Tv-gezicht zonder grote, blauwe ogen

Dertig jaar lang hét gezicht AVRO, en toch geen vaste aanstelling. Nog een verrassing: Ria - Vinger aan de pols - Bremer heeft heel lang heimwee naar het krantenvak gehad....

HENK STRABBING

Je verwacht het niet van iemand die al dertig jaar een van de allerbekendste tv-gezichten heeft: er was een tijd dat Ria Bremer de krant vreselijk miste. In de eerste jaren wist 'mevrouw-Vinger-aan-de-pols' absoluut niet of een échte journalist wel een carrière op de buis moest ambiëren.

Bremer: 'Ik miste niet zozeer het schrijven, maar het hele krantenvak. Dat was enig. Er stond toen nooit een vrouw aan steen om pagina's op te maken. Maar ík wel. Heerlijk vond ik dat, de krant van de pers halen, Kijken hoe ze werden ingepakt. Ik ruik het nog, de drukinkt. In mijn tijd stonk een krant nog naar krant.'

Bremer heeft de krantengeur lang gemist en televisie vond zij maar saai en clean, zeker in de tijd waarin zij begon. Bremer: 'Bovendien zaten er een paar aspecten aan waar ik niet goed tegen kon. Altijd dat gezeur over hoe het plaatje was. Kreeg je zo'n opmerking als: je ogen zijn te klein, of je haar is te blond. Daar word je heel onzeker van.

Het gezeik over mijn ogen... Tsjongejongejonge, als ik daar nog aan denk. Ik zie weinig terug van mezelf, maar nu begrijp ik wel wat ze bedoelen. Je hebt van die stralende meiden met grote, blauwe ogen. Nou, die heb ik dus niet.'

Eenmaal tv-omroepster wilde ze heel lang terug naar de krant. 'Maar toen kwamen er andere dingen op mijn weg. Ik mocht interviews gaan maken en vervolgens Regiovizier, de voorloper van Van gewest tot gewest. Daar deed ik ook eindredactiewerk, kon ik m'n journalistieke gevoel in kwijt. Daarna kwam ik bij Televizier terecht. Toen was het over met die heimwee naar de krant. Maar ik ben 'm wel altijd blijven ruiken.'

In Leeuwarden geboren, begon Ria Sitskoorn bij de Friese Koerier in Heerenveen en verhuisde later naar het Noord-Hollands Dagblad in Alkmaar. Bij de Volkskrant werd ze begin jaren zestig omroepcorrespondente, berichtte vanuit Hilversum en raakte prompt met het pek besmet. Ze trouwde met de toenmalige AVRO-sportchef (nu TROS-tv-directeur en netcoördinator van Nederland 2) Bob Bremer en werd hét gezicht van de AVRO. Nooit meer weggegaan, dertig jaar lang. Maar ook nooit in vaste dienst. Verrassend weinig mensen die voor het grote publiek muurvast met een bepaalde omroep verbonden lijken, hebben een vast dienstverband.

Over Vinger aan de pols: 'Nee, artsen bellen mij nooit op. Artsen kijken ook geen televisie. Toen ik twee jaar geleden die prijs won (van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen voor haar 'popularisering van medisch wetenschappelijk onderzoek') dacht ik: zou dat nu de kentering zijn dat artsen zich realiseren: je kunt niet om de televisie heen, het is er nu eenmaal, dan kun je er beter op een plezierige manier aan meewerken? Niet dus.

'In het begin werd altijd gezegd: u bent journalist, wat weet u eigenlijk van medicijnen? Ik heb heel vaak moeten uitleggen dat een journalist regelmatig op een klus wordt afgestuurd waar hij van z'n santé geen verstand van heeft. Nou, ik hoop voldoende journalist te zijn om datgene boven water te krijgen wat nodig is voor een interessant verhaal naar een groot publiek toe.'

Ze wil Vinger aan de pols nog tot 2000 blijven maken ('dan ben ik zestig'). Aan haar presenteren van Televizier (inmiddels opgegaan in Netwerk) komt binnenkort al een eind. Hoewel ze de activiteiten van AVRO, KRO en NCRV in dat gezamenlijke actualiteitenprogramma toejuicht, kijkt ze toch wat moeizaam aan tegen verdere samenwerking.

Bremer: 'Wordt het wel zo mooi en groot als Ververs zou willen? Met Netwerk gaat het goed, er komen steeds meer combinatieprojecten en gevallen van kruisbestuiving. Zo van: wij hebben iets moois, maar dat kunnen we vanavond niet kwijt, nemen jullie het. Maar ik zie nog zo gauw geen samenwerking tussen bijvoorbeeld Vinger aan de pols en Rondom tien, hoewel die programma's veel raakvlakken hebben. Dat is jammer. We werken ook nu wel samen. Alleen gaat dat nooit veel verder dan elkaar helpen met namen.'

Bremer denkt dat Vinger aan de pols en Rondom tien steeds sterker identiteitsgebonden raken aan respectievelijk AVRO en NCRV. Bremer: 'Als in 2000 de zendmachtigingen van de publieke omroepen aflopen en we de boer op moeten als een soort productiemaatschappij, dan heb je je eigen mensen, je eigen programma's en je eigen titels veel te hard nodig. Waarom zou je dan nu nog verder gaan?'

Met Netwerk ligt het anders, vindt ze. 'Dat is geboren uit concurrentie met andere nieuwsrubrieken. Je kunt vandaag de dag niet meer zeggen: dit was Televizier, tot volgende week. Ik ben een journalist die z'n verhaal nooit kon afmaken, omdat er dan weer een andere omroep aan de beurt was. Dat heb ik altijd een krankzinnige situatie gevonden. Ik ben zo blij dat ik het nog even mag meemaken. Dat ik kan zeggen: Tot morgen'

Henk Strabbing

Meer over