Twaalf emotionele uitputtingsslagen

Elke dag beslist kinderrechter Monique Marseille meerdere keren of een kind terecht onder toezicht is gesteld. In grote haast, en toch met aandacht.

Van onze verslaggeefster Aimée Kiene

Er vloeien veel tranen in zaal 13 van de Rotterdamse rechtbank. Er wordt gevloekt, gesmeekt, geschreeuwd; soms wordt er zenuwachtig gelachen. ‘De hele wereld komt hier langs’, zeggen de kinderrechters over de bonte stoet die voor de rechtbank verschijnt.

Vandaag: ontspoorde kinderen, berouwvolle moeders, alcoholistische vaders, gefrustreerde hulpverleners, fanatieke advocaten. Twaalf ‘ots-zaken’ staan op het programma, rechtszaken over kinderen die onder toezicht zijn gesteld van de jeugdzorg omdat hun ouders niet goed voor ze zorgen. Sommigen zijn om die reden thuis weggehaald.

Rechter Monique Marseille (50) had het van tevoren dringend geadviseerd: wie een dag meeloopt, moet een lunchpakket meenemen. Tijd om te lunchen is er inderdaad nauwelijks. Marseille verlaat de hele dag hooguit twee keer de zaal – voor wc-bezoek. De rest van de tijd buigt ze zich in moordend tempo over de ene emotionele zaak na de andere.

Het aantal zaken over ondertoezichtstellingen en uithuisplaatsingen stijgt. In Rotterdam groeit het de achttien kinderrechters van de teams ‘Familie 1’ en ‘Familie 2’ bijna boven het hoofd. Ondanks de afspraak niet meer dan tien van deze heftige zaken per dag te behandelen, doen de kinderrechters er nu per zittingsdag noodgedwongen elf of soms zelfs twaalf.

Monique Marseille voorziet een zware dag. ‘Het zijn bijna allemaal verlengingszaken. Die zijn meestal ingewikkeld. Als een kind voor de eerste keer een maatregel krijgt opgelegd door jeugdzorg, is vaak voor iedereen wel duidelijk dat er iets moet gebeuren.

‘Maar bij een verlenging moet ik een keuze maken tussen argumenten van het kind, de ouders, de hulpverleners. Steeds vaker hebben kinderen én ouders een advocaat. Dat is een goede ontwikkeling, maar iedereen moet zijn zegje doen en dat kost veel tijd. We hebben gebrek aan capaciteit.’

In de kern komen bijna alle zaken hierop neer: het kind wil graag naar huis, de moeder en/of vader wil ook dat het kind weer thuiskomt, de hulpverlener heeft daar bezwaren tegen. En kinderrechter Marseille moet deze emotionele knoop doorhakken.

Haar dag begint met een jongen van 13. Jeugdzorg maakt zich zorgen: hij haalt slechte cijfers, hij heeft geen vrienden, is computerverslaafd. Volgens de gezinsvoogd weigert moeder de hulpverleners binnen te laten.

De advocaat van moeder zegt: ‘Hij staat al bijna een jaar onder toezicht. Nu pas is de hulp begonnen: dan kun je een tegenreactie van moeder verwachten. Bovendien is de problematische relatie van moeder beëindigd. Er is rust in het gezin. De problemen worden overdreven: zitten niet alle puberjongens hele dagen achter de computer?’

Marseille richt zich tot de moeder: ‘De school zegt dat u geen regels stelt. Wat vindt u daarvan? Wat doet u als uw zoon te laat thuiskomt? De GGD zegt dat uw zoon geen vrienden heeft. Klopt dat?’

Moeder: ‘Als hij te laat komt, gaat de internetstekker eruit. Ik heb geen ondersteuning nodig, dat is klinkklare onzin. Iedereen heeft toch weleens problemen op school? Mijn zoon heeft gewoon geen behoefte aan vrienden, dat is altijd zo geweest.’

Marseille: ‘Deelt u de de zorgen van de gezinsvoogd? Gaat u weleens op school praten over zijn slechte resultaten?’

