Tussen de schrootjes heerst bedomptheid

Londn-L.A.-Lübbenau, van Oliver Bukowski, door De Trust. Regie: Khaldoun Elmecky. In Amphitheater Amsterdam t/m 18 februari...

Voor De Trust is het zwerven begonnen. Net als de personages waar het in Trust-voorstellingen altijd over gaat, is de groep ontheemd, op zoek naar een bestemming. Het zwembad aan de Amsterdamse Heiligeweg moest worden ontruimd en pas in september 1996 zal het nieuwe Trusttheater worden betrokken, de oude Evangelisch-Lutherse kerk aan de Kloveniersburgwal.

In de tussentijd zet De Trust hier en daar zijn tent op, wordt hier een daar een bedompte huiskamer ingericht. Zoals in de voorstelling Londn-L.A.-Lübbenau van Oliver Bukowski, een jonge Duitse schrijver die opgroeide in de voormalige DDR. Trust-acteur Khaldoun Elmecky debuteert als regisseur met dit kleine huiskamerdrama, over twee mensen die te lang met elkaar getrouwd zijn en aan wie het geluk te lang is voorbijgegaan.

Het echtpaar Gretschke bewoont een huis dat gezellig is gemaakt met veel schrootjes tegen de wand. De kinderen zijn het huis uit en moeder zit gevangen tussen twee snoeren. Het ene snoer loopt naar het strijkijzer, het andere naar het lampje dat een oude kinderfoto verlicht. Dat is haar wereld, gevangen tussen wasgoed en vergeeld kindergeluk. De man is machinebankwerker; als het stuk begint is hij net ontslagen. En met zes goede Lotto-cijfers wil het ook al niet lukken.

Zo dreigen deze Nuttelozen van de Nieuwe Orde, die Bukowski ongetwijfeld bedacht heeft in een grauw Oostduits provinciestadje, ten onder te gaan. Totdat ze zich een nieuw bestaan dromen als eigenaars van een een drank-boetiek. Van de welvaartsmaatschappij die voor de Oostduitsers na de val van de muur is ontstaan, wil iedereen zijn graantje meepikken. Vader schaft zich zelfs voor de boekhouding een tweedehands computer aan. Maar er komen geen klanten, dus te boekhouden valt er niets. Het beeldscherm vertoont alleen maar het woord ERROR.

Londn-L.A.-Lübbenau is een kleine, bescheiden voorstelling, eigenlijk een prelude tot het verbale geweld waarmee de Trust groot is geworden: de Veldslagen-trilogie van Rainald Goetz en de Faecaliëndrama's van Werner Schwab. Dit gezinnetje koestert nog dromen van een beter bestaan, en als dat bestaan alsnog mislukt, heeft de vrouw een even romantisch als definitief einde bedacht.

De terughoudendheid waarmee dat nogal schokkende slot wordt verbeeld is illustratief voor de rustige, subtiele regie van Elmecky. Marisa van Eyle en Jaap Spijkers zetten minutieus en met een opmerkelijk lichte toets een uitgeblust echtpaar neer. Hoe treurig het ook met deze mensen afloopt, zolang ze nog leven slaan ze elkaar, en schelden, en zoenen - in ieder geval laten ze elkaar niet los. In die zin is het misschien zelfs een optimistisch stuk, maar die indruk kan ook ontstaan doordat Van Eyle en Spijkers hun personages hoog boven het gootsteenrealisme uittillen. Tussen de bruine schrootjes en de almaar tikkende klok groeien ze uit tot de helden van hun vergeten klasse.

Hein Janssen

Meer over