REPORTAGE

Turks leger en PKK hebben niks op met mensenrechten

Van de mensenrechten trekt niemand zich meer veel aan in het Koerdische deel van Turkije: het leger is als vanouds meedogenloos en PKK-strijders plegen misdaden.

Rob Vreeken
Inwoners van de Koerdische stad Cizre in Zuidoost-Turkije komen in september weer naar buiten na een legeroperatie. Beeld AP
Inwoners van de Koerdische stad Cizre in Zuidoost-Turkije komen in september weer naar buiten na een legeroperatie.Beeld AP

De Turkse staat en de Koerdische PKK maken, nu zij hun oorlog hebben hervat, één gezamenlijk slachtoffer: de mensenrechten. De strijdkrachten treden met gepantserde vuist op tegen Koerdische militanten. Terreuracties van de PKK treffen politieagenten die part noch deel hebben aan het conflict. Bovendien kan van uitbreiding van de culturele en politieke rechten van de Koerdische minderheid in deze omstandigheden geen sprake zijn.

'Wat de PKK doet is absoluut onaanvaardbaar. Gewone politieagenten worden in hun slaap doodgeschoten, of voor de ogen van hun kinderen', zegt de Turkse mensenrechtenactivist Orhan Kemal Cengiz. 'Maar ook wat de staat doet is vreselijk. Het lijkt erop dat we terugkeren naar de jaren negentig, toen het geweld tussen de staat en de PKK op zijn hoogtepunt was.'

'De slag om Cizre'

Actuele beelden in de tv-journaals roepen herinneringen op aan die tijd. Bijna dagelijks worden met militaire eer jonge soldaten en agenten ter aarde besteld, omgekomen door bermbommen of beschietingen door PKK-strijders. Het leger antwoordt snoeihard in Koerdische steden en dorpen, operaties die zich veelal aan onafhankelijke waarneming onttrekken.

Vragen zijn er vooral over 'de slag om Cizre'. Deze Koerdische stad in het zuidoosten van Turkije was vorige maand negen dagen van de buitenwereld afgesloten. Het leger was in de straten van het omsingelde Cizre verwikkeld in een halve stadsguerrilla met strijders en jonge aanhangers van de PKK, die er 'politieke autonomie' hadden uitgeroepen.

Pas daarna konden journalisten en mensenrechtenbeschermers de schade opnemen. Zij zagen barricades, vernielde huizen en kogelgaten alom. Doodsbange burgers hadden zich dagenlang schuil gehouden, zonder elektriciteit, voedsel en stromend water. Ruim dertig PKK-strijders kwamen om, onduidelijkheid bestaat over het aantal burgerdoden. Volgens de autoriteiten één. Volgens Koerdische bronnen 21, onder wie een baby en een bejaarde.

Mensen op straat in Cizre na gevechten tussen de PKK en het Turkse leger in september. Beeld AFP
Mensen op straat in Cizre na gevechten tussen de PKK en het Turkse leger in september.Beeld AFP
Mensen bekijken op straat de schade van gevechten tussen het Turkse leger en PKK-strijders in Cizre in september. Beeld AFP
Mensen bekijken op straat de schade van gevechten tussen het Turkse leger en PKK-strijders in Cizre in september.Beeld AFP

Pieken en dalen

Het is een curve met pieken en dalen, die van de stand van de mensenrechten in Turkije. Een diep dal in de jaren negentig: op het Koerdische platteland hield het leger huis, in Ankara hadden de generaals het laatste woord en in Turkse gevangenissen was foltering troef, niet alleen voor Koerdische gedetineerden.

Daarna ging de curve omhoog. De AKP-regering van premier - tegenwoordig president -Tayyip Erdogan zette grote stappen in de richting van lidmaatschap van de Europese Unie en maakte serieus werk van democratische hervormingen.

Het ging over de gehele linie beter met de mensenrechten, niet alleen omdat de doodstraf werd afgeschaft. Ook de culturele rechten van de Koerdische minderheid werden eindelijk een beetje serieus genomen. De Koerdische taal werd erkend, er kwamen Koerdische tv-zenders, onderwijs in het Koerdisch werd mondjesmaat mogelijk.

De Turkse president Recep Tayyip Erdogan. Beeld AFP
De Turkse president Recep Tayyip Erdogan.Beeld AFP

Een lichtpunt

Een paar jaar geleden volgde een dip. Het EU-momentum stokte, Erdogan kreeg steeds meer autoritaire neigingen. Human Rights Watch publiceerde in september 2014 een rapport met de titel Turkey's Human Rights Rollback. De AKP toont 'toenemende intolerantie voor politieke oppositie, publiek protest en kritische media', aldus HRW.

Het rapport bevatte echter één lichtpunt: de rechten van de Koerden. Het vredesproces tussen de staat en de PKK 'biedt grote mogelijkheden', doordat er wellicht iets wordt gedaan aan 'het tekort aan rechten voor Koerden'.

