Tropische broedplaats voor topsprinters

Jamaicaanse atleten blinken uit op de sprint. Tijdens de vorige Spelen veroverde het kleine land zes gouden medailles. Wat is het geheim van Usain Bolt en co? 'Als je wilt dat ik een sprinter aflever, moet je me geen ezel geven.'

PARADIJS - Zou Usain Bolt de snelste mens zijn geworden als hij op Trinidad was geboren? Of op Barbados?

Op Jamaica staat die vraag gelijk aan heiligschennis. Bolt, net als Bob Marley, is niet los te zien van hun eiland, vinden veel bewoners. Sprinten is wat reggae vroeger was. Het maakt de Jamaicanen trots en geeft ze status, vooral in het buitenland. De snelste mensen, dat zijn zij.

Toch stelt Stephen Francis de beladen vraag op het universiteitscomplex in hoofdstad Kingston: 'Wat als Bolt niet van Jamaica kwam?' Hij heeft net training gegeven aan veertig atleten, onder wie topsprinter Asafa Powell en vier andere olympisch kampioenen. Hij hangt tegen een muurtje, in fluorescerende sportkleding.

Door zijn logge lijf oogt Francis niet als de grondlegger van de Jamaicaanse sprintsuccessen. Maar dat is hij wel. Hij begon in 1999 de eerste club voor profatleten. Ze hoefden niet langer naar Amerika om via een studiebeurs carrière te maken. Plotseling konden ze vanuit huis de wereld veroveren.

Dat lukte wonderwel. Bij de Olympische Spelen in Peking, in 2008, veroverde Jamaica zes gouden medailles. Het eiland bleek vooral sterk op de onderdelen met de hoogste snelheid, de kleinste verschillen en het meeste prestige: de 100 meter (mannen en vrouwen), de 200 meter (mannen en vrouwen ) en 4x100 meter (mannen).

Alleen de Verenigde Staten scoorden met zeven gouden atletiekmedailles iets beter, maar dat land telt bijna honderd maal zo veel inwoners als Jamaica (krap drie miljoen). Nederland, met ruim vijf keer zo veel inwoners als het Caribische eiland, behaalde in 1992 de laatste atletiekmedaille.

'Ik denk niet dat Bolt langzamer zou lopen als hij op Trinidad zou wonen', bast Francis achteloos. Dan veroorlooft hij zich een tweede provocatie, over de losbandige aard van Bolt.

'De kwestie met hem was eerder: hoe voorkom je dat hij zichzelf vernietigt?', zegt Francis. 'Als hij zichzelf niet zou vernietigen, niet kapot zou drinken bijvoorbeeld, dan zou hij altijd een groot atleet zijn geworden. Waar hij ook geboren zou zijn.'

Bolt is in de optiek van Francis een genetisch wonder, een freak of nature. Zijn prestaties zeggen niet veel over het raadselachtige succes van de Jamaicanen. Maar dat zich iets uitzonderlijks heeft voltrokken op het eiland, dat is Francis eens met iedereen die speurt naar verklaringen voor het sportieve wonder. Waarom is Jamaica het paradijs voor de sprint?

Snelle spiervezels

Zwarte atleten domineren de sprint al decennia. In olympische sprintfinales heeft een meerderheid van de atleten (deels) West-Afrikaanse wortels. Op de 100 meter bij de mannen is dat het zichtbaarst. Sinds 1980 heeft geen blanke atleet de finale gehaald.

De Fransman Christophe Lemaitre was twee jaar geleden de eerste blanke sprinter die onder de 10 seconden dook, als 72ste atleet, 42 jaar na de primeur van Jim Hines. De Amerikaan was de eerste die de 100 meter in minder dan tien tellen aflegde.