Moeder: ‘Nee. Sinds jeugdzorg in mijn nek hijgt, kom ik nergens meer aan toe.’

In de volgende zaak gaat het om de twee kinderen van een zwakbegaafde moeder en een alcoholistische vader. Ze wonen in een pleeggezin. De gezinsvoogd vindt dat ze daar moet blijven, want: ‘Moeder is onvoorspelbaar. Ze heeft onvoldoende inzicht in haar handelen en de gevolgen daarvan.’

Moeder barst in huilen uit: ‘Ik snap het niet. Mijn man was de boosdoener. Nu word ik gestraft.’

Marseille: ‘U wordt niet gestraft. Het gaat om uw kinderen. Het is verdrietig, elke moeder wil haar kinderen bij zich houden. Maar soms gaat het niet. Heeft u met iemand gesprekken over uw verdriet?’

‘Met de dominee’, snikt moeder. De gezinsvoogd geeft haar een zakdoek.

Dan is het de beurt aan een moeder met psychiatrische problemen. In een psychose heeft ze haar peuter van 3 mishandeld. Die is bij haar weggehaald. Nu heeft hij nachtmerries, poept en plast als hij zijn zin niet krijgt, eet knoopjes van zijn kleding op en stopt proppen papier in zijn holtes. Moeder: ‘Ik wil mijn kind geen kwaad doen. Ik heb een tekortkoming als ouder, maar ik krijg de kans niet het opnieuw te proberen.’

Slikt u uw medicijnen, vraagt rechter Marseille.

Moeder: ‘Heb ik niet nodig. Ze helpen ook niet, ik lig de hele tijd in mijn bed.’

Gezinsvoogd: ‘Uw kind vertoont heel zorgelijk gedrag. In het pleeggezin waar hij nu zit, kan hij zich beter ontwikkelen.’

Moeder (huilend): ‘Ik ben een moeder! Ik heb dit kind op de wereld gezet. U begrijpt me gewoon niet.’

Wat een rotzaken, zucht Marseille halverwege de dag. ‘Twaalf is gewoon te veel. Ik heb amper tijd over beslissingen na te denken. Haar tactiek tijdens de hectische taferelen in de rechtbank? ‘Rust uitstralen. Mezelf blijven. En goed naar iedereen luisteren, ook al hoor je in de eerste paar minuten eigenlijk het belangrijkste over de zaak. Het is mooi werk, hoor. Het gaat over mensen, en je doet er echt toe.’

Aan het eind van de dag – de zaken zijn een dik uur uitgelopen – verschijnt een jongen van 16. Hij is vanwege zijn agressieve gedrag twee weken geleden met spoed uit huis gehaald en zit in de gesloten opvang. Nu heeft hij spijt. Hij heeft plannen voor school, psychiaterbezoek, een baan: als hij maar weer thuis mag wonen.

De onderzoeker van de Raad voor de Kinderbescherming is het daarmee oneens. ‘Hij is fysiek dreigend, docenten en leerlingen zijn bang voor hem. Hij ontwikkelt mogelijk een antisociale persoonlijkheidsstoornis.’

Zijn vader zegt: ‘We hebben veel beleefd met onze zoon. Dat hij op een gesloten plek zit, doet ons zeer. Maar wij weten het even niet meer.’

Bij de zoon knallen de tranen uit zijn ogen. Met overslaande stem, zegt hij: ‘Ik wil daar niet wonen. Ik word daar gek. Ik zie elke dag een vierkante doos.’

Ook zijn moeder is in tranen.

Kinderrechter Marseille zegt: ‘Je hebt ernstige woede-uitbarstingen en je weet zelf niet hoe dat komt. Dat moeten we onderzoeken. Ik ga beslissen dat ik de uithuisplaatsing verleng.’

Tegen de gezinsvoogd zegt ze: ‘Dat onderzoek moet er heel snel komen, want we moeten zo gauw mogelijk duidelijk hebben wat er aan de hand is. U zit daar achteraan?’

Tegen de jongen: ‘Ik wens je alle goeds. En je moet ervan uitgaan dat ik dat meen.’

Meer over