Dat was een jaar geleden. Intussen is de situatie dramatisch veranderd. Het vredesproces is dood en begraven. Niks 'grote mogelijkheden'. Boven het recentste bericht van HRW over het Koerdische zuidoosten van Turkije staat veelzeggend: 'Geslagen en met de dood bedreigd door de politie'.

Monsterlijke daden

Maar dat is één kant van de medaille. Ook de PKK bezondigt zich aan 'monsterlijke daden', volgens Cengiz, journalist en oud-voorzitter van de Human Rights Agenda Association (IHGD), een Turkse mensenrechtenorganisatie. 'Het zou niet eerlijk zijn alleen de regering de schuld te geven van de vreselijke situatie waar we in zitten', schreef hij 8 september in zijn column in de krant Today's Zaman. 'Er is ook de PKK, die extreem gewelddadig is en geen regels kent in wat het een oorlog met de Turkse staat noemt.'

Op 22 juli bijvoorbeeld gaven PKK-strijders twee jonge politieagenten in Ceylanpinar een nekschot, terwijl zij thuis lagen te slapen. Militairen werden later in bijzijn van hun gezin vermoord. In Diyarbakir, de grootste Koerdische stad, werden twee verkeersagenten naar een zogenaamd verkeersongeval gelokt en ter plekke doodgeschoten. Cengiz: 'Wat hebben deze verkeersagenten te maken met de oorlog met de Turkse staat?'

De misdragingen van de PKK hebben een lange voorgeschiedenis. De van oorsprong marxistisch-leninistische organisatie is financieel 'in toenemende mate afhankelijk geworden van drugssmokkel (...) en afdrachten uit de Koerdische gemeenschappen in Europa', schrijft oud-europarlementariër Joost Lagendijk in zijn boek De Turken komen eraan!. Vaak gaat dat 'gepaard met afpersing en gebruik van geweld'. Leider Abdullah Öcalan valt op 'door zijn genadeloze afrekening met politieke rivalen'.

PKK-strijders in Bismil in september. Beeld AFP
PKK-strijders in Bismil in september.Beeld AFP

Netter

Toch is de PKK zich de afgelopen jaren in eigen kring netter gaan gedragen, zegt onderzoeker Roberto Frafrini van IHGD, een mensenrechtenorganisatie in Ankara. 'Het voornaamste doelwit is het leger.' Ook Lagendijk heeft de indruk dat 'de cultuur van interne liquidaties' is afgezwakt.

Vanuit zijn cel op het eilandje Imrali stuurt Öcalan traktaten de wereld in over ecologie, basisdemocratie en vrouwenrechten. Met de regering was hij betrokken bij gesprekken over een politieke oplossing van het Turks-Koerdisch conflict. Die leek weer een stukje naderbij te komen door de uitstekende score (13 procent) van de Koerdische partij HDP bij de parlementsverkiezingen van 7 juni, maar dat pakte geheel anders uit.

De HDP wordt nu gemangeld in de gewelddadige confrontatie tussen de Turkse staat en de PKK. Wat Erdogan daarbij voor ogen staat, is wel duidelijk: bij de verkiezingen van 1 november de HDP terug onder de kiesdrempel van 10 procent jagen.

Escalatie

Maar de PKK? De Koerdische Arbeiderspartij, zoals de naam voluit luidt, geeft Erdogan op een presenteerblaadje wat hij lijkt te willen: escalatie. De Koerdische burgers raken door het geweld in het defensief, hun vreedzame politieke stem (de HDP) wordt gemarginaliseerd.

Maar dit is precies waar de PKK op uit is, menen sommige waarnemers. 'De meeste schade aan de HDP wordt aangericht door de PKK', schrijft Lagendijk in zijn column in Today's Zaman. Hij noemt de beweging 'de molensteen om de nek' van de Koerden. Het offensief van de PKK is volgens hem geen overreactie, maar een doelbewuste poging van Koerdische hardliners om te voorkomen dat HDP-politici - in plaats van guerrillastrijders - het voortouw nemen in het behartigen van de Koerdische zaak.

Het is in het verleden altijd zo gegaan, licht Lagendijk toe. 'Zodra Koerdische politici opkwamen en prominent werden, werden ze afgeserveerd. Er is maar één baas en dat is Öcalan. Door de opkomst van de HDP kwam dat model onder druk te staan.'

Overigens twijfelt hij er niet aan dat over de strategie van geweld in Koerdische kring momenteel heftig wordt gediscussieerd. Mogelijk leidt dat ertoe dat Öcalan vóór 1 november met een oproep aan de PKK-strijders komt de wapens te laten zwijgen. 'Hij is de enige naar wie de radicale jongeren luisteren.'

Mensen dragen de kisten van slachtoffers van de aanslag in Ankara. Beeld EPA
Mensen dragen de kisten van slachtoffers van de aanslag in Ankara.Beeld EPA
Meer over