Jamaicanen behoren al decennia tot de sterkste sprinters. Herbert McKenley Lennox Miller, Don Quarrie, Merlene Ottey en Grace Jackson veroverden tussen 1952 en 2000 olympische medailles voor het eiland. Geboren Jamaicanen als Ben Johnson, Linford Christie en Donovan Bailey pakten zelfs goud op de 100 meter, al hadden zij de Canadese of Britse nationaliteit. (Johnson raakte zijn medaille kwijt wegens doping.)

De overheersing van zwarte sprinters wordt vaak toegeschreven aan hun snelle spiervezels. Yannis Pitsiladis, een Britse wetenschapper aan de Universiteit van Glasgow, heeft als eerste onderzoeker de spiertypen en het dna van honderden topatleten verzameld en geanalyseerd. De meeste sprinters hebben inderdaad snelle vezels, stelde hij vast. Maar hij deed nog een ontdekking. Ook verbluffend veel Aziaten en blanken, onder wie hijzelf, beschikken over die snelle spiervezels. Toch kunnen de meesten niet snel sprinten, net als de overgrote meerderheid van de zwarte bevolking trouwens.

De zwarte huidskleur van topsprinters suggereert een genetische eenheid die volgens Pitsiladis niet bestaat. In werkelijkheid kunnen de verschillen tussen mensen met West-Afrikaanse wortels groter zijn dan die tussen blanken en zwarten. 'Huidskleur is irrelevant', stelt hij.

Volgens Pitsiladis bepalen sociaal-economische en culturele factoren het succes van atleten. Maar op Jamaica wordt die conclusie niet klakkeloos overgenomen. Verschillende wetenschappers houden vast aan het idee dat hun sprinters uniek zijn.

Slavernij

In een kale kamer aan de University of the West Indies, enkele honderden meters van de atletiekbaan waar Bolt dagelijks traint, spreken Rachel Irving en Vilma Charlton gepassioneerd over hun onderzoek. De vrouwen werken nauw samen met Pitsiladis. Het lukte ze wangslijm met dna-materiaal af te nemen van ruim honderd Jamaicaanse (oud-)atleten.

Ook Bolt deed mee. 'Hij was de laatste, maar hij was bereidwillig', zegt Irving glimlachend.

Voor hun persoonlijke theorie over het Jamaicaanse sprintsucces is in het dna van de atleten geen bewijs te vinden, erkennen ze tot hun spijt. Maar daardoor laten ze zich niet weerhouden. Zij denken dat de snelheid van de eilandbewoners is terug te voeren tot de slavenhandel.

In de achttiende en vroege negentiende eeuw was Jamaica voor slavenschepen de eerste stop. De landeigenaren hadden de sterkste en gezondste overlevers van de lange zeereis voor het uitkiezen. Dat waren mensen die voor vertrek uit West-Afrika ook al waren geselecteerd op hun gezonde voorkomen. Fitte exemplaren dus.

De theorie gaat verder. Veel topsprinters zouden afkomstig zijn uit Cockpit Country, een onherbergzaam en vruchtbaar gebied in de provincie Trelawny. Het is een mythisch gebied. Als de slaven op de vlucht sloegen voor hun wrede eigenaren, zochten ze daar hun heil. Een deel van die slaven, de Maroons, verwierf zelfs een vorm van onafhankelijkheid voordat de slavernij werd afgeschaft.

Irving: 'We hebben lang geleden, zoals de Bijbel zegt. Dat zou kunnen helpen.' Charlton: 'We zijn nauwkeurig uitverkoren.'

De wetenschappers hebben onderzocht hoeveel topsprinters afkomstig zijn uit Cockpit Country. Het is de geboortegrond van veel kampioenen, onder wie Bolt. Bovendien leek het logisch, meent Irving. Alleen de sterkste slaven zouden immers kunnen vluchten. Om te overleven, zou sprintsnelheid een nuttige eigenschap kunnen zijn geweest.

