Tussen kans en kitsch

Zijn fotografie en schilderkunst twee onvergelijkbare grootheden? Het Frans Hals Museum brengt ze samen. Missie geslaagd?

DOOR STEFAN KUIPER

Beeldende kunst

Conversation Piece VI, Frans Hals Museum, Haarlem. T/m 28/9. franshalsmuseum.nl

Nog een keer ga ik het over oude-naast-nieuwe-kunstcombinaties hebben. Die dienen verschillende doelen - didactische of esthetische - maar het mooiste wat een curator kan bereiken, is het Lennon-en-McCartney-effect.

Dat je een werk hebt (John Lennon) en dat je nog een ander werk hebt (Paul McCartney), en dat die werken van zichzelf allerlei kwaliteiten hebben, maar dat ze bijeengebracht boven zichzelf uitstijgen. Gebeurt dit, dan weet je het als kijker direct, ongeveer zoals je direct weet of je iemand aantrekkelijk vindt. Het is iets fysieks. In je hoofd gaat het van 'klik'.

Een jaar of wat terug was de Amerikaanse schilder John Currin, in het kader van de Conversation Piece-reeks, te gast in het Frans Hals Museum in Haarlem en toen gebeurde dat vaak. Currin, maker van bewust artificiële portretten van groteske pin-ups, hing indertijd in de nabijheid van Cornelis van Haarlem, een 17de-eeuwse maniërist, en die laatste veranderde voor mijn ogen. Meer dan voorheen viel het kunstmatige karakter van zijn mythologische stukken op; dat hij een schilder was van fragmenten, niet van verhalen, dat die hele verhalen er eigenlijk niet toe deden, slechts voorwendsel waren. Currin kuste iets wakker in Van Haarlem wat voorheen een sluimerend bestaan leidde.

In de nieuwste aflevering van de reeks zitten enkele van zulke momenten. Niet veel. Conversation Piece VI is een noviteit. Voor het eerst hebben ze in Haarlem niet een (hedendaagse) schilder uitgenodigd, maar een fotograaf en wel Rineke Dijkstra.

Uit haar werk hangt een selectie van tien foto's, oud en nieuw, kleuters, pubers, Tex uit Amsterdam, de telgen Saul uit New York. Die kregen gezelschap van evenzovele 17de-eeuwse meesters uit de collectie, als Verspronck en Molenaer.

Dijkstra en de 17de-eeuwers, die koppeling is vrij logisch. Kijk naar Dijkstra, dan denk je inderdaad aan Verspronck of aan Metsu met zijn zieke kind, het timmermansoog waarmee kleuren tegen elkaar worden afgewogen, de mathematische precisie achter het verstilde drama. Ongekamd haar op een perfect plooiende trui. Doordacht terloops.

Maar hangen ze hier ook goed?

Het is een enerzijds/anderzijds verhaal, ik kan er niets aan doen. De tentoonstelling is wisselvallig. Dat heeft iets te maken met het gegeven dat schilderijen en foto's per definitie ongelijke grootheden zijn en de combinatie op zaal doorgaans minder lekker oogt dan op papier.

Bij gelijke formaten blaast de foto het schilderij vaak weg - maar het ligt vooral aan de combinaties. Die zijn grillig, op zijn zachtst gezegd. Zij variëren van uitzonderlijk scherpzinnig tot onwaarschijnlijk ongevoelig. Het begint braaf, maar goed: twee kinderportretten van Dijkstra naast twee 17de-eeuwse burgers van Johannes Verspronck.

Het ene kindje, Cecile, is typisch Dijkstra: charismatisch, maar met een vlekje, enorme wallen in dit geval. De werken hangen twee aan twee, de blikken in dezelfde richting, en aanvankelijk lijkt de koppeling nogal obligaat: vier portretten van ongeveer gelijke grootte van bleke mensen. Maar kijk langer en minder opvallende overeenkomsten openbaren zich. Dat ze bijvoorbeeld geen wenkbrauwen en wimpers hebben. Fysieke details waaraan je normaal makkelijk voorbijgaat, vallen door de verdubbeling opeens op en dat is mooi. Daarna zakt het in.

Het voornaamste probleem zit hem in het niveau van de schilderijen - dat is inferieur aan de Dijkstra's. Terborchs portret van De Liederkerckes is geen partij voor Dijkstra's adembenemend mooie foto van drie rossige Oekraïense kinderen aan het strand. En naar de koppeling van Jan de Breys echtpaar in het bos aan Dijkstra's kittige, oranje-gejurkte meisje in het Vondelpark kun je eigenlijk niet kijken zonder te denken aan de klaskneus die zijn kansen beproeft bij het leukste meisje van de hele school. Kansloos, volslagen kansloos. Je kunt er een bewijs in zien dat de collectie niet toereikend is voor het uitgangspunt van de expositie. Soms is dat domweg het gevolg van onzorgvuldig kijken.

Neem Dijkstra's Montemor Portugal, een moderne klassieker. Het toont een jonge toreador, eentje met bebloed boord en krachtige neus. Zo'n vent vraagt om tegenwicht. Dat krijgt hij niet. Hij hangt naast een naamloze man van Verspronck en die poseert weliswaar met een statige Neelie Kroes-power-elleboog, maar heeft verder kleur noch karakter.

Daarvoor moet je even verderop zijn. Bij Hals' De Waardin, daar zie je bravoure, een markante kop met goeie neus, en, alsof het zo moest zijn, een halsdoek met bijna hetzelfde motief als op het jasje van de stierenvechter. En hangt hier dus de perfecte gemiste kans te zijn. Wat, op zijn beurt, incompetentie bij de samenstellers doet vermoeden. Maar (enerzijds anderzijds, ik zei het al) in de laatste zaal wordt dat weer ontkracht.

Daar hangt een foto van de Britse kunstenares Taryn Simon naast een vrouwenportret van Ludolf de Jongh. Simon toont zich in een lange jas, het haar in vrome strengen als een moderne mennoniet; de Jonghs meisje met kanten boord, parelketting en strak bijeengebonden haar.

Een klassieke Lennon en Mc Cartney! Door de kleurenecho's en de verdubbeling van de gewelfde mond, zeer zoenwaardig, dat eerst, maar meer nog door de twinkeling in de ogen, die iets levenslustigs en onverschrokkens uitstralen, een suggestie van rebellie. Ondanks de stijve kleding of misschien wel dankzij de stijve kleding: meisjes (dames). Om de oude W.F. Hermans weer eens af te stoffen: 'Van wie je alles van kunt verwachten.' Die twee vermaken zich hier wel. Na sluitingstijd halen ze samen een borrel.

Rineke Dijkstra

Rineke Dijkstra (Sittard, 1959) behoort tot 's lands beroemdste en meest gewaardeerde fotografen. Ze kreeg bekendheid met haar fotoseries van pubers en kleine kinderen op het strand en exposeerde in onder meer het Stedelijk in Amsterdam, La Caixa in Barcelona en het Guggenheim in New York. Zij wordt vertegenwoordigd door Marian Goodman Gallery in New York en Galerie Jan Mot in Brussel. Dijkstra woont en werkt in Amsterdam.

undefined

Meer over