Tussen je eigen mensen

Oudere Nederlanders van allochtone afkomst voelen zich niet altijd thuis in een doorsnee bejaardentehuis. Steeds vaker krijgen ze eigen woonvoorzieningen....

Door Greta Riemersma

'Als je ziet hoe blij de mensen hier zijn.' Het mooiste van haar nieuwe flat in Groningen vindt Iris Marselia dat ze tussen Antillianen, Arubanen en Surinamers woont. Ze kunnen samen eten, wat in hun cultuur zo belangrijk is. Ze praten over ingrediënten en waar die te koop zijn: de kousenband van de Surinamers of de rauwe ham die Antillianen vaak met kerst op het menu hebben staan. En helemaal mooi: 'Als ik 's ochtends in bed lig, hoor ik mensen buiten Papiaments praten. Dat is fantastisch. Je eigen taal.'

Iris Marselia zit sinds juli in haar nieuwe flat in de wijk Lewenborg. Tegelijk met haar betrokken dertien andere Antillianen, Arubanen en Surinamers een appartement in hetzelfde complex. Ze zijn allemaal boven de 60 en kozen er net als Marselia voor bij elkaar te wonen. Ze zijn aangesloten bij de Vereniging Multiculturele Woonvorm Brasa, dat zowel in het Surinaams als het Papiaments 'omhelzen' betekent. 'Als je ziet hoe blij de mensen hier zijn', zegt Iris Marselia, voorzitter van Brasa. 'Als je ouder wordt, trek je toch naar je roots.'

Nooit had ze dat van zichzelf gedacht. Een half leven woonde en werkte ze tussen Nederlanders; in 1968 verliet ze Curaçao definitief. Met man en vijf kinderen kwam ze eerst terecht in Hoogezand en daarna in Groningen. Ze werkte in de verpleging. Contacten met Antillianen had ze wel, maar net zo goed met anderen. Over het woord integreren dacht ze niet na, ze dééd het gewoon.

Toch besloot ze op haar 67ste te verhuizen naar een woongemeenschap. 'Tijdens de verhuizing had ik nog twijfels: wat doe ik nou?', zegt Iris Marselia in haar nieuwe flat met foto's van Willemstad en de zee van Curaçao aan de muur. 'Ik had nooit bij een groep gehoord en ik dacht: nu ga ik bij een groep horen. Maar de twijfel heeft nog geen paar dagen geduurd.' Ze is verrukt van haar nieuwe woonkeuken. Ze kijkt uit over daken en weilanden, wat laatst met de mist heel mooi was. Ze verheugt zich op sneeuw. 'Maar het belangrijkste is: tussen je eigen mensen zitten', zegt Iris Marselia.

Het gebouw van woningbouwvereniging Nijestee wordt vandaag geopend. Het herbergt in totaal zeventig appartementen. Naast Antillianen, Arubanen en Surinamers wonen er autochtone Nederlandse ouderen en verstandelijk gehandicapten van stichting NOVO/De Zijlen uit Groningen.

Vraag dus niet aan Iris Marselia of dat samenwonen met 'eigen mensen' niet ingaat tegen de tijdgeest, tegen ideeën over inburgeren en gedwongen spreiding van allochtonen. 'Balkenende zou hier moeten komen kijken', antwoordt ze. De bewoners van al die zeventig flats willen koffie-uren in de gezamenlijke woonkamer beneden instellen en een bewonerscommissie oprichten. 'We integreren toch?'

Niettemin was het de Antillianen, Arubanen en Surinamers van Brasa oorspronkelijk begonnen om elkaar, en niet om de Nederlanders en de verstandelijk gehandicapten. Brasa ontstond in 1996, met als doel in Groningen een woongemeenschap voor Antillianen, Arubanen en Surinamers van 55 jaar en ouder op te richten. Daarbij adopteerden ze een concept dat onder senioren in Nederland steeds populairder wordt: de woongroep. De Landelijke Vereniging Groepswonen van Ouderen (LVGO) telt er ruim 150; voor nog eens 70 woongroepen liggen de plannen klaar.