De kille cijfers weerspraken het idee. Toen Irving de achtergrond naging van 43 medaillewinnaars, bleek Cockpit Country niet meer sprinters voort te brengen dan Kingston of andere streken. Het succes van enkelen gaf, tot haar verdriet, een vertekend beeld.

Dat resultaat neemt niet weg dat door de slavernij veel oorspronkelijke Jamaicanen op fysieke fitheid zijn geselecteerd. Mogelijk heeft die nare geschiedenis een lichtpuntje, denkt Irving. Als nazaten van slaven de snelste atleten zijn, biedt dat een beetje genoegdoening voor het leed dat de mensenhandel heeft veroorzaakt.

Irving: 'De trainer van Bolt zegt altijd: als je wilt dat ik een sprinter aflever, moet je me geen ezel geven. Er moet haast wel iets in onze genen zitten.'

Haantjeskont

Professor Errol Morrison, de rector magnificus van de University of the West Indies, heeft een eigen hypothese over de snelheid van zijn landgenoten. Het geheim zit in de bijzondere lichaamsbouw van de zwarte atleet. Om precies te zijn: in de zwarte bil.

Morrison spreekt van de cock-bottom, te vertalen als de haantjeskont. De holle rug, in combinatie met de geprononceerde billen, zou zwarte sprinters in staat stellen hun benen hoger op de tillen én met meer kracht te laten neerkomen. Daarnaast zouden zwarte atleten gemiddeld langere benen hebben en smallere heupen.

Als verklaring voor het Jamaicaanse sprintsucces voldoet die hypothese niet, beseft Morrison. Ook andere zwarte atleten voldoen immers aan de fysieke beschrijving. En Trinidad, Ghana en Cuba blinken bijvoorbeeld niet uit op de sprint.

Morrison ziet een tweede factor, uniek voor Jamaica. De voeding. Met name de groene banaan en de yam, een aardknol. De groene banaan zou grote hoeveelheden 'fytaten' bevatten, wat zorgt voor een snelle energietoevoer. De yam zou 'hyposteroïden' produceren, een natuurlijk en legale stimulans.

De hoogleraar gelooft niet dat beide producten wondermiddelen zijn waarmee andere atleten ook topsnelheden zouden kunnen bereiken. Hij denkt dat de banaan en yam nut hebben, omdat ze voor Jamaicanen basisvoedsel zijn. Alle atleten zijn ermee opgegroeid. Hun lichaam is erop afgesteld. Dat zou net het verschil kunnen maken in sprintwedstrijden die op honderdsten van seconden worden beslist.

'Het is geen evangelie en het staat niet geschreven in steen', zei Morrison onlangs in de Jamaica Observer. 'Maar het is een hypothese gebaseerd op veel biomedisch en anatomisch onderzoek.'

Wilde mango's

Onder Jamaicaanse trainers en atleten zijn de ideeën van de wetenschappers welwillend ontvangen, al houden de meeste atleten zich verre van een discussie over de invloed van genen.

De rol van het lokale voedsel spreekt het meest tot hun verbeelding. Het sluit aan bij eigen ervaringen, zo blijkt na een training. De wilde mango's uit de fruitbomen op de universiteitscampus gaan van hand tot hand.

Brigitte Foster, wereldkampioene hordenlopen in 2009, is ervan overtuigd dat Jamaicanen baat hebben bij hun gezonde dieet. Op het eiland groeien tal van tropische vruchten. Die zijn veel goedkoper dan het veelal geïmporteerde andere voedsel. Mango's, kokosnoten, bakbananen en passievruchten zijn dagelijkse kost.

Tijdens haar studie aan een Amerikaanse universiteit merkte ze dat ze veel zwaarder werd. Topprestaties leverde ze pas nadat ze was teruggekeerd op Jamaica. 'In Amerika eet je veel junkfood. Dat was ik niet gewend. In ons dieet zit niet veel vet. Wij eten veel fruit en mager vlees. Dat helpt als je wilt presteren op topniveau.'

