Tussen Ataturk en sluier

De opkomst van de politieke islam leidt in Turkije tot grote spanningen tussen regering en leger. Zal premier Erbakan zwichten voor de druk van de militairen?...

In de schaduw van de immense Fatih-moskee in Istanbul staat Mehmet achter zijn stalletje met koopwaar: getekende stambomen van de profeet Mohammed. Mehmet, getooid met zware bril, groene tulband en lange baard, is lid van de Nakibendi-tariqat, een mystieke broederschap. Bij elke windvlaag moet hij zijn uiterste best doen om de onhandelbaar grote vellen papier met getekende stambomen op zijn tafeltje vast te houden. Veel verkoopt hij niet. Maar dat vindt hij niet erg, als hij maar over de islam en zijn orde kan praten.

De leden van de Nakibendi zijn, zoals de Vrijmetselaarsbeweging, georganiseerd in loges. Ze kennen elkaar vaak niet. Alleen hun sjeik, de geestelijk leider, weet wie bij een loge horen. Jarenlang bloeide de orde ondergronds, maar sinds de islamitische Welzijnspartij van premier Erbakan aan de macht is, durven steeds meer orde-leden voor hun lidmaatschap uit te komen. Ook Mehmet, een jonge moslim uit Konya, een centraal gelegen stad die het Mekka van het Turkse fundamentalisme is.

Over de periode voor zijn toetreden tot de orde wil hij niets kwijt. Alleen dat hij nogal ruig heeft geleefd. Mehmet: 'Nadat ik lid werd van de orde ben ik sterk veranderd. Ik wilde iedereen bekeren, ik noemde iedereen een heiden. Vier jaar was ik heel boos dat anderen niet waren zoals ik. Tot mijn zusje zei dat ik gek was geworden. Nu ben ik rustiger. Ik heb gemerkt dat je ook op andere manieren de islam kunt verspreiden en de jihad kunt uitdragen.'

De Fatih-moskee is onderdeel van een groot complex dat het hart vormt van de wijk Fatih. De moskee is genoemd naar sultan Fatih Mehmet, bijgenaamd de Veroveraar, die de moskee bouwde toen hij het toenmalige Constantinopel in 1453 op de christenen veroverde. Het complex bevat acht scholen, een badhuis, een bibliotheek en een prachtige fontein die jongetjes uit de buurt gebruiken als doel.

De wijk staat bekend als een bolwerk van fundamentalisme. Mehmet voelt er zich thuis. Buiten dit gebied willen voorbijgangers nog wel eens iets roepen over de lengte van zijn baard en over zijn tulband, symbolen van fundamentalisme. Maar hier bejegenen de bewoners hem met respect. Hij valt niet op temidden van de meisjes met hoofddoekjes, de vrouwen met chadors, de mannen met groene mutsjes en de in smetteloos wit geklede imams die getooid met tulband door de smalle straatjes snellen. Fatih lijkt een klein Iran.

Voor de bewoners van de wijk is een periode van nieuwe veroveringen aangebroken. Ze willen eerst heel Istanbul tot een stad naar hun gelijkenis maken en daarna de rest van Turkije. De winkeliers in de hoofdstraat van de wijk zijn het erover eens. De Welzijnspartij probeert in hun ogen met succes een failliet systeem te vervangen door een islamitisch systeem. De partij voert de wil van het volk uit en het volk wil een islamitisch Turkije.

De opkomst van de Welzijnspartij (Refah) heeft Turkije in een politieke crisis gedompeld, die de afgelopen weken hoog is opgelopen. Vandaag komt de Nationale Veiligheidsraad bijeen om te zien of premier Erbakan wel gehoor geeft aan de eis van het leger om de toenemende islamisering van het publieke leven een halt toe te roepen. De Turkse justitie onderzoekt inmiddels of zijn Welzijnspartij niet gewoon verboden moet worden. De partij zou de fundamenten van de seculiere staat aantasten.

In de wijk Fatih zou een dergelijke repressie de gemoederen behoorlijk verhitten. Sommigen zeggen geweld niet te schuwen. Ali is textielhandelaar: 'Ik wil openlijk voor mijn mening uit kunnen komen. Dat kan als het hier een democratie is zoals politici steeds zeggen. Ik zeg u dat wij verandering willen. Er moet een rechtvaardiger economisch systeem komen met rechtvaardige leiders aan het hoofd. Zoals onze burgemeester. Dat is een man die ervoor gezorgd heeft dat er hier water voor iedereen is gekomen. Het was hier eerst veel vuiler en je moest ambtenaren betalen voor hun diensten. Refah doet daar wat aan en het leger moet daar trots op zijn in plaats van ons moslims te willen tegenwerken.'

Ali zegt dat de Welzijnspartij met kracht van argumenten haar tegenstanders zal overtuigen als die openlijk de strijd aanbinden met de partij en haar aanhangers. Tien minuten later, na ruggespraak met collega's, is hij van mening veranderd. Op voorwaarde dat we zijn echte naam niet noemen - informanten van het leger zijn immers overal - vertelt hij dat de moslims in zijn wijk een eventuele confrontatie met het leger liever met wapens uitvechten dan met ideeën.

'Als het leger een coup pleegt dan zullen we weerstand bieden tot het einde. De Welzijnspartij zal vechten voor de rechten van moslims als de staat ons met wapens bestrijdt. Het is heel gemakkelijk om wapens aan te schaffen in Bulgarije, Irak en Iran. Wij zijn in oorlog met de staat. We zitten op de rug van een mes. Er hoeft maar een kleine kanteling plaats te vinden of de strijd in Turkije laait op', aldus Ali.

Maar de Fatih-fundamentalist benadrukt dat hij van Turkije geen islamitische staat wil maken. Zijn vrouw hoeft geen sluier te dragen als ze dat niet wil. Het gaat hem om een beter en rechtvaardiger economisch systeem en het enige rechtvaardige economische systeem is een islamitisch systeem. De elite verrijkt zich ten koste van het gewone volk uit Anatolië, dat zijn toevlucht heeft gezocht in de volkswijken van de steden; of in West-Europa.

Hét symbool van dat oude systeem is vice-premier en minister van Buitenlandse Zaken Tansu Çiller, wier partij als coalitiegenoot de regering van premier Erbakan aan een meerderheid helpt. Als het gesprek op Çiller komt, hebben de meeste Turken het over 'die vrouw'. Een aartsopportunist of een dief, zeggen anderen. Zij wordt samen met haar man verdacht van corruptie op mega-schaal en klampt zich vast aan de coalitie met Erbakan om maar verschoond te blijven van processen.

Ali en zijn medehandelaren wijzen dan met trots op de burgemeesters van de Welzijnspartij, die inmiddels de macht hebben veroverd in Istanbul, Ankara, Konya en nog meer dan twintig andere belangrijke steden. Met de komst van de islam zal er voorgoed een einde komen aan diefstal en corruptie. De gekozen burgemeesters zijn een voorpost van de nieuwe tijd. Zo geloven de fundamentalisten met rotsvast vertrouwen.

Het is iets meer dan een jaar geleden dat Erbakan zijn grootste verkiezingsoverwinning behaalde. Bijna twintig procent van de stemmers koos voor Refah, een verdubbeling vergeleken met 1991. Vooral de overwinning in Istanbul en Ankara verbaasde veel Turken. In Istanbul woont eenzesde van de 65 miljoen inwoners van Turkije. Net als de hoofdstad Ankara gold de metropool als bastion van secularisme. Twintig jaar lang had gematigd links in deze steden de macht gehad. Van de ene dag op de andere was dat afgelopen.

Refah-burgemeester Erdogan van Istanbul heeft, net als zijn collega van Ankara, een eind gemaakt aan de ergste vormen van corruptie, zo wordt algemeen beaamd. De wachttijden voor vergunningen zijn aanzienlijk verkort. De infrastructuur van de steden is verbeterd. De luchtvervuiling is nog steeds groot, maar sterk afgenomen sinds beide steden van bruinkool- op gasverwarming zijn overgestapt.

Het uitbannen van alcohol lijkt nog niet echt gelukt en ook de bordelen onder staatstoezicht draaien nog volop. De geplande reusachtige moskee op het Taksiem-plein in Istanbul, het uitgaanscentrum, die bedoeld is als eigentijdse variant van de moskee van Sultan Mehmet, bestaat vooralsnog alleen op papier. Datzelfde geldt voor de geplande moskee bij de regeringsgebouwen in Ankara.

De reactie van de straat op de druk van het leger wordt half mei goed zichtbaar. Op deze fraaie zondag lijkt heel het centrum van Istanbul op de wijk Fatih. De droom van de Welzijnspartij wordt even werkelijkheid. Ruim honderdduizend doorgaans jonge Refah-aanhangers marcheren richting Blauwe Moskee en Aya Sofya. Het aantal mannen met tulband, vrouwen met sluiers en jongeren met pro-islamitische banieren in het centrum van de stad zal zelden zo groot geweest zijn. In een onafzienbare stoet protesteren de demonstranten tegen de voorgenomen inperking van het imam-hatip onderwijs en vóór Refah.

In de ogen van de aanhangers van Erbakan zijn de imam-hatip scholen, die opleiden tot islamitisch voorganger, de enige mogelijkheid voor gewone moslimkinderen om carrière te maken. Privé-scholen zijn te duur en de staatsscholen zijn notoir slecht. De meeste islamitische scholen zijn opgericht door ouders. Zij betitelen hun tegenstanders in de Turkse staat als 'seculiere fundamentalisten' die hun kinderen de kans willen ontnemen op een goede, islamitische opleiding.

Het leger ziet dat anders. Want niet iedereen wordt imam als hij de imam-hatip school heeft doorlopen.

Per jaar heeft het land tweeduizend imams nodig. Maar de scholen leiden tienduizenden leerlingen op. Met hun opleiding komen zij in aanmerking voor banen in staatsinstellingen, inclusief het leger, waardoor het fundamentalisme in vrijwel alle overheidsorganen is doorgedrongen.

De demonstranten zijn deze middag buitengewoon fel. Met spreekkoren tarten jongeren openlijk het leger om in te grijpen. 'Wat hebben we aan democratie als we het leger niet mogen bekritiseren', schreeuwen ze, terwijl ze de legertop bespotten. Sommigen klimmen op het dak van de Aya Sofya, nu een staatsmuseum, en ontvouwen vlaggen in de groene kleur van de islam. Het is hun droom dat dit museum weer een moskee wordt. Wie de Aya Sofya heeft veroverd, zal heel Turkije veroveren.

Oproerpolitie haalt de jongeren van de top en arresteert ze. De sfeer is gespannen. Wie geen leuzen meeschreeuwt of er niet als een moslim uitziet, doet er inmiddels goed aan de stoet te verlaten. 'Jullie horen hier niet, ik zie het, ik ruik het, weg jullie', schreeuwt een bebaarde jongeman en duwt een Turkse journalist met geweld weg.

Vanaf het begin van de regeerperiode van Erbakan hebben het leger en de top van de Turkse zakenwereld zich tegen de groeiende invloed van de Welzijnspartij gekeerd. Zij zijn traditioneel op het Westen georiënteerd, terwijl Erbakan en de zijnen juist de banden met landen als Libië en Saudi-Arabië aanhalen. Maar er is ook respect voor Refah.

Een vooraanstaand zakenman is Cem Kozlu, die in de Verenigde Staten zijn doctorsgraad economie behaalde. Hij was parlementslid, directeur van Turkish Airlines en is nu voor 's werelds bekendste frisdrankenconcern regiodirecteur in Turkije en de Centraal-Aziatische republieken. Hij noemt Refah 'de modernste partij van Turkije'.

Kozlu: 'Zij staat het dichtst bij de gewone man. Haar leiders hebben niet de uitbundige levensstijl die andere politici er op na houden. Ze werken hard en hebben veel succes. De andere partijen zitten in een soort depressie. Ze weten niet wat ze moeten beginnen. De islam is sexy en het secularisme van de andere partijen niet. Het trekt geen stemmen.'

De econoom verklaart de toegenomen spanningen in Turkije uit het feit dat Kemal Atatürk in het begin van deze eeuw de seculiere staatsvorm van bovenaf heeft opgelegd. In Europa zijn de natie-staten van onderop ontstaan. Gesteund door het volk. Een groot gedeelte van het Turkse volk blijkt de huidige Turkse staat nu als een verwerpelijke schepping van een verwesterde elite te beschouwen. Een vijfde van de bevolking stemde daarom op Refah.

Kozlu zelf gelooft geen moment dat Turkije een islamitische staat zal worden: 'Ik denk dat de democratie bij de Welzijnspartij te grabbel gegooid zal worden. Dat zal het leger niet tolereren. Dan grijpt het in en het volk heeft een groot respect voor het leger. Uiteindelijk hebben ook in andere landen de zogenoemde islamitische leiders met hun islamitische thema's nog bitter weinig bereikt. Economisch gezien doen deze staten het ook niet goed.'

De Turkse economie groeide het afgelopen jaar met acht procent. De Turkse markt behoort tot één van de tien grootste groeimarkten ter wereld en Istanbul wordt voor steeds meer multinationals de uitvalsbasis voor handel met de Centraal-Aziatische republieken. Zeker nu de gigantische voorraden gas en olie in het gebied van de Kaspische Zee ontgonnen gaan worden.

Kozlu heeft voor de komende drie jaar 200 miljoen dollar geïnvesteerd in de Kaukasus en Centraal-Azië: 'De Turkse economie is vitaal en heeft een eigen dynamiek. Ze verwijdert zich steeds verder van de rokerige kamers in Ankara. Economie en politiek zijn twee verschillende dingen. Sommigen willen bij de islamitische wereld horen. Maar u kunt er zeker van zijn dat Turkije zich nooit zal aansluiten bij de islamitische wereld. De islamitische leiders kunnen het zich ook niet veroorloven de aansluiting bij het Westen te missen.'

De belangrijkste vraag die diplomaten, militairen, zakenlieden en academici in Turkije zich stellen, is wanneer de Welzijnspartij het zal aandurven de samenleving haar denkbeelden metterdaad op te leggen. In de steden heeft zij daartoe al voldoende macht. En zal de partij, als zij door het democratisch stelsel in staat wordt gesteld verder te groeien, diezelfde democratie niet om zeep helpen?

De bevolking is zich door de opkomst van de partij in ieder geval gaan realiseren dat de seculiere staatsinrichting geen vaststaand gegeven is. Bovendien heeft zij meer oog gekregen voor de sociale ongelijkheid. De werkloosheid is enorm en de kloof tussen de rijken die profiteren van de groei van de economie en de rest van de bevolking, wordt groter. Refah kanaliseert de onvrede.

'De Welzijnspartij is buitengewoon goed georganiseerd', zegt Sencer Ayata, een in Engeland opgeleide socioloog die hoogleraar is aan de Middle East Technical University in Ankara. Hij is gespecialiseerd in de rol van de islam in de Turkse samenleving. 'Haar aanhangers zoeken de mensen op in hun huizen en tonen sympathie voor hun dagelijks strijd. Naast medeleven biedt Refah ook materiële steun, zoals medische zorg, voedsel, brandstof, hulp bij het zoeken naar werk. Net als de tariqats vangen ze studenten op.'

Volgens Ayata zijn er honderdduizenden jongeren die zich tot Refah aangetrokken voelen. 'De partij gaat heel individueel te werk. Ze wint informatie in over iedere stemmer en potentiële stemmer. Dat schept een band waar geen andere partij aan kan tippen.'

De partij weet haar aanhangers er voorts van te overtuigen dat de zwakheid en achterlijkheid van de maatschappij niet aan de islam te wijten is, maar aan het Westen dat de moslims zou onderdrukken. Net als de Nakëibendi's is de partij ervan overtuigd dat een morele herbewapening nodig is om de huidige situatie te boven te komen. Dat vraagt om een strijd tegen het Westen.

Ayata: 'In de nabije toekomst zal de maatschappij volgens de Welzijnspartij niet op ''macht'' maar op 'recht'' gebaseerd zijn. Dan zal de lang verwachte ''rechtvaardige orde'' aanbreken.' Om dat te bereiken is Refah een nieuwe weg ingeslagen. Een weg die geen islamitische partij of stroming in de lange Turkse geschiedenis ooit heeft bewandeld: een alliantie met de armen tegen de staat.

Ayata: 'Daarom bouwen de fundamentalisten aan een eigen samenleving die afgeschot wordt van de rest. Ze werken aan een parallel economisch, sociaal en juridisch systeem en worden daarin gesteund door de have nots in Turkije en West-Europa, die in Refah hun enige bondgenoot zien.'

Intellectuelen als Ayata geloven niet dat Turkije een islamitische republiek zal worden. Misschien dat een groepje ontevreden fundamentalisten aanslagen zal uitvoeren zoals in Algerije, als Refah haar plannen niet kan doorzetten. Het merendeel van de mensen wil gewoon in een land leven waarin er voor de sterk groeiende bevolking voldoende economische mogelijkheden zijn. Ook een openlijke militaire coup lijkt hem niet waarschijnlijk, omdat dat in het Westen slecht zou vallen.

Turkije zal volgens de hoogleraar hoogstens wat meer op Iran gaan lijken als Refah blijft winnen. Er komt dan een verbod op alcohol, de positie van vrouwen verslechtert verder, tulband en chador worden vaker zichtbaar en er zullen gescheiden scholen komen voor jongens en meisjes.

Ayata: 'Maar dat is niet het ergste. Het ergste is dat het deze fundamentalistische avonturiers jaren zal kosten voordat ze doorhebben dat hun weg doodloopt. Dat kan Turkije zich niet veroorloven. Deze fundamentalisten zijn zo middelmatig. Ze zien niet dat cultuur in een moderne samenleving en in metropolen als Ankara en Istanbul van essentieel belang is.

'Fundamentalisten respecteren computers, maar ze minachten wetenschap en houden niet van kunst, literatuur en muziek. Juist nu constateer je een enorme belangstelling van jongeren voor cultuur. Ze zijn gretig, nieuwsgierig en overal kun je boeken kopen. Jongeren gaan naar films en discussiëren over hun toekomst. Het fundamentalisme betekent stilstand en vervolgens achteruitgang. Dat kan Turkije zich niet veroorloven.'

Meer over