Tussen Nederlanderschap en cliëntelisme

Van de 150 Tweede-Kamerleden zijn er zes allochtoon. Ze hebben maar weinig gemeen, zijn lid van uiteenlopende politieke partijen en verschillen sterk van mening over een onderwerp als positieve discriminatie....

HELLA ROTTENBERG

In een Amsterdams café, waar studenten hun pauze doorbrengen, bestelt Oussama Cherribi een koffie verkeerd. De barman begrijpt hem niet meteen. Koffie hoe?, roept hij. Met veel melk, legt Cherribi de Turkse ober uit.

Cherribi voelt zich een echte Amsterdammer. Hij getuigt gepassioneerd van zijn liefde voor Nederland en Amsterdam in het bijzonder. Nederland is het meest tolerante, meest democratische land ter wereld en Amsterdam een stad zoals er geen ander bestaat.

Zijn vergelijkingsmateriaal is Marokko, waar hij opgroeide, en Frankrijk, waar hij studeerde. Tegen die landen afgezet, steken de maatschappelijke verhoudingen in Nederland gunstig af. 'Waar heb je dat nou?', roept hij om de haverklap uit. Onlangs voerde hij radio-discussies met Franse parlementariërs over het Nederlandse drugsbeleid. Hij stelde zich op als een ware patriot. 'Buiten de Kamer', zegt Cherribi, 'sta ik vierkant achter Nederland, met z'n goede en z'n slechte kanten.'

Hij verloor zijn hart aan Amsterdam toen hij als jongeman met een theatergroep uit Marokko op tournee was. In 1983 ging hij aan de Universiteit van Amsterdam sociologie studeren en werd hij een discipel van Bram de Swaan. 'Ik ben gewoon een Amsterdamse man', zegt Cherribi. Het ergert hem als mensen hem aanspreken op zijn Marokkaanse afkomst. Hij is een wereldburger, en daarna staatsburger van Nederland en inwoner van Amsterdam. Toevallig komt hij uit Marokko, toevallig weet hij daarom iets van dat land en van zijn bevolking.

In de VVD-fractie, waarvan hij bijna twee jaar deel uitmaakt, neemt hij jeugdhulpverlening en wetenschapsbeleid voor zijn rekening. Om die portefeuilles had hij gevraagd en hij kreeg ze tot zijn verrassing ook. 'Ik heb een gouden regel. Dingen die niet met mijn portefeuille te maken hebben, doe ik niet. Ik doe niet aan cliëntelisme. Ik wil niet gezien worden als een soort stamhoofd. Ik ben VVD-kamerlid', stelt hij nadrukkelijk.

Als zijn voorbeeld ziet Cherribi 'volksschrijver' Gerard Reve. 'Een geweldige schrijver. Reve zegt: ik ben homo, maar geen homo-schrijver.' Op de vraag waarom hij zich vlak voor de verkiezingen aanmeldde bij de VVD en prompt in de fractie werd opgenomen, reageert hij gestoken. Alsof die vraag impliceert dat Bolkestein hem zuiver om zijn Marokkaan-zijn heeft geworven. 'Die vraag krijg ik van iedereen. Ik heb een kans gekregen en die heb ik genomen. Ik ken Amsterdam en Nederland heel goed. Dat is belangrijker dan politieke ervaring.'

Toen Frank Bovenkerk zijn bevindingen over criminaliteit onder allochtone groepen bekend maakte, werd Cherribi overstelpt met verzoeken om een reactie. Voor de Marokkaanse uitzendingen van Radio 5 wilde hij wel iets zeggen, maar andere media hield hij af. Hij heeft een onderzoek gedaan naar moskeeën in Amsterdam, propageert een liberale variant van de islam, kent de Marokkaanse gemeenschap goed, maar wenst niet te boek te staan als migranten-deskundige.

Nadruk op etniciteit staat wat hem betreft emancipatie in de weg. Cherribi ziet het begrip burgerschap als de sleutel tot integratie. Zelfs het woord allochtonen is hem een gruwel. In plaats daarvan stelt hij een omschrijving voor die naar zijn gevoel neutraler is: burgers van allochtone afkomst.

Cherribi is een verklaard tegenstander van positieve actie, bedoeld om groepen die een maatschappelijke achterstand hebben, op te stoten in de vaart der volkeren door plaatsen voor ze te reserveren in opleidingen en banen. 'Belachelijk' noemt hij de wet (WBEAA) die bedrijven en instellingen verplicht om te rapporteren hoeveel allochtonen ze in dienst hebben en welke maatregelen ze zullen nemen om hun aantal tot een evenredig niveau te verhogen.

