Tuinder blijft vol Westland trouw

De glastuinbouw staat voor een enorme verhuis operatie. Maar de tuinders uit de huidige overvolle gebieden hebben geen haast, terwijl in de nieuwe regio's op ze wordt gewacht....

Van onze verslaggevers Marieke Aarden en Bart Dirks

Het klinkt als een mantra als Piet Bukman, oud-minister van Landbouw, de hoofdreden van tuinders noemt om niet uit Naaldwijk en omstreken te vertrekken. 'Het Westland is-het-Westland-is-het-Westland en het zal altijd zo-blijven-zo-blijven-zo-blijven', vat Bukman het credo in 's lands oudste glastuinbouwgebied samen. Aan Bukman, 'procesbegeleider nieuwe landbouwlocaties', tuinderszoon en CDA'er de taak hen toch tot verkassen over te halen.

De verouderde tuinbouwgebieden zijn al jaren geleden uit hun voegen gebarsten. Doodlopende laantjes van slechts 2,5 meter breed, kassen die soms tot aan de rand van de weg staan. Voor waterberging is amper ruimte.

Maar terwijl de oude locaties - onder andere het Westland en Aalsmeer - baat hebben bij verhuizende tuinders, verloopt de ontwikkeling van nieuwe tuinbouwlocaties in slakkengang. Veel provincies zien glastuinbouw liever gaan dan komen, en treuzelen met besluitvorming. En dan nog. 'Het gaat met de snelheid van een luis op een teerton', zegt R. Persoon, burgemeester van Bemmel en voorzitter van het Glastuinbouwproject Bergerden in die gemeente. 'Er moet een milieu-effectrapportage komen, de regering vergat een aantal Europese regels uit te voeren, en we krijgen geen geld uit een speciaal duurzaamheidspotje. Dat schiet niet op.'

Vijf, tien jaar geleden gold de bundeling van tuinders, veiling en voorlichting als de grote troef van het Westland. Maar die concentratie is geen noodzaak meer, nu de veilingfunctie voor groente grotendeels is weggevallen. Veel tuinders regelen hun afzet met supermarkten zelf. En sinds internet hoeft de voorlichting ook niet meer om de hoek te zitten.

Daar komt nog iets bij. Bukman: 'Je wilt een goede maatschappelijke inkleding van je sector. Met oog voor water, energie, logistiek. Kortom, voor duurzaamheid.'

De tuinbouw bloeit weer, na de inzinking begin jaren negentig. De schaalvergroting en de technologische vernieuwing zijn enorm. Volgens Bukman wil een aantal tuinders dit niet meer meemaken. 'Prima, maar zouden ze dan niet beter maar meteen stoppen?'

Inmiddels zitten de nieuwe locaties monter op de nieuwkomers te wachten. Maar nu de tuindersverhuizing zo moeizaam op gang komt, verslapt de geestdrift. Bukman denkt dat er wat meer smeerolie aan te pas moet komen. 'Een betere samenwerking tussen het Westland en de nieuwe gebieden. Een soort commitment.'

Vraag niet aan Bukman of de uitbreiding met tien locaties wel zinnig is, gezien de op handen zijnde uitbreiding van de Europese Unie met veel potentiële tuinbouwlanden. 'Al die verhalen dat de glastuinbouw het niet zou redden, zijn in het verleden niet uitgekomen. Italië, Bulgarije, Roemenië, Spanje, Marokko en Israël zouden achtereenvolgens de Nederlandse tuinbouw om zeep helpen. Niets werd bewaarheid. De Wasserbomben maakten plaats voor de smakelijker trostomaten.'

Tuinders zien een nieuwe dreiging als uitdaging. 'Hemel, die verhitte discussies tien jaar geleden over de vraag of Israëlische bloemen op onze veilingklok mochten. Het is nog steeds geen bedreiging.'

Volgens Bukman gaat de tuinbouwsector bovendien anders om met de afvallende collega's dan de rest van de landbouw. 'Tuinders accepteren dat dynamiek leidt tot uitdunning. Die dynamiek zit vooral onder de grotere tuinders en die vormen een minderheid.'

Het ministerie van VROM is minder positief over de tuinbouwsector. De tuinbouw is in planologische discussies de meest betwiste bestemming en staat te boek als de ultieme vorm van ruimtelijke verkwisting en vervuiling. Is er gezien de vele illegale werknemers, de hoge energielasten en de milieuvervuiling door bestrijdingsmiddelen in Nederland wel behoefte aan zo'n groeisector?

Jazeker, aldus Bukman. 'Ideaal is het zeker niet, maar toch. Het grootste deel van de arbeidskrachten is legaal. De aanslag op het milieu wordt sterk overdreven. De energiebesparing is enorm, ongewenste lichteffecten worden afgedekt en men stapt over op minder milieubelastende vormen van ziektebestrijding en grondontsmetting. En qua ruimtebeslag is het een kleintje. De hele sector past in de Wieringermeerpolder en dan hou je nog de helft over.'

Meer over