Het idee is dat ouderen, doorgaans van boven de 50 jaar, samen gaan wonen in één gebouw, zij het ieder in een eigen appartement. Ze delen een gemeenschappelijke ruimte voor koffiedrinken en activiteiten, soms is er een centrale keuken en er kan al dan niet gezamenlijk zorg worden ingehuurd. Het grote verschil met een bejaardentehuis is dat er geen verplegers in witte jassen rondlopen. De bewoners organiseren hun eigen leven.

Het ledenbestand van de LVGO bestaat voornamelijk uit autochtone Nederlanders, met daartussen een enkele allochtoon, vertelt Catherina van Rossum van de LVGO. De woongroepen voor allochtonen zijn hoofdzakelijk te vinden in Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht, en die vallen onder eigen verenigingen of koepelorganisaties. Hoe ingeburgerd de woongroep daar in etnische groepen is, bewijst de situatie in Den Haag. De Haagse vereniging Groepswonen door Ouderen (GDO) telt veertien woongroepen voor autochtone ouderen en tien voor allochtonen.

Er is in Den Haag voor elk wat wils. Zo kunnen alleen al de Surinamers kiezen uit een woongroep voor Surinaams-Javaanse ouderen, één voor Surinaamse creolen en één voor Surinaamse hindoestanen. De woongroep voor Turkse senioren is nog maar driekwart jaar geleden geopend, maar er is nu al een reservelijst. 'We kunnen ons bij wijze van spreken afvragen of we al met een nieuwe groep voor Turken moeten beginnen', zegt Yvonne Brant van GDO.

Langzamerhand verspreidt het fenomeen van de allochtone woongroep zich ook buiten de Randstad.

In 1993 ging het eerste appartementencomplex voor Molukse ouderen open aan de rand van de Molukse woonwijk in Assen. Daarna volgden soortgelijke Molukse initiatieven in Hoogeveen, Middelburg en Capelle aan den IJssel. In Groningen werkt de Chinese vereniging Kang Ling ('gezond en rust') aan de oprichting van een woongemeenschap voor ongeveer honderd Chinese 50-plussers uit de drie noordelijke provincies.

'De vereenzaming begon toe te slaan', zegt Alvin Chan (35), die bij Kang Ling de meeste contacten met Nederlanders onderhoudt. 'De Chinezen hebben in het Noorden geen vaste plek om naartoe te gaan. Er is hier geen Chinatown-achtige buurt zoals in de Randstad. Ze zitten vaak in een dorp en daar komen ze niet snel uit. En Chinezen werken veel in restaurants, dat is hard werken en weinig tijd hebben voor iets anders.'

Wat zou er mooier zijn dan samen hoogbejaard worden? Want er dreigt voor Chinese vijftigers in Nederland nog iets anders. 'Sommige kinderen willen niet meer voor de ouders zorgen. Ze willen zelfstandig wonen', zegt voorzitter Liat Tze Woo (52) van Kang Ling. Woo stuurt na 36 jaar Nederland nog altijd geld naar zijn oude moeder in Singapore. Als ze had gewild, zou hij haar met liefde in zijn huis in Appingedam hebben verzorgd: 'Tuurlijk, tuurlijk, dat hoort bij onze cultuur.' Maar het komt niet in zijn hoofd op later van zijn eigen kinderen hetzelfde te verlangen. 'Zij zijn Nederlander geworden', zegt Woo.

Welke Chinees, Molukker of Antilliaan van rond de 50, 60 ook aan het woord is, ze zeggen allemaal hetzelfde: hun eigen ouders hadden ze graag in huis genomen, maar als ze zelf oud en gebrekkig zijn, zullen ze in weerwil van de traditie nooit bij hun kinderen intrekken. De meeste kinderen voelen daar niets voor, maar in toenemende mate is het ook de keuze van de vijftigers en zestigers zelf. 'Mijn dochter wil graag dat ik later bij haar kom wonen', zegt Loudy Tuanakotta-Siahaija (67) uit de Molukse woongroep in Assen. 'Maar ik wil dat niet, voor haar privacy en voor de mijne.'

