Turkse leger, een belangengroep met zware wapens

Eind augustus legt generaal Karadayi, de Turkse opperbevelhebber, zijn functie neer. Zal met zijn vertrek het leger zijn plaats als dominante factor in de samenleving kwijtraken?...

Van onze buitenlandredactie

AMSTERDAM

Wie de opvolger van de Turkse chef-staf Karadayi zal worden is nog niet officieel naar buiten gebracht. De bevelhebber van de landmacht, Huseyin Kivrikoglu, gooit de hoogste ogen. Van hem is weinig bekend, hij geeft nooit interviews en onthoudt zich van openbare optredens.

Veel Turken zijn van mening dat de militairen zich minder moeten bemoeien met de dagelijkse gang van zaken in het land. Onder hen bevinden zich tal van politici.

Dat voorzitter Recai Kutan van de Partij van de Deugd (Fazilet) vindt dat de militairen wat vaker in de kazernes moeten blijven, mag geen verrassing zijn. Tenslotte dwong de Nationale Veiligheidsraad, die door hoge militairen wordt beheerst, vorig jaar juni de islamistische premier Necmettin Erbakan tot aftreden. Aan deze 'coup' waren maandenlange strubbelingen tussen leger en regering vooraf gegaan. Erbakans Welzijnspartij (Refah) werd begin dit jaar verboden. Refah werd omgebouwd tot Fazilet, waar de meeste Refah-parlementariërs onderdak hebben gevonden.

Maar ook oud-premier Bulent Ecevit heeft zijn bedenkingen tegen de politieke rol van het leger. De huidige vice-premier die met zijn Partij van Democratisch Links een coalitie vormt met de Moederlandpartij van minister-president Mesut Yilmaz, spuide woensdag kritiek op het leger, overigens zonder het woord 'militairen' in de mond te nemen.

Hij reageerde op een uitspraken van generaal Cevir Bir, de tweede man van de generale staf. Deze zei begin deze week dat het fundamentalisme nog steeds staatsvijand nummer één is. Bir riep het parlement op een aantal anti-islamistische wetten aan te nemen. De generaal onthulde dat het leger in mei in het geheim een verkiezingsonderzoek had laten uitvoeren waarbij de Fazilet Partij als de grootste uit de bus kwam.

Ecevit hekelde pogingen om het 'fundamentalistische gevaar' te demoniseren, omdat zo de suggestie wordt gewekt dat de beweging niet kan worden bestreden met democratische middelen. 'De staat zal niet worden beschermd door de gevoelens van religieuze burgers te kwetsen', aldus Ecevit.

Kutan van de islamistische Fazilet greep de uitval van generaal Bir dankbaar aan. Als Fazilet de grootste zou worden en 'bepaalde instituties' (lees: de militairen) accepteren de wil van het volk niet, wat heeft het dan voor zin miljarden uit te geven aan verkiezingen? 'Aan welke kant zult u dan staan', riep hij het leger met gevoel voor dramatiek toe op een partijbijeenkomst, 'zult u een timide konijn zijn of een brullende leeuw? Dat zijn vragen die moeten worden beantwoord voor de verkiezingen, anders zijn ze zinloos'.

Onder generaal Karadayi heeft het leger inderdaad zijn greep op het dagelijks leven geweldig versterkt. Door de versnippering van het politieke landschap zijn comfortabele parlementaire meerderheden in Turkije onmogelijk en is een wankele coalitie het maximaal haalbare. Bovendien deugt er weinig van de politieke klasse die zich vooral lijkt bezig te houden met onderlinge geschillen en persoonlijke verrijking.

In dat vacuüm gedijt het leger. Daardoor voeren de militairen de buitenlandse politiek (Karadayi ging notabene zelf bij aartsvijand Griekenland op bezoek), en ook de binnenlandse: zie de oorlog tegen de Koerdische PKK, maar ook de campagne tegen het islamisme. Zij strijden binnenslands tegen journalisten en schrijvers, tegen bedrijven die ervan verdacht worden islamistische sympathieën te koesteren en ga maar door.

En sommige militairen zijn in (ondergrondse) zaken gegaan. In brede kring wordt het vermoeden uitgesproken dat hoge militairen betrokken zijn bij de internationale drugshandel en bij het elimineren van tegenstanders. 'Zij zijn een belangengroep met zware wapens geworden', zoals een commentator het onlangs uitdrukte.

Sommige waarnemers denken dat generaal Kivrikoglu, als hij opperbevelhebber wordt, de politieke en maatschappelijke rol van het leger zal verkleinen. Zij geloven dat hij een aantal hoge officieren die nu de anti-fundamentalistische campagnes hebben geleid, zal overplaatsen.

Ofschoon Kivrikoglu een overtuigde anti-islamist is, is hij geen activist. En, in tegenstelling tot zijn collega Karadayi schijnt hij iets meer vertrouwen te hebben in premier Yilmaz. Kortom, Kivrikoglu is meer een militaire technocraat dan een politieke militair, is de veronderstelling.

Anderzijds sprak Kivrikoglu in maart van dit jaar tijdens de beëdiging van jonge officieren in Ankara duidelijke taal: de Turkse strijdkrachten moeten koste wat kost met alle middelen vechten tegen het fundamentalisme en de dreiging van terrorisme; dat mandaat hebben zij gekregen van het Turkse volk. Dat zijn bepaald geen woorden van een bevelhebber die zijn soldaten liever binnen de kazernemuren ziet excerceren.

Eric Outshoorn

Meer over