'Het werkt van geen kant. In Los Angeles zie je dat het quota-systeem zich tegen migranten keert.' Hij doelt op het feit dat Aziaten het beter doen dan Amerikanen, maar dat hun oververtegenwoordiging - bijvoorbeeld aan universiteiten - omstreden is. 'Ik ben voor een vrije markt. Achterstand moet je oplossen door steun van het gezin en het doorbreken van traditionele beroepsbeelden.'

Door zijn opstelling voldoet Cherribi niet aan de verwachtingen die de buitenwereld heeft. Autochtonen noch allochtonen kunnen hem plaatsen. Het valt bovendien niet mee om als migrant VVD-standpunten te verdedigen. Weliswaar rekent hij zich tot de progressieve vleugel van de Amsterdamse sociaal-liberalen en distantieert hij zich van Bolkesteins opvatting dat kinderen van illegalen uitgesloten moeten worden van onderwijs, maar in de allochtone gemeenschap komen die nuances niet over.

Als Cherribi soms gehoor geeft aan een uitnodiging voor een bijeenkomst met migranten, krijgt hij de volle laag. Verwijten die eigenlijk op Bolkestein slaan, worden op hem afgevuurd.

Tara Oedayraj Singh Varma (GroenLinks) heeft dan wel te doen met haar collega, die op zulke momenten totaal dichtklapt. 'Maar ja, dan moet ie maar niet bij de VVD zitten', vindt ze.

Varma's houding staat haaks op die van Cherribi. Haar politieke engagement komt geheel en al voort uit zorg om de positie van etnische minderheden, en met name migranten-vrouwen. Zonder minderhedenbeleid in haar pakket zou ze niet in de Kamer willen zitten, dan zou ze liever teruggaan naar het actiewezen, waarmee ze meer affiniteit heeft dan met de formele sfeer in het parlement.

In haar lessen aan migranten die politieke activiteiten willen ontplooien, is haar belangrijkste boodschap: 'Ga uit van je identiteit, verloochen je afkomst niet. Pas je niet compleet aan. Dan sta je stevig en kun je een compromis sluiten. Werk vanuit trots. Word niet een Uncle Tom of blaka bakra (vrij vertaald: zwarte huid, blank masker, red.).'

Tara Varma kwam 28 jaar geleden uit Suriname naar Nederland. Ze groeide op in een Hindoestaanse, naar haar zeggen 'tamelijk rechtse' familie. Eenmaal in Nederland werd ze lid van de CPN. Het anti-kolonialisme van de communisten sprak haar aan.

Bij GroenLinks voelt ze zich thuis, al ergert het haar dat de partij zo keurig is en de straat niet op gaat om actie te voeren. 'Ik ben trots op onze partij, maar ik mis bevlogenheid, ik mis de emoties. Ik ben bang dat we straks net als al die andere keurige partijen zijn.'

Hoewel GroenLinks goed ligt bij allochtonen en relatief veel allochtone vertegenwoordigers telt, kan de partij zich er niet op beroemen echt multicultureel te zijn, vindt ze. 'Er zijn te veel drempels voor migranten. Het soort activiteiten en de sfeer spreken hen niet aan. In andere landen hoor je bij een familie, heb je een wij-gevoel als je in een partij stapt.'

Het 'wij-gevoel' dat Varma zelf uitdraagt, wordt hier en daar beschouwd als een onzuivere, corrumperende vorm van politiek die niet past in de Nederlandse democratie. Varma vindt de kritiek onzinnig. Parlementsleden zouden allemaal in nauw contact moeten staan met de mensen voor wie ze werken. Dan weten ze waarover ze spreken.

Varma houdt iedere vrijdag spreekuur in de Amsterdamse Oosterparkbuurt. Er komen mensen op af die hulp zoeken omdat ze niet verzekerd of illegaal zijn, problemen hebben met de vreemdelingendienst, en vrouwen die uitgehuwelijkt worden of gedwongen in de prostitutie zitten.

'Ik luister, verwijs mensen door en zie er op toe dat ze correct behandeld worden. Hun problemen kan ik niet oplossen. Cliëntelisme zou zijn, als ik er iets voor terug zou vragen.'

Hubert Fermina, D66-kamerlid van Antilliaanse afkomst, weet uit ervaring dat een politicus moet oppassen om niet beklemd te raken tussen een eigen achterban en de partij.

Hij was de eerste zwarte wethouder in Dordrecht en migranten verwachtten wonderen van hem. De pressie was groot. Fermina: 'Ik kreeg het verwijt: nu hebben we een eigen man en doet ie nog niets extra's. Mensen rekenden er bijvoorbeeld op dat ik ze aan werk zou helpen.'

Hij hielp ze snel uit de droom en trok zich er maar niets van aan als mensen zich teleurgesteld van hem afkeerden. Zijn houding tegenover de achterban verwoordt hij in een mooie formule: 'Het is een kunst aan mensen te laten weten dat je wel om hen, maar niet aan hen geeft.'

