Turnwedstrijd in de rechtszaal

Jeffrey Wammes zei dinsdag dat de turnbond niet Zonderland maar hem naar de Spelen moet sturen.

VAN ONZE VERSLAGGEVER JOHN VOLKERS

ZUTPHEN - 'Dit is wel erg ingewikkeld.' Rechter Dirk Vergunst van de rechtbank van Zutphen vond dinsdag twee partijen tegenover zich, uit de nationale turnwereld, die goochelden met de betekenis van termen als kwalificatie, nominatie en vormbehoud. De verzuchting van Vergunst kwam na afloop van het twee uur durende kort geding.

De zaak in Zutphen is aangespannen door topturner Jeffrey Wammes. De Amsterdammer kan en wil zich niet neerleggen bij de beslissing van de turnbond KNGU om zijn rivaal Epke Zonderland voor te dragen voor de Olympische Spelen in Londen. Zijn advocaat Paul Scholten eiste gisteren intrekking van het besluit Zonderland 'aan te wijzen' en cliënt Wammes af te vaardigen.

Het kamp-Wammes gaat ervan uit dat Zonderland is aangewezen, maar de KNGU wijst helemaal niet aan, zo betoogde advocate Mirjam Kerkhof namens de Koninklijke Nederlandse Gymnastiek Unie. De bond draagt slechts voor. Het Nederlands olympisch comité (NOC*NSF) 'besluit tot nominatie en kwalificatie na een schriftelijke voordracht van de KNGU', aldus de raadsvrouw.

Het volgende twistpunt tussen de partijen is de betekenis van kwalificatie. In het verleden stond olympische kwalificatie voor een combinatie van nominatie en vervolgens, in het olympisch jaar, vormbehoud tonen. In een olympisch jaar is ook 'directe kwalificatie' mogelijk.

De KNGU stelt dat de verrichting van Epke Zonderland, vorig jaar bij de WK in Japan, gelijkstond aan kwalificatie. Voor eenieder was dat destijds niet meer dan een nominatie, zelfs in Zonderlands eigen ogen.

Kerkhof betoogde dat vormbehoud niet wordt genoemd in de kwalificatie-eisen die NOC*NSF eerder op papier heeft vastgelegd. 'Vormbehoud maakt dus geen onderdeel uit van de kwalificatie-eis.'

De bevestiging van die visie is volgens haar gekomen van het olympisch comité zelf, dat op 13 februari per brief bevestigde dat Wammes én Zonderland aan de kwalificatie-eis hebben voldaan.

Onverwachte nederlaag

De semantische discussie overheerste het geding, waarover op dinsdag 6 maart uitspraak wordt gedaan. Scholten hield vol dat Wammes als enige voor de deadline van februari een olympische kwalificatie had gehaald. Dat was nota bene in de wedstrijd te Londen, het OTE, in januari.

Tijdens het Olympic Test Event (OTE) leed Wammes een onverwachte nederlaag tegen Zonderland in de meerkamp. Wammes is een ervaren meerkamper, terwijl zijn concurrent die zware inspanning drie jaar lang had moeten mijden. Maar Zonderland moest de vloer op voor zes toestellen om zijn laatste kans op een olympisch ticket zeker te stellen. Hij won het onderlinge duel.

Op een individueel onderdeel, rekstok, haalde Wammes echter zilver, in een gedecimeerd veld. Dat was goed voor vormbehoud van zijn nominatie.

Beide sporters hadden zich in 2011 genomineerd tijdens de WK in Tokio. Wammes werd daar 12de. Zonderland, vicewereldkampioen van 2009 en 2010, haalde de finale, waarin hij de stok aantikte met zijn voeten en als vijfde eindigde.

Medaillekans

Toen Zonderland in januari bij het OTE nog eens een mindere rekstokoefening produceerde (ter verzachting: hij was zeer gericht op de andere onderdelen van de zeskamp), werd hij niet de eerste Nederlander die voldeed aan alle eisen voor de Spelen. Wammes was hem voor.

Even daarna liet de turnbond weten Zonderland voor te dragen voor Londen 2012, op basis van diens grotere medaillekans. Wammes stapte toen naar de rechter.

Ook die 'medaillekans' vecht hij aan. Zijn advocaat Scholten stelt dat Wammes tijdens belangrijke wedstrijden qua punten dichter bij de wereldtop zat dan Zonderland. 'De KNGU wijst dan op het feit dat Zonderland tijdens de WK 5de is geworden, en Wammes 8ste. Maar dat is niet zo gek als wordt meegenomen dat drie rivalen van Zonderland in de finale op de grond terechtkwamen. De kans op een medaille wordt in onze opvatting afgemeten naar het puntenverschil, niet naar de plaats waar je eindigt.'

Zonderland haalde de voorbije drie jaar alle rekstokfinales van de grote toernooien. In 2011 werd hij zelfs Europees kampioen. Wammes haalde ook alle finales op sprong, maar hij bleef steeds steken in het tweede pootje van de ranglijst.

Vergunst doet over twee weken uitspraak. Hij vroeg Wammes een eventuele teleurstelling als een topsporter te incasseren. Scholten voorspelde al een hoger beroep in Arnhem.

OLYMPISCHE RECHTSZAKEN

Atlanta 1996

Beachvolleyballers Marko Klok en Michiel van der Kuip verloren hun kort geding voor de rechtbank in Arnhem tegen NOC*NSF. De rechter oordeelde dat het olympisch comité zich aan de afspraken met de nationale volleybalbond en de internationale volleybalbond had gehouden.

Athene 2004

Judoka Danielle Vriezema probeerde tevergeefs met een kort geding een startbewijs af te dwingen voor de EK, om haar kansen op kwalificatie voor Athene te behouden. Ze vond dat ze daar op basis van haar hogere plaats op de Europese ranglijst recht op had.

Turnster Loes Linders verloor het kort geding dat haar ouders hadden aangespannen tegen NOC*NSF, waarin werd gevorderd dat zij tijdens de EK in Amsterdam wel had voldaan aan de olympische kwalificatienormen. Uitgangspunt in het vonnis was dat NOC*NSF zelfstandig beslist over kwalificatie en daarbij is gebonden aan het reglement normen en limieten. Toepassing van de regels vereist interpretatie van de regels.

Peking 2008

Judoka Grim Vuijsters wendde zich tot de rechter omdat hij in de aanloop van de Spelen in de klasse boven 100 kilo beter presteerde dan concurrent Dennis van der Geest. Toch mocht Van der Geest naar Peking. De rechter besliste dat de judobond juist had gehandeld.

Joyce van Baaren dwong middels een kort geding in Arnhem met succes een plaats af in de Nederlandse taekwondoploeg voor het olympisch kwalificatietoernooi in Istanboel. Door de uitspraak mocht Deborah Louz, die de voorkeur van de bondscoach en de topsportcoördinator had, niet naar dat toernooi.

undefined

Meer over