Troeteldieren

Kijk naar Batman, Happy Feet, de oranje boekcovers, Mary Poppins: het wemelt van pinguïns in de popcultuur. Bij de start van de televisieserie Pinguïns undercover, vragen wij ons af: waar komt die fascinatie vandaan?

Stelt u zich eens voor. U bent op een feest voor vrijgezellen. Het is een beetje een raar feest, want het is op de Zuidpool en er is alleen maar vis en water. De party is bijna afgelopen en iedereen heeft een partner gevonden. Bijna iedereen, u niet. Het lijkt erop dat u buiten de boot valt. Maar dan ziet u een andere vrijgezel. U schuifelt naar elkaar toe, draait wat om elkaar heen en dan - daar, midden op een ijsschots, waar iedereen bij is - heeft u seks, net als alle paartjes om u heen.

Nog iets: u wordt gefilmd en uw daad wordt in beeld gebracht volgens de allerbeste tradities van de erotische cinema: er zijn intieme close-ups, er is begeleidende, aanzwellende panfluitmuziek, maar er zijn geen geslachtsdelen te zien.

In de mensenwereld noemen we dit softporno. In de wereld van March of the Penguins heet het liefde. Wereldwijd zagen miljoenen mensen, van peuters tot bejaarden, deze scène en hoorden ze hoe zelfs voice-over Morgen Freeman even stil viel, om zo alle aandacht te vestigen op de serene intimiteit van twee parende Keizerpinguïns.

March of the Penguins (2005) is met een bioscoopopbrengst van 93 miljoen euro veruit de populairste natuurdocumentaire ooit gemaakt, met een ruime voorsprong op Disney's Earth (80 miljoen euro) en Chimpansee (25 miljoen euro). De van oorsprong Franse documentaire (La Marche de l'empereur) won zelfs een Oscar voor Beste Documentaire. Het camerawerk is inderdaad indrukwekkend, er is een mooie soundtrack en een goede verhaallijn. Maar had de documentaire March of the Sea Lions geheten, was het waarschijnlijk nooit zo'n succes geworden.

De pinguïn is het troeteldier van de entertainmentindustrie. En wij, het publiek, kunnen er geen genoeg van krijgen. Massaal trekken we onze portemonnee voor het dansende kuiken uit Happy Feet (opbrengst uit bioscoopbezoek: 281 miljoen euro), de op een ijsschots surfende Cody Maverick uit Surf's Up (109 miljoen euro) of het krankzinnige pinguïnkwartet uit Madagascar (440 miljoen euro).

Pinguïns zijn overal: van de dansscène in Mary Poppins, tot de slechterik in Batman Returns, tot de waggelende compagnon van comedyacteur Adam Sandler in 50 First Dates. En dan is er ook nog de ontploffende pinguïn van Monty Python en de hallicunatiepinguïn in Fight Club.

Maar als popcultureel fenomeen beperkt de vogel zich niet alleen tot film. Toen Allan Lane in 1935 zijn uitgeverij voor pocketboeken begon raakte hij geïnspireerd door het succes van concurrent Albatros Books. Op zoek naar een deftig, maar tegelijkertijd frivool symbool voor op de omslag van zijn boeken, koos Lane - ingefluisterd door zijn secretaresse, zo wil de legende - voor de pinguïn: Penguin Books was geboren.

Rond diezelfde tijd ziet het schrijvers-echtpaar Richard en Florence Atwater met hun twee dochters een documentaire over de Antarctica-expeditie van ontdekkingsreiziger Richard E. Byrd. Geïnspireerd door de documentaire - en door een van hun dochters, die genoeg heeft van historische kinderboeken - schrijven de Atwaters Mr. Poppers Penguins, een verhaal over een arm gezin dat plotseling in het bezit komt van een pinguïn. Het boek gaat al generaties mee en is in 2011 verfilmd met Jim Carrey in de hoofdrol.

Wellicht werd Mr. Poppers Penguins goed gelezen in het gezin van de jonge John McVie. Hoe dan ook heeft de basgitarist van Fleetwood Mac een groot zwak voor de vogel. Zo groot dat McVie na een middagje in de kroeg op zijn rechterarm een tatoeage liet zetten van een pinguïn. Dat leidde vervolgens weer tot de naam van het beroemde Fleetwood Mac-album Penguin.

Maar wat we nou zo fascinerend vinden aan pinguïns? 'Ze zijn gewoon heel erg cute', zei popcultuurgoeroe David Feldman eens in de Seattle Times. Het antwoord van Feldman, die ooit het boek schreef Hebben pinguïns knieën? (het antwoord is: ja) is net zo'n open deur als dat het waar is. Je hoeft geen popcultureel expert te zijn of Bert Haanstra te heten om te begrijpen dat we pinguïns zo leuk vinden omdat we iets menselijks in ze zien.

Net als wij staan ze rechtop en net als wij proberen ze de dagelijkse worsteling van het leven het hoofd te bieden. Alleen doen ze dat met gekke kleine stapjes, zonder armen en gaan ze altijd onberispelijk gekleed. Ze combineren die vertederende onhandigheid met een onverzettelijke niet-lullen-maar-poetsen-mentaliteit en bewaren altijd hun waardigheid. Ze glijden continu uit, vallen om of tegen elkaar aan, maar gaan altijd maar door. Het doet denken aan iemand die op straat loopt, struikelt, voorover valt en vervolgens doorloopt alsof er niets is gebeurd. In smoking.

Feldman heeft natuurlijk gelijk: ze zijn schattig. In de BBC-documentaire Penguins-Spy in the Huddle (vanavond in Nederland van start als Pinguïns Undercover) zit een scène waarin een donzig pinguïnkuiken tijdens een sneeuwstorm radeloos op zoek is naar de warmte van zijn moeder. Minutenlang doolt hij door de kolonie, slalommend langs volwassen pinguïns die als zwart-witte flats boven hem uittorenen. Hoe langer hij zoekt, hoe minder energie hij over heeft en tegen het eind lijkt hij te bezwijken onder de ijzige kou van de sneeuwwind die dwars door zijn kuikendons heen snijdt. Tegen de tijd dat het kuiken uiteindelijk wordt gevonden door zijn moeder en zich diep in haar vacht verbergt, is de kijker al lang gereduceerd tot een emotioneel wrak.

De komische onverzettelijkheid en hoge aaibaarheidsfactor van de pinguïn wordt in de popcultuur dankbaar uitgebuit. Bijvoorbeeld in Chilly Willy, een tekenfilm over een pinguïn die dol is op pannekoeken, maar niet tegen de kou kan. In zijn cartoonleven, dat van 1953 tot 1972 duurde, is Chilly Willy vooral op zoek