Fermina relativeert de gedachte dat loyaliteitsconflicten alleen voor allochtone politici bestaan. Alsof Limburgse politici niet opkomen voor de katholieke kiezers uit hun provincie. Het verschil is hooguit dat er minder naar hun gedrag gekeken wordt, dat ze minder kwetsbaar zijn dan politieke vertegenwoordigers uit allochtone gemeenschappen. De moeilijkheden om als nieuwkomer en allochtoon in de politiek een plaats te vinden, zijn vaak niet gering. In het beste geval voelen ze zich onwennig, in het slechtste gewantrouwd in de partij waarin ze actief worden. Anderzijds hebben ze te maken met een achterban die hen er snel van beticht hooghartig en onverschillig te zijn. Elkaar steunen kan dan heel belangrijk zijn.

Hubert Fermina en Tara Varma zijn lid van een gezelschap Surinaamse en Antilliaanse kamerleden, wethouders en raadsleden. Al een paar jaar komt 'de eetclub' regelmatig bijeen. Niet om een gezamenlijke strategie uit te zetten - ze horen immers bij verschillende partijen -, maar om van elkaar te leren. Fermina: 'Hoe hanteer je het debat? Hoe hanteer je emoties, taalproblemen? We hebben het ook over thema's als criminaliteit, volkshuisvesting of cliëntelisme. Het is bijzonder nuttig.'

Politieke partijen die migranten opnemen, zegt Fermina, moeten zich bewust zijn van cultuurverschillen. Hij is al zestien jaar met groot genoegen actief in D66. Was hij vroeger zowat de enige zwarte, tegenwoordig neemt hij op D66-congressen 'een zebrapaadje' waar.

'Migranten zwaaien misschien wat meer met hun handjes, die schreeuwen misschien wat meer.' Als autochtonen daarop met onbegrip of irritatie reageren, stellen ze zich niet open voor nieuwkomers. Anderzijds, vindt hij, moeten nieuwkomers niet bij elke wrijving meteen zeggen dat ze gediscrimineerd worden, 'want dat slaat elke discussie dood.'

Gevraagd naar zijn definitie van positieve actie, zegt hij prompt: 'Dat is discriminatie. Aangezien ik tegen discriminatie ben, ben ik ook tegen positieve actie.' Het opleggen van quota voor het verdelen van banen is naar zijn mening gekunsteld. De overheid moet het voorbeeld geven door middel van een goed personeelsbeleid. Fermina: 'Een personeelschef moet laten merken dat je welkom bent. Het gaat erom hoe een sollicitant wordt behandeld. Als hij een vrouw aanneemt op een afdeling met acht mannen en zegt: denkt u het aan te kunnen?, dan bouwt hij de mislukking in.'

Voor zwarte politie-agenten geldt hetzelfde. De politie moet een klimaat scheppen waarin ze kunnen functioneren. Als aan die voorwaarde niet is voldaan, dan kan je het beter laten onder allochtonen te werven, vindt Fermina. 'Liever stapsgewijs dan mislukken.'

Thanasis Apostolou, Griek van geboorte en al meer dan twintig jaar woonachtig in Nederland, zit voor de tweede termijn namens de PvdA in het parlement. Hij vindt dat partijen, de zijne niet uitgesloten, veel te weinig doen om migranten te werven. Zijn pleidooi voor een speciale migranten-medewerker op het partijbureau heeft niets uitgehaald.

Er worden enorme blunders gemaakt bij het binnenhalen van allochtone vertegenwoordigers, merkt hij. Op zijn collega's in het parlement is niets aan te merken, voegt hij er haastig aan toe. Maar over het algemeen waren partijen zo happig op het werven van migranten dat ze niet kritisch keken naar iemands ideologische overtuigingen of curriculum vitae. 'Mensen die orthodoxe communisten waren in hun eigen land, hoorden die wel thuis in een sociaal-democratische partij?', vraagt Apostolou zich af, zonder iemand in het bijzonder te noemen.

'Niet iedere migrant die zich aanmeldt, moet op handen worden gedragen. Het is onzin als mensen die nog niets bewezen hebben, eisen om op een verkiesbare plaats terecht te komen. Een partij moet bescheiden en integere mensen ontdekken, die ervaring hebben in het onderwijs, de vakbeweging of het bedrijfsleven.' Tot nog toe komen migranten-politici vooral uit het welzijnswerk. Voor alle zes allochtone kamerleden geldt dat zij hun entree in de politiek hebben gemaakt via het werken voor en met migranten.

Niet alle minderheden hebben de behoefte om zich politiek te laten gelden, stelt Apostolou vast. 'Kleine zakenlui, zoals de Chinezen, tonen er geen belangstelling voor. Politiek bewustzijn heeft te maken met je achtergrond en land van herkomst. Voor mij is verzet tegen het kolonelsbewind van 1970 de prikkel geweest.'

Onder vluchtelingen en jonge migranten ontwaart hij een enorm potentieel, vooral voor de linkse partijen. 'Het zijn mensen die komen uit een milieu van relatieve armoede, ze moeten strijd leveren om iets te bereiken en ze hebben zin het te maken.'

Apostolou is voorstander van positieve actie. 'Je ontkomt er niet aan, plekken vrij te maken voor nieuwkomers. Je bent niet bezig mensen voor te trekken, je probeert evenredig te verdelen.' Hij erkent dat het voorkeursbeleid tot nog toe weinig succesvol was en dat de meeste werkgevers zich onttrekken aan de rapportageplicht. Maar het aantal bedrijven dat meedoet, groeit. 'Je moet geduld hebben, niet meteen zeggen dat het niet werkt.'

Mohammed Rabbae, kamerlid van GroenLinks en Marrokaan van oorsprong, is ongeduldiger. Onderzoeken hebben volgens hem aangetoond dat gebrekkige opleiding of taalachterstand slechts voor eenderde de hoge werkloosheid onder allochtonen verklaart. Voor tweederde van de gevallen is geen aanwijsbare oorzaak te vinden, en dus ligt die aan discriminatie, zegt Rabbae. 'Zelfs de voorzitter van het VNO, Rinnooy Kan, geeft toe dat werkgevers discrimineren.'

De wettelijke plicht tot rapportage van het aantal allochtonen in een bedrijf kan te simpel worden ontweken. Op z'n minst zou er op verzaken een zware boete moeten staan. Eigenlijk acht hij quotering (het verplicht stellen van aantallen) bij overheid en in de particuliere sector het enig juiste antwoord op 'het verzet' van werkgevers om een evenredig aantal allochtonen in dienst te nemen.

'Als ouders en kinderen werkloos zijn, krijg je een kettingreactie van werkloze generaties. We investeren op die manier in de armoede van over vijftig jaar. Daarom heb ik liever nu een gespannen discussie over quotering dan straks armoede, tweedeling en etnische rellen.'

Rabbae maakte deel uit van de commissie-Van Traa, onder wier verantwoordelijkheid het geruchtmakende rapport-Bovenkerk verscheen. Rabbae zette zich niet af tegen de inhoud van het onderzoek. Hij neemt de conclusies serieus en ziet het als zijn taak de allochtone gemeenschappen ervan te overtuigen zelf iets te ondernemen tegen drugscriminaliteit en geen afweerreactie te vertonen.

'Tegen hen wil ik zeggen: ik begrijp de gevoeligheid, maar wees niet solidair met criminelen. Die moeten aangepakt worden, hard aangepakt.' De gemeenschap moet haar eigen jeugd beschermen tegen de misdaad en de verleiding van het makkelijke geld. In een Utrechtse wijk, weet Rabbae, zijn dealers de wijk uit gepest. Een model van buurtcomités die een zekere mate van sociale controle uitoefenen, staat hem voor ogen. Hij gelooft in het eigen initiatief van allochtone gemeenschappen, sterker dan vroeger, toen hij van de overheid alle heil verwachtte.

Hij pleit voor een open samenwerking met de politie. Van haar kant zou de politie meer Turken, Marokkanen en Surinamers in dienst moeten nemen om greep te krijgen om wat zich binnen de gemeenschappen afspeelt en haar eigen legitimiteit te vergroten.

De derde Marokkaan in de Tweede Kamer, de PvdA'er Hamid Houda, was geschokt door het rapport-Bovenkerk. 'Ik heb er twee gevoelens over. Het is goed dat er een onderzoek gebeurt, want anders komen de feiten nooit boven tafel. Maar ik maak er bezwaar tegen dat de meeste aandacht naar Turken en Marokkanen gaat. Er staan in het rapport veel veronderstellingen, maar weinig harde gegevens. Het rapport had ook aanbevelingen kunnen doen. Het constateren van misstanden is niet genoeg. Dat gaat een eigen leven leiden.'

Om die reden heeft Houda, wiens portefeuille (wapenexport, midden- en kleinbedrijf, toerisme) weinig raakvlak heeft met minderhedenkwesties, contact gezocht met Rabbae en Cherribi. Hij wil gezamenlijk activiteiten bedenken om met de Marokkaanse gemeenschap een debat aan te gaan.

Cherribi wil wel meedoen, maar voelt niets voor een 'kruistocht' langs moskeeën om te verkondigen hoe slecht drugs zijn. 'Je moet iets substantieels te bieden hebben.'

Meer over