‘Tussentijds examen’ in Bolivia

De een vraagt zijn aanhang te gaan stemmen, de ander erkent de uitslag bij voorbaat al niet. Maar het referendum, dat komt er....

Van onze correspondent Cees Zoon

‘Dit referendum definieert het nieuwe politieke bestel én helpt ons, autoriteiten, om verzoening van het Boliviaanse volk te zoeken’, zei de Boliviaanse president Evo Morales. Die laatste optimistische woorden hebben een ongedacht effect in het hopeloos verdeelde land. Voor even zijn ze het allemaal eens: niemand gelooft er iets van.

‘Dit referendum lost helemaal niks op’, verwoordt Guido Riveros het algemene gevoelen. ‘Bolivia verkeert al sinds 2003 in een ‘catastrofale patstelling’, tussen twee volkomen strijdige politieke en economische visies. Er zijn geen tekenen dat die nu door middel van een consensus een uitweg weten te vinden.’

Riveros leidt de Boliviaanse Stichting voor de Meerpartijen-democratie, een vanuit Nederland gesteunde denktank die in La Paz probeert de tot op het bot verdeelde politici met elkaar contact te laten houden. Dat valt, zacht gezegd, niet mee. Want het socialistische centralisme met inheemse trekken van de regering van Evo Morales heeft zo weinig gemeen met het conservatieve en blanke autonomiegevoel van de rijke delen van het land dat de tweedeling van Bolivia af en toe al een realiteit lijkt.

‘Bent u het ermee eens dat het veranderingsproces geleid door president Evo Morales wordt voortgezet?’, is de vraag die ruim vier miljoen stemgerechtigde Bolivianen deze zondag krijgen voorgelegd. Een duidelijk groen omlijst het ja en een even duidelijk rood het nee: een hulpmiddel voor de vele Bolivianen die niet kunnen lezen of schrijven of het Spaans niet voldoende meester zijn.

Op tweede papier staat de niet minder belangrijke vraag: ‘Bent u het eens met het voortzetten van de politiek, de handelingen en het bestuur van de prefect van het departement?’

Het ‘terugroep-referendum’ is een soort tussentijds examen waaraan de president, vice-president García Linera en acht van de negen prefecten (de negende is net gekozen) zich halverwege hun termijn moeten onderwerpen. De curieuze raadpleging is ooit bedacht en in praktijk gebracht door de Venezolaanse president Hugo Chávez. De oppositie zag er lang geen brood in maar besloot drie maanden geleden het met haar meerderheid in de Senaat te legaliseren.

Oppositieleider en ex-president Tuto Quiroga kan nog altijd niet duidelijk maken wat hij met deze manoeuvre beoogde. Voor veel van zijn partijgenoten is het een enorme politieke fout, want het biedt Morales de gelegenheid zijn legitimiteit nog eens te bevestigen en verlost te worden van een aantal opposanten in de provincie.

Objectief gezien is het een rare formule. Wanneer iemand keurig volgens de regels voor vijf jaar wordt gekozen, is er geen reden hem halverwege aan zo’n test te onderwerpen. Er zijn ook twijfels over de wettigheid van het referendum, maar over dat soort kwesties wordt in Bolivia anders gedacht dan op veel plaatsen. ‘Als er problemen zijn met de legaliteit heb ik een hoop advocaten om het legaal te maken’, zei Morales onlangs.

Terwijl de president zijn best doet vlak voor het referendum verzoenend over te komen, blijft Ruben Costas, de prefect van het departement Santa Cruz en zijn voornaamste politieke tegenstander, krijgshaftige taal uitslaan en het leger openlijk vragen om een staatsgreep te plegen: ‘Ik denk niet dat ons nationale leger zich zal onderwerpen aan een totalitarisme.’

Costas doet zijn oproep zaterdag op een centraal plein in Santa Cruz waar hij een hongerstaking leidt van 300 autonomie-aanhangers die teruggave van de door de nationale overheid gevorderde inkomsten uit gas eisen.

Een dag eerder had Percy Fernández, de burgemeester van Santa Cruz, dezelfde expliciete boodschap aan het leger gericht. Gustavo Torrico, parlementslid van de regeringspartij Beweging naar het Socialisme (MAS), meent echter dat de burgemeester niet langer oppositie bedrijft maar gewoon niet goed bij zijn hoofd is: ‘Die man staat aan de rand van de waanzin door overmatig gebruik van alcohol en drugs. Die kan niets zinnigs zeggen over de politieke werkelijkheid van Bolivia.’

Costas, die weet dat hij de steun van driekwart van het rijkste departement van Bolivia geniet, vraagt zijn aanhang wel te gaan stemmen. Wie de uitslag van het referendum niet zal erkennen is Manfredo Reyes, een ex-kolonel van het Boliviaanse leger en prefect van Cochabamba: ‘Ik ben er zeker van dat de bevolking mijn werk zal erkennen en dat ik geratificeerd zal worden. Als de MAS tenminste niet grootscheeps fraudeert. Maar wat er ook gebeurt, ik zal niet aftreden en aan het hoofd van de prefectuur blijven tot het einde van mijn mandaat.’

Volgens vice-president Álvaro García Linera is president Morales nog net zo populair als in 2005 toen hij 54 procent van de stemmen haalde. ‘Evo heeft geen steun verloren’, zegt Linares. ‘In 2005 wonnen we met een absolute meerderheid en in 2006 opnieuw (voor de grondwetgevende vergadering). Nu gaan we deze meerderheid voor de derde keer bevestigen.’

‘Wat er nu gebeurt, is dat er een soort sociaal ontwaken plaatsvindt in traditioneel conservatieve gebieden, die altijd bestuurd zijn met economische voorrechten en het autoritarisme van de landheren. Dat verklaart de agressiviteit van de oppositie.’

De vice-president noemt het tekenend dat de oppositie kernthema’s als de nationalisering van de grondstoffen niet ter discussie stelt, want dat zou teveel aanhang kosten. ‘De economische veranderingen zou sneller gegaan dan de politieke’, aldus Linares.

Economisch gaat het zeer behoorlijk met Bolivia, een van de armste landen van Latijns Amerika, vooral natuurlijk dank zij de hoge grondstoffenprijzen op de wereldmarkt.

Meer over