Tuin voor het zijn met een grote Z

Therapeutisch tuinieren wint terrein. Wie ziek of overspannen is geweest kan, langs een ‘creatiespiraal’, werken aan zijn herstel en reïntegratie....

Door Eric van den Berg

Het Twijfelgat is een gat in de grond, en daar moet je in schreeuwen. ‘Deksel eraf, gooi ‘t eruit, deksel erop (en verder gaan)’, luidt de aanwijzing op het bordje. Dat doe je in deze tuin: klagen bij de Klaagmuur van tak en steen, op een andere manier kijken door gaten in deFocuspaal, en keihard schreeuwen in een put. Dus: ‘Ik mag óóóók gelukkig zijn!!!’ Of: ‘Ik deug wèhèl!!!’

En dan gaat de deksel er weer op en is het weer stil in de tuin Green Time-out (en het nabijgelegen bos Elshof). De een schoffelt het pad, anderen wieden onkruid, of drinken koffie in de geelgroene pipowagen. Gewoon omdat ze daar aan toe zijn.

Het is lente! De tuin in. Dit keer de therapeutische tuin.

Franny (47) vindt bijna alles leuk in de tuin, waar ze sinds oktober een ochtend per week komt. Ze steekt paardenbloemen, knapt een tafeltje op, harkt wat – het ligt een beetje aan de dag. Vandaag heeft ze last van haar schouder, dus het wordt eerst maar eens iets lichts: schilderen. Ze kleurt de letters op een nieuw uithangbord: Buiten Beter Worden.

Dat komt zij hier doen. Ruim 32 jaar heeft ze voor een baas gewerkt, de laatste 10 jaar in de zorg, ineens werd ze ontslagen. En kwam ze erachter dat ze overwerkt was. ‘Ik doe hier nieuwe krachten op’, zegt ze, ‘de natuur geeft me innerlijke rust.’

Tuintherapeute Annette Beerens (39) houdt haar goed in de gaten. Als het even niet lukt, zegt ze: ‘Ga maar even bij het kacheltje zitten, of ga even op de bank liggen.’ En dat kan voor Franny al genoeg zijn om in tranen uit te barsten.

De therapeutische tuin van Beerens, aan de Rijksweg net buiten Nijmegen, biedt Franny houvast in haar poging te reïntegreren in het arbeidsproces. De tuin is er ook voor mensen die bij een psychotherapeut lopen, een psychose hebben gehad of bijvoorbeeld zijn teruggevallen in een alcohol- of drugsverslaving.

Net als muziek-, drama-, dans-, en beeldende therapie is de tuinvariant een creatieve therapie. Sinds een jaar kan het uitkeringsinstituut UWV tuinen als die in Nijmegen inschakelen als dat ten goede kan komen aan de reïntegratie van werklozen of tijdelijk arbeidsongeschikten. Ook (bedrijfs)artsen sturen patiënten door. De tuintherapie is niet enkel erkend, de aandacht ervoor is fors toegenomen. Aan de Kraaybeekerhof Academie in Driebergen, waar Beerens doceert, is tuintherapie inmiddels een zelfstandige tweejarige opleiding. Het aantal eerstejaarsstudenten is dit jaar toegenomen tot 23.

Schoffelen
‘Groen en gezondheid staan eindelijk helemaal in the picture’, zegt Beerens. ‘Ouderwets gezegd: we gaan terug naar de natuur. Het is een goedkope manier om beter te worden. Het maakt niet uit hoe je eruitziet, met dreadlocks of roze kleding, je staat hier gewoon te schoffelen.’

Hoewel, niets is hier zomaar gewoon. De tuin is gebaseerd op de ‘Creatiespiraal’, een stappenplan. Het doet denken aan een soort ganzenbord met veertien posities, van het ‘wensen’ bij de Wensput (‘je bent als een plantje dat nog moet groeien en alle mogelijkheden kan gaan benutten’) via het ‘uiten’ bij het Twijfelgat, naar het ‘handelen’ bij de aardbeien- en frambozenpluk. Het eindpunt is de ontspanning. Beerens: ‘Sommigen zijn al blij met vijf minuten rust per dag.’

Ogenschijnlijk standaard tuinklussen krijgen een nieuwe lading. Beerens: ‘Iemand die te veel is gefocust op structuur kan een ligusterhaag gaan snoeien. Je kunt dat strak en recht doen, omdat dat nou zo eenmaal hoort, maar waarom geen andere vorm, iets speelser? Iemand die juist meer structuur nodig heeft, kun je broccoli laten planten, allemaal strak op een rij, alles precies op gelijke afstand. Of als je niet kunt focussen: ga houthakken. Je moet echt weten waar dat scherpe ding terechtkomt.’

De tuin biedt licht tot zwaar werk. Chantal (52), al wat jaren in de bijstand, kiest vandaag voorlopig voor iets kleins: gras en onkruid trekken. Ze is lange tijd ziek geweest, en voelt zich nog te zwak om de kruiwagen te rijden. Ook zij hoopt hier aan te sterken en weer aan de slag te kunnen. ‘Buiten werken vind ik heerlijk. Ik heb overal nog spierpijn, maar ik kom tot mezelf’, zegt ze. Ze is net begonnen, en ‘zit dus op 1’ (de wensput). Daar wenst ze, al onkruid wiedend, dat ze over een tijdje ook een soort creatieve therapie kan gaan opzetten (buiten schilderen).

Lippenstift
Franny is zo enthousiast dat ze nu bij haar thuis ook een tuintje heeft gemaakt. ‘Het gaat steeds beter met Franny’, zegt Beerens, ‘je ziet haar nu ook vaker met lippenstift op, dan is ze blij.’ Franny, die een nieuwe toekomst ziet als receptioniste of gastvrouw, zit hier tot oktober, dat is het plan. In de laatste maanden gaat Beerens haar helpen met het zoeken van vacatures en solliciteren - ook dat hoort bij het reïntegratietraject. Franny: ‘Ik weet in elk geval dat de mens niet is gemaakt om tussen vier muren te werken.’

‘Het gaat hier om jezelf’, zegt Beerens. En in de taal van de tuin: om ‘het Zijn met een grote Z’. Niet om een leuk muurtje in de tuin dus gewoon omdat dat leuk is, maar om een muurtje dat de boze wereld buiten houdt. Met hier en daar een gele, blauwe en groene baksteen – soms snak je naar vrolijkheid.

Meer over