overleden. Dat is heel heftig. Want zijn partner is ook ziek en mocht niet langskomen om afscheid te nemen. Dan heb je noodgedwongen een slechtnieuwsgesprek via facetime.

‘Op deze locatie van het ETZ hebben we 34 beademingsbedden. Het is altijd hollen en stilstaan op de ic. Patiënten komen en gaan. Dat is nu nog meer het geval dan anders. We hebben gelukkig nog geen tekort aan beademingsbedden gehad. Het is wel drukker dan normaal, maar we krijgen ook hulp van andere collega’s. Anesthesisten helpen met het inbrengen van de buisjes voor de beademing. We draaien een pandemierooster. Niemand gaat met verlof of neemt vrije dagen op. Ik draai diensten van 8 tot 10 uur per dag. Het is drie dagen op, een dag vrij en weer drie dagen op.

‘Bijna allemaal hebben ze beademing via een buisje. Ze worden in slaap gehouden met een slaapmiddel. Mensen hebben geen pijn of angst. Ze liggen ook op de buik. De mensen die minder zware beademing nodig hebben, liggen op hun rug. Het is een gevecht van leven op dood. Maar dat zijn we gewend op de ic, dat is ons vak. Mensen overlijden op de ic. We hebben 80 duizend opnamen op Nederlandse ic’s per jaar. Daarvan komt 8 tot 10 procent te overlijden. We proberen de familie zo goed mogelijk te begeleiden en het voor de patiënt zo comfortabel mogelijk te maken.

‘Dit is wel een ander soort patiënt, met een ander ziektebeeld. Hij heeft heel veel zuurstofnood en dus zuurstofbehoefte. Dat wordt met best wel veel druk toegebracht. Met de beademing ondersteun je de patiënt. Zo koop ik tijd om het lichaam te laten herstellen. We controleren de nier- en leverfunctie – soms moet hij aan het dialyseapparaat. We zuigen slijm weg. Met een slangetje via de neus krijgen ze voeding. Soms is een voedingsbuis naar de twaalfvingerige darm nodig.

‘Meer kunnen we eigenlijk niet doen. Antibiotica kunnen we niet geven – bij veel andere patiënten zie je dan na 48 uur wel enig herstel. We geven coronapatiënten wel chloroquine, een antimalariamiddel, dat mogelijk het virus remt. Maar het is vooral de reactie van het lichaam op het virus dat mensen zo ziek maakt. Het is gewoon afwachten of iemand het redt.

‘Coronapatiënten liggen wel erg lang op de ic, twee tot drie weken. Bij de meeste andere ic-patiënten is dat maar enkele dagen. Op onze ic zijn nog geen coronapatiënten genezen. Maar dat komt ook doordat wie goed gaat, op transport is gegaan. Onze ­beste patiënten van de ic gaan naar andere ziekenhuizen, om plaats te maken voor nieuwe patiënten. Je hoopt natuurlijk wel dat iemand een keer echt beter gaat, het buisje van de beademing eruit kan en hij naar de gewone afdeling en daarna naar huis kan. Daar doe je het natuurlijk voor.

‘Iedereen ligt gescheiden van elkaar in eenpersoonskamers. Je ziet bij ons gelukkig geen ic-units met meerdere patiënten bij elkaar, zoals in Italië. We praten gewoon met de patiënten. Het doet er niet toe of ze ons horen – ik denk dat 95 procent niets hoort. ‘Dag Peter, ik ben dokter Rutten, ik ga even naar het hart luisteren’, zeg ik dan. We staan één familielid per patiënt toe, van 6 tot 8 uur ’s avonds. Die kan ook niet meer dan bij de patiënt zitten en zijn hand vasthouden of wat praten.

‘We kunnen het nu nog goed aan. Maar we moeten afwachten wat er later deze week gaat gebeuren, wanneer een grote toestroom van patiënten in Brabant wordt verwacht. Ik ben vandaag op de coronafdelingen geweest om te beoordelen wie er zo slecht aan toe is dat hij naar de ic moet. Maar soms is het beter om iemand, gezien zijn leeftijd en conditie, niet meer naar de ic door te sturen. Want drie weken aan de beademing is heel zwaar en kan geen haalbare kaart zijn. Die keuze moet je dan maken.

‘Coronapatiënten die naar de ic moeten, raken wel vaak in paniek door zo’n mededeling. Ze zijn benauwd en angstig. Ze vinden het heel spannend. Soms is het zo acuut dat er geen tijd meer is om de familie in te lichten of te laten komen. Met medicijnen proberen we patiënten dan rustiger te maken.

‘Sinds 2012 is bekend dat ic-patiënten ook post intensive care syndroom (pics) kunnen krijgen. Ze hebben lichamelijke klachten zoals moeheid en spierpijn, cognitieve of psychische klachten zoals ptss. Een ic-verblijf hakt er behoorlijk in. Vroeger zei de arts vrolijk: uw longontsteking is genezen, gefeliciteerd en veel geluk verder.

‘Tegenwoordig houden we ic-patiënten ook na hun verblijf in de gaten en organiseren we zelfs een ic-café voor lotgenoten. Zelfs als coronapatiënten genezen, moeten we maar afwachten wat ze er verder aan overhouden. Want wat zo’n lang ic-verblijf van twee tot drie weken met een mens doet, moeten we nog uitvinden.’

Intensivist Anne Rutten.

Covid-19 eist vooral de levens van de oudsten en de verzwakten. Is de longziekte een aandoening die, net als de griep, de al stervenden het laatste duwtje geeft?

Elke dag publiceren het RIVM, de ziekenhuizen, wereldgezondheidsorganisatie WHO en allerlei landen cijfers over de uitbraak van het coronavirus. Maar welke cijfers zijn belangrijk? En hoe moeten we ernaar kijken? We zetten de belangrijkste grafieken en kaarten op een rij.

De nieuwste ontwikkelingen rond het coronavirus leest u in het liveblog.

Heldere analyses, de laatste cijfers, vraag en antwoord, reportages en meer staan overzichtelijk bij elkaar in het dossier: volkskrant.nl/coronavirus

In Nederland stierven 12 op de miljoen mensen aan covid-19, in Italië 100 op de miljoen

Het aantal ziekenhuisopnames is de afgelopen 24 uur fors opgelopen, maar het aantal doden is lager dan een dag eerder. Dat blijkt uit de cijfers die de RIVM maandagmiddag bekend heeft gemaakt.

De belangrijkste grafieken en kaarten over de uitbraak van het coronavirus op een rij

Elke dag publiceren het RIVM, de ziekenhuizen, wereldgezondheidsorganisatie WHO en allerlei landen cijfers over de uitbraak van het coronavirus. Maar welke cijfers zijn belangrijk? En hoe moeten we ernaar kijken?

Dit moet u weten over het coronavirus

Terwijl het sociale leven stilvalt, wordt er met man en macht gewerkt aan de bestrijding van het coronavirus. Hoe gaat dat in zijn werk? En hoe worden de economie, het klimaat en de cultuursector getroffen?In dit dossier leest u alles wat u moet weten over het virus.

Meer over