Zo bekeken is de woongroep voor allochtonen juist een teken van integratie. De bewoners zijn verwesterd in hun denkbeelden over de relatie tussen ouders en kinderen, alhoewel Augustinus Tuparia van het Bureau Molukse Zaken in Assen een kanttekening maakt: 'Molukse jongeren hebben zoiets: woont u maar op zichzelf. Maar de zorg voor ouders is bij ons wel veel intensiever. Tot de dood. Zelfs demente ouderen worden thuis verzorgd. Alleen als Molukkers écht ziek zijn, als het écht niet anders kan, gaan ze naar een verpleegtehuis. Maar dan komen de kinderen elke avond. Het zijn je ouders.'

Waarom een woongroep voor Molukse ouderen gebouwd als de kinderen zo goed voor de ouders zorgen? Die wens was vooral uit nood geboren, blijkt uit het relaas van Tuparia, destijds een van de initiatiefnemers. Sommigen vonden hun huis te groot worden, anderen hadden de behoefte samen oud te worden, maar wat de doorslag gaf was dat de huizen in de Molukse woonwijk van Assen in slechte staat verkeerden. 'We stookten voor de vogels', zegt Tuparia.

Cynisch genoeg zijn het diezelfde huizen die maken dat de Molukse woongroep geen eclatant succes is geworden. De huur van de rijtjeshuizen in de Molukse wijk is 150 euro lager dan die van de appartementen voor ouderen. Veel Molukse senioren kunnen dat verschil niet betalen, aldus Tuparia. Het gevolg voor de woongroep is dat het Molukse aandeel steeds kleiner wordt. Er wonen nog maar vier Molukkers en één Javaanse tussen elf Nederlanders.

Bewoonster Loudy Tuanakotta vindt dat geen probleem: tussen alleen maar Molukkers wonen, hoeft voor haar niet. Als dochter van een predikant heeft ze in haar jeugd op de Molukken en andere delen van Indonesië tussen alles en iedereen verkeerd. In Assen heeft ze nooit in de Molukse wijk gewoond: 'Dan doe je meer ervaringen op.' En ook nu is het gezellig met al die verschillende bewoners. Ze drinken één keer per maand koffie in de gemeenschappelijke ruimte, waar nu hun eigengemaakte kerststukjes staan.

Zou het mogelijk zijn dat de échte ouderen, de allochtone zeventigers en tachtigers, uiteindelijk een bestaand bejaardentehuis verkiezen? Het komt voor, maar veel animo is er niet. 'Ze kunnen niet eens communiceren!', roept Tuparia uit. 'Ze weten wat vis is en brood, maar praten over het Nederlands elftal gaat absoluut niet.' Iris Marselia van Brasa: 'Ook sommige oudere Antillianen spreken niet goed Nederlands. En wat dan nog?'

Het is ook een kwestie van sfeer en van eten. 'Dat eten, oh, hou op', zegt Tuparia. 'Spelletjes doen, Monopoly, sjoelen, van die blokjes in een gat gooien, dat is toch niks? De hele omgeving in zo'n bejaardentehuis, de cultuur is totaal anders dan wat Molukkers willen.'

Alvin Chan: 'Stop een Chinees die zijn hele leven rijst heeft gegeten, in een bejaardentehuis en hij is binnen twee maanden dood. Zijn spijsvertering kan niet tegen aardappels. Maar het is ook de cultuur. Wij willen geen bingo spelen, wij willen graag buiten zijn. Bij ons is de zorg voor ouderen heel belangrijk. Dus wat is makkelijker? Zet ze bij elkaar en je hebt geen gezeur. Zet ze in een bejaardentehuis en je hebt alleen maar problemen.'

'Dat wilde ik nou de hele tijd tegen je zeggen', zegt Iris Marselia na een lang gesprek. 'Toen ik stopte met werken dacht ik: zal ik teruggaan naar Curaçao? Maar dat kon niet, ik heb hier mijn kinderen. Ik ben er daarna veel naartoe gegaan voor kortere bezoeken. Elke keer dacht ik: oh, die warmte van die mensen. Dat is wat ik hier ook vind: die warmte.'

Meer over