Turkije trekt zich weinig aan van Europa

Schoon schip maken en de aloude vijanden - de politieke islam en de Koerden - hard aanpakken. Dat is steeds de lijn geweest van het Turks establishment....

December 1999 is niet alleen letterlijk de vorige eeuw, ook figuurlijk lijkt het lang geleden dat de Europese Unie Turkije officieel toeliet als kandidaat-lid. De euforie over het besluit in Helsinki was van korte duur. De Turkse premier Bülent Ecevit beloofde dat Turkije binnen de kortste tijd volwaardig EU-lid zou zijn.

Economisch loopt het geweldig met het land, vond de premier, dankzij de dynamiek van de Turkse werknemers (en dankzij de nieuwe IMF-leningen, maar dat zei Ecevit er niet bij). Met andere woorden: binnen vier à vijf jaar zou het land zonder meer voldoen aan de economische criteria voor de EU. Westerse diplomaten geloven dat Turkije pas over vijftien of twintig jaar volwaardig EU-lid zal worden.

Het lijkt erop dat Ankara eerst intern orde op zaken wil stellen en, toegegeven, hier is die dynamiek zeker aanwezig. De pro-Koerdische Hadep-partij, die ruim dertig burgemeesterszetels behaalde bij de verkiezingen in april vorig jaar, wordt hard aangepakt.

De Hadep-burgemeesters van de drie grote steden in het Zuidoosten - Diyarbakir, Bingöl en Siirt - werden gearresteerd op verdenking van banden met de Koerdische Arbeiderspartij PKK. Justitie beschouwt Hadep als verlengstuk van de PKK en probeert de partij te verbieden. De drie werden na korte tijd vrijgelaten, ofschoon de aanklacht niet is ingetrokken.

De voortvarendheid van de actie tegen de Koerdische oppositie bracht een schrikreactie teweeg in Europa. De Turken zouden zich van nu af aan toch netjes aan de Europese normen en waarden gaan houden: de Koerdenleider Abdullah Öcalan niet terechtstellen en snel democratiseren op zijn Europees?

Dat is te optimistisch, concludeert een Turkse politicoloog in Ankara. Deze meent dat het Turkse establishment helemaal niet van plan is te democratiseren. 'Europa is veel te optimistisch geweest, de machthebbers willen hun positie helemaal niet opgeven.' Het begrip establishment veronderstelt overigens ten onrechte een eensgezinde groep. Zo eenvoudig is het niet, in Turkije bestaat de heersende macht uit facties.

De Leidse turkoloog prof. E.J. Zürcher vindt dat 'de naar buiten gerichtheid van Turkije' ernstig wordt overschat. 'Er is sprake van een zeer fanatiek Openbaar Ministerie, aanklager Vural Savas voorop, die zijn eigen agenda heeft. Wat Europa vindt, is voor hen volstrekt secundair, zij zijn erop uit Turkije te redden.'

Zürcher ziet twee lijnen in Ankara. De eerste wordt uitgestippeld door figuren als Ecevit en zijn minister van Buitenlandse Zaken Ismail Cem. Die koers is op Europa gericht en sluit zelfs concessies inzake Cyprus niet uit. De tweede lijn wordt bepaald door het leger en justitie. Zij hebben een sterk binnenlands gerichte agenda.

Zürcher: 'Ik sluit niet uit dat zij eerst in Turkije schoon schip willen maken en dan pas verder praten met de EU. Zij willen eerst het huis op orde hebben.'

Het orde op zaken stellen heeft ook betrekking op de acties tegen Hezbollah, een radicale islamistische groepering die zich een kleine tien jaar geleden manifesteerde in Zuidoost-Turkije. Eind januari werd het land opgeschrikt door de vondst van zestig verminkte lichamen, allemaal doelwitten van Hezbollah.

De politie deed invallen in huizen verspreid over het hele land. Niet alleen werden de slachtoffers opgegraven, ook werden video-opnamen gevonden die toonden dat de doden gruwelijk aan hun eind waren gekomen: doodgemarteld door deze strijders van de Partij van God.

Er zijn sterke aanwijzingen dat de staat Hezbollah gebruikte in de strijd tegen de PKK. Volgens Zürcher zijn die verdenkingen al zeven, acht jaar geleden geuit. Maar recent bleek dat sommige wapens die Hezbollah gebruikte halverwege de jaren negentig in het geheim waren aangeschaft door de toenmaige gouverneur van de provincie Batman, Salih Serman.

Deze had een duistere anti-terrorismegroep in het leven geroepen om tegen de PKK te vechten. Sarmen houdt vol dat hij daarvoor toestemming had van oppositieleidster Tansu Çiller, die destijds premier was. Op haar beurt zegt deze dat haar orders werden goedgekeurd door het leger. Honderden wapens van die schimmige contragroep zijn verdwenen en doken later op bij Hezbollah.

Vooral de islamistische Faziletpartij (de Partij van de Deugd) drong luidkeels aan op opheldering. Toen justitiële kringen Fazilet opnieuw bedreigden met een verbod en enkele leden ervan beschuldigde lid te zijn van Hezbollah, verstomde de kritiek. Binnen de geïntimideerde Fazilet klinken opeens geluiden dat de politieke islam als ideologie misschien wel ten einde loopt.

Dat laatste moet geruststellend zijn voor het seculiere establishment dat de politieke islam als een nog grotere bedreiging ziet voor de staat dan het Koerdisch nationalisme. 'Denk je dan dat het toevallig is dat juist nu het nieuws over Hezbollah naar buiten komt?', vraagt de Turkse politicoloog cynisch.

Meer over