Turks Hof onderzoekt aanklacht tegen Çiller

Een Turkse rechtbank zal onderzoeken of ex-minister van Buitenlandse Zaken Tansu Çiller tijdens de vier jaar dat zij deel uitmaakte van een regering geld uit het buitenland heeft aangenomen om de Turkse nationale belangen schade toe te brengen....

Reuter

ANKARA

De hoogste openbare aanklager, Vural Savas, heeft het Veiligheidshof in Ankara gevraagd de beschuldigingen te onderzoeken die zijn geuit door de voorzitter van de linkse Arbeiderspartij, Dogu Perincek. Volgens Perincek heeft Çiller vanaf 1974 voor buitenlandse inlichtingendiensten gewerkt, zo zei officier van justitie Arif Gürses.

Çiller, die in de Verenigde Staten economie heeft gestudeerd, zou bovendien 'informatie hebben doorgegeven die in het kader van de staatsveiligheid geheim had moeten blijven', aldus Perincek.

Oud-minister Çiller heeft de beschuldigingen dinsdag ontkend. Zij trad maandag af als minister van Buitenlandse Zaken en vice-premier nadat zij een jaar een coalitieregering vormde met de islamistische premier Erbakan. Na een eerdere, kortstondige coalitie met de huidige premier Mesut Yilmaz (die maandag door president Demirel werd beëdigd) vormde Çiller in juni vorig jaar een regering met Erbakan. Tot het laatst had zij gezworen dat samenwerking met diens Welzijnspartij volstrekt ondenkbaar was.

De verrassende coalitie tussen de seculiere Partij van het Juiste Pad (DYP) en islamisten kwam tot stand nadat Erbakan bereid bleek zijn streven naar een parlementair onderzoek naar de vermeende corruptie van Çiller af te blazen. Beschuldigingen die eerder werden geuit door Yilmaz toen hij met Çiller een coalitieregering vormde.

In februari dit jaar leek Çiller toch bereid voor een parlementaire commissie te verschijnen, maar zij zegde die bijeenkomst af nadat een krappe parlementaire meerderheid besloot geen aanklacht bij het Hooggerechtshof tegen haar in te dienen.

Çiller wordt ervan verdacht zich persoonlijk te hebben verrijkt bij de privatisering van een elektriciteitsmaatschappij, een autofabriek en een hotelketen. In twee andere zaken, die volgens een parlementaire commissie 'duidelijk van politieke aard waren', werd zij van alle blaam gezuiverd.

In alle gevallen kon zij rekenen op de steun van de Welzijnspartij die zich tijdens de verkiezingscampagne van 1996 afficheerde als de partij van de schone handen.

Meer over