Turkse pop schaakte als de beste

Voor achttiende-eeuwers was een schaakspelende machine slechts een tikkeltje eigenaardiger dan een stoommachine, beweert de Engelse wetenschapsjournalist Tom Standage in The Mechanical Turk (Allan Lane, import Penguin Benelux; fl 55,95)....

Jan Joost Lindner

Hij vertelt het hilarische verhaal van de schaakmachine, met een pop gekleed als Turkse tovenaar, die vanaf 1770 zo'n zeventig jaar lang talloze mensen verbaasde, zalen vol deed stromen en duizenden pennen in beweging bracht. Met schokkerige gebaren deed de Turk zeer sterke zetten en alleen de allergrootsten uit Londen en Parijs bleven hem de baas. De topspelers van New-York beten in het zand.

Het verhaal is bekend, maar Standage vertelt het met smaak en in detail en hij legt (anders dan de schrijvende schakers) verbindingen met de ontwikkeling van de techniek in het algemeen, ook met de huidige schaakcomputers. In het Engeland van de beginnende industriële revolutie werd zelfs geredeneerd dat als een machine kan schaken, een andere machine toch zeker ook razendsnel moest kunnen spinnen en weven. Zo was een Oostenrijkse belazertruc (want dat was de Turk) het begin van een grote stap voorwaarts in de Engelse textielindustrie.

De Turk was in 1770 gemaakt door de uitvinder en hoge ambtenaar Wolfgang von Kempelen, die zich met keizerin Maria Theresia ergerde aan chauvinistisch Frans gesnoef over tamelijk triviale speelautomaten. Von Kempelen suggereerde dat sprake was van een echte schaakmachine door allerlei loze mechanieken in de 'automaat' in te bouwen en elke partij vooraf te laten gaan door een uitvoerige demonstratie van het inwendige, waaruit zou blijken dat geen echte schaker zich hier kon verbergen. Maar algauw werd erover gespeculeerd dat een kind of dwerg wél in de benauwde ruimte zou passen.

In werkelijkheid zat de Weense schaakmeester Johann Allgaier (nog steeds bekend wegens een vreemd gambiet) erin. Hij was weliswaar een klein mannetje, maar zijn opvolger in de Verenigde Staten, William Schlumberger, was dat allerminst. Het ingenieuze van de machine was een stelsel van bewegende panelen en een glijdende stoel. De schaker kon na de demonstratie ongemerkt in de machine glijden en daar rechtop zittend de Turk zijn zetten laten doen. Schlumberger werd eenmaal betrapt door jongetjes die op het dak waren gekropen, maar ze werden niet geloofd.

Niemand kon naar de precieze werking gissen, hoewel de schrijver Edgar Allan Poe in de buurt kwam. De zaak werd pas duidelijk toen de laatste bediener van de Turk, Johann Nepomuk Maelzel, onverwacht stierf en de machine werd gekocht door een Amerikaanse zakenman. Het apparaat werd alleen nog in kleine kring gebruikt en stond daarna te verstoffen in het Chinese Museum in Philadelphia. Toen daar in 1854 brand uitbrak, had de Turk nog wel gered kunnen worden, maar niemand dacht eraan.

Overigens was Charles Babbage, de uitvinder van de rekenmachine, er begin negentiende eeuw al van overtuigd dat een machine zou kunnen schaken. Maar dat gebeurde pas ruim honderddertig jaar later.

Meer over