Sprintgoeroe Francis staat minder welwillend tegenover de Jamaicaanse wetenschappers. De coach gelooft niet dat de natuurlijke selectie in de slaventijd de Jamaicanen extra sterk heeft gemaakt. Hij gelooft evenmin dat de zwarte bevolking beter is gebouwd voor de sprint, of dat er een ideaal lichaamstype voor sprinters is. Het voedsel maakt evenmin het verschil.

'Het zijn oppervlakkige, onlogische verklaringen', zegt hij. 'Veel Jamaicanen denken niet erg door.'

Wie voorbij de huidskleur kijkt, zegt hij, ziet in de lichaamsbouw van sprinters meer verschillen dan overeenkomsten. Bolt is lang en tanig, voormalig wereldrecordhouder Asafa Powell groot en breed, wereldkampioen Yohan Blake gedrongen en gespierd. Christophe Lemaitre, de snelle blanke Fransman, heeft meer weg van tennisser Roger Federer dan van de drie Jamaicanen.

Bij de vrouwen is het niet anders, zegt Francis. 'Er is geen ideaal lichaamstype. Je kunt groot zijn of klein. Of er tussenin.'

Scholen

Wat maakt Jamaica dan uniek? Er is een fenomeen dat wetenschappers, trainers en atleten onveranderlijk noemen als doorslaggevende factor: de Boys & Girls Championships, het middelbare scholierenkampioenschap voor jongens en meisjes.

Sinds 1910 wordt de competitie in het voorjaar gehouden. Het is het belangrijkste sportevenement op Jamaica. Er komen tienduizenden toeschouwers op af. 'Als je de Champs hebt doorstaan, zijn de Olympische Spelen kinderspel', zei Bolt na zijn drie zeges in Peking.

Tussen de scholen bestaat een sterke concurrentie. Talentvolle atleten, zoals Bolt, krijgen soms op 12-jarige leeftijd al een beurs om een atletiekteam te versterken. Gymleraren speuren in hun klassen naar potentieel talent, dat buiten schooltijd gratis training krijgt. Ook de armste school heeft een grasveld waarop kan worden gesprint.

Wat ook belangrijk is: er bestaat op Jamaica geen concurrentie van andere sporten. Honkbal, basketbal of voetbal spelen geen rol van betekenis. Ambitieuze tieners en coaches bekwamen zich in de atletiek.

'De Champs geven veel tieners een duidelijke reden om hard te werken', meent Francis. 'Er is televisie, iedereen in je dorp zal je zien, wie meedoet wordt populair en kan misschien een studiebeurs krijgen voor een Amerikaanse universiteit. Door dat kampioenschap leren kinderen bovendien al jong om het hele jaar hard te trainen.'

Er is geen plek in de wereld waar sprinttalent zo systematisch wordt opgeleid, meent Francis. Maar wie geen sportbeurs van een Amerikaanse universiteit kreeg, kon tot tien jaar geleden nergens terecht. De bond deed vrijwel niets, eliteclubs bestonden niet.

Tegenwoordig hebben talenten een keuze, door de veranderingen die Francis in gang zette. Ze kunnen trainen bij zijn MVP-groep. Ze kunnen kiezen voor de groep van Bolt, die in navolging van MVP is opgezet met hulp van Adidas. Of ze gaan in de Verenigde Staten voor de traditionele universitaire route.

Er zijn meerdere wegen naar de top, waardoor meer atleten de kans krijgen zich te ontwikkelen. En dat levert Jamaica veel olympische medailles op. Eerst in Peking, straks weer in Londen.

Zonder de Boys & Girls Championships was dat alles onmogelijk geweest, benadrukt Francis. 'Wij zouden niet verschillen van Barbados of Trinidad.' Jamaica zou nog steeds het eiland zijn van Bob Marley, niet het paradijs voor de sprint.

undefined

Meer over