Tussen kunst en kitsch op de dansvloer

Kunstnagels, kunstwimpers, een kunststof boordje en zelfs kunsthaar. Veel is niet wat het lijkt in de Beurs van Berlage waar de Goederenbeurszaal is omgetoverd tot een sfeervolle ballroom en meer dan 150 paren deelnemen aan de negende Dans Grand Prix van de stichting AmsterDanst....

Van onze verslaggeefster

Tynke Landsmeer

AMSTERDAM

In de tot kleedkamer omgebouwde bar van de grote zaal is de temperatuur tot ver boven het kookpunt gestegen wanneer de deelnemers, in een wirwar van jurken, beautycases en trainingspakken, naar hun schoenen zoeken. De lippen worden nog snel wat extra aangezet en de bleekste benen krijgen een laatste veeg bruine créme.

De hulpmiddelen missen hun uitwerking niet. In het felle kunstlicht van de zaal vergroten extreem lange kunstwimpers de ogen. Zelfs de mannen hebben hun ogen geaccentueerd met een zwart lijntje en wat witte oogschaduw. Met knalroze, kanariegele, blote of juist hele degelijke jurken, probeert elk paar de aandacht van de jury te trekken.

'Overtrokken', noemt Diana Molenkamp (28) de aandacht voor het uiterlijk. 'Vroeger was ik precies zo. Veel make-up, en elk jaar een mooiere jurk. Maar inmiddels ben ik er wel achter dat je de strijd om de mooiste jurk toch verliest als je er niet in kunt dansen. Daar is de jury echt niet gevoelig voor.'

De snelle ontwikkeling van de danssport in de laatste vijf jaar - naar alle waarschijnlijkheid wordt de sport al tijdens de Olympische Spelen van Sydney op het demonstratieprogramma gezet - staat in schril contrast met de extreem conservatieve kledingvoorschriften: mannen in jacquet, vrouwen in (felgekleurde) glitterjurken en hoge hakken.

Het uiterlijk mag dan ondergeschikt zijn aan de prestatie, er wordt wel het meeste geld voor neergeteld. Een jurk kost gemiddeld vierduizend gulden ('daarvan heb ik er twee per jaar nodig') en een smoking is pas te verkrijgen vanaf 1800 gulden. Een paar uurtjes les in de week kost bovendien maandelijks zo'n 1400 gulden.

Sinds het NOCNSF dansen heeft erkend als topsport (in 1993) is er geëxperimenteerd met iets vlottere kledij. Maar volgens de Nederlandse ballroomkampioenen bij de amateurs, Molenkamp en haar partner Wilco van de Vijver (24), zagen de lange rokken en 'gewone' pakken er 'een beetje armoedig' uit.

'De glamour hoort nu eenmaal bij het dansen. Dansen is ook kunst. En dat mag er best mooi uitzien. Het is mij om het even of mensen het daarom wel of geen topsport vinden', aldus Molenkamp. 'Dansen is topsport, omdat we een hoge conditionele prestatie leveren. De kleding is niet het belangrijkste.'

Denigrerende blikken worden niettemin kwistig over en weer uitgewisseld. Vooral bij het spectaculaire Latijns-Amerikaanse dansen (bestaande uit vijf dansen: de samba, cha cha, rumba, paso doble en jive), waar de kleding niet bloot en uitdagend genoeg lijkt te kunnen zijn.

Het zijn middelen die gebruikt worden om de tegenstander te intimideren, net als de kleine botsingen op de dansvloer die ervoor dienen de tegenstander even uit het evenwicht te brengen. Brutalen bezitten de hele dansvloer. Dansen doet daarin niet onder voor andere sporten. Mentale weerbaarheid is belangrijk.

'Aan dat kinderachtige gedoe, doen wij niet mee. Grow up, denk ik dan. We zijn er zelf ook niet gevoelig voor. We komen hier voor onszelf, om zelf goed te presteren', aldus Van de Vijver. Zenuwachtig is het stel zelden.

Alleen zondagochtend dreigt het even mis te gaan, als het pendelbusje, dat de deelnemers van Amsterdam Noord naar de Beurs van Berlage zou brengen, niet komt opdagen. Molenkamp: 'Pas vlak voor het begin van de voorrondes kwamen we de zaal binnengestormd, hartstikke opgefokt natuurlijk. Dan denk je toch niet dat ik een lekkere Engelse wals kan dansen.'

Ook muziek is bepalend voor de stemming. 'Al zou dat niet zo mogen zijn. Ik dans nu eenmaal lekkerder op vlotte muziek, dan zo'n vreselijke plaat uit het jaar nul. Al denk ik niet dat iemand dat aan me kan zien', aldus Molenkamp. 'Je moet op elke muziek dezelfde performance kunnen leveren.'

'Dansen in de Beurs' wordt georganiseerd voor dansers in alle soorten en maten: jong, oud, amateur of professional. Zelfs het publiek, het merendeel ouders en andere familieleden, krijgt de kans zelf actief deel te nemen. 'Want', zegt Ben Gobits, voorzitter van de stichting, 'dansen hoort bij je opvoeding, net als zwemmen, fietsen en schaatsen. Dat verleer je nooit meer.'

Gobits, zelf eigenaar van een dans-opleidingscentrum in Amsterdam, kent een hoop bekende mensen die gek zijn van dansen. Fons van Westerloo, directeur van SBS 6, is volgens Gobits een grote liefhebber. Maar ook de Amsterdamse wethouder van sport, Harry Groen, waagt af en toe een dansje en verzorgt zondag bovendien de prijsuitreiking.

'Het product dansen heeft een naamsbekendheid van honderd procent. Iedereen heeft wel eens gedanst, al was het alleen maar in de discotheek. Zelfs directeuren en notarissen zitten bij mij op dansles. Nu vindt u het misschien nog oubollig en nostalgisch, maar in de rest van uw leven kunt u het altijd gebruiken. Als u straks veertig bent en u heeft een bruiloft of een feestje, dan staat ú aan de kant. Niet erg sociaal.'

Gobits is de zoon van een voormalig dansleraar en -lerares en in zijn jonge jaren was hij zelf ook een begenadigd danser. 'Ik ben zelfs nog Nederlands kampioen Latijns-Amerikaanse dans geweest. Dansen werd er thuis met de paplepel ingegoten.'

Ook Molenkamp en Van de Vijver zijn van huisuit de allereerste beginselen van het ballroomdansen (bestaande uit de Engelse wals, tango, quick step, slow foxtrot, Weense wals) bijgebracht. Ballroom kreeg uiteindelijk de voorkeur boven Latijns-Amerikaans omdat Molenkamp, ooit lid van het showballet van Barry Stevens, te verlegen was voor de vrije, uitdagende Zuid-Amerikaanse dans.

Al bijna tien jaar danst het stel met elkaar en ook in het dagelijks leven vormen zij inmiddels een paar. Van de Vijver: 'Veel mensen denken dat we broer en zus zijn. Wanneer je zo lang met elkaar danst, begin je op elkaar te lijken, zeggen ze. Op den duur smelt je samen met elkaar, omdat je verschrikkelijk intensief met elkaar bezig bent. Overwinningen, maar ook teleurstellingen deel je met elkaar. Bovendien ben je vaak met elkaar op reis.'

Molenkamp en Van de Vijver winnen de wedstrijd in de Standaard amateurklasse, maar veel meer dan een leuke opsteker is het kampioenschap niet. Over twee weken staat een trip naar Tokio op de agenda, waar de wereldkampioenschappen worden gehouden. Pas dan zal blijken hoe sterk het paar zich houdt in een sterk internationaal veld. Engeland, de bakermat van zowel Ballroom als Latijns-Amerikaans dansen, is de onbetwiste nummer één. 'Wij horen niet eens bij de beste twaalf.'

Normaliter is dat minimaal de norm van het NOCNSF, om een optreden op de Spelen veilig te stellen. Maar Van de Vijver en Molenkamp hebben hun gedachten in het geheel niet bij Sydney. 'Het is nog niet eens zeker of het een demonstratiesport zal worden en bovendien moet er dan nog een keuze gemaakt worden tussen professionele dansers of amateurs. Misschien dansen wij tegen die tijd wel professioneel', aldus Molenkamp, die badend in het zweet, maar altijd met een brede grijns van de dansvloer stapt.

Met een uitbundige lach kan de sympathie van de jury worden gewonnen, maar de eeuwige grijns is nu juist één van de weinige dingen die niet nep zijn aan Molenkamp en Van de Vijver. 'Lachen komt van binnenuit. Het is nu eenmaal heerlijk om te dansen. Winnen is voor mij geen prioriteit. Natuurlijk zijn we fanatiek, maar als een ander ons verslaat dan ben ik net zo blij voor ze. Zij hebben er toch net zo hard voor getraind. Dan moeten wij de volgende dag nog maar wat harder trainen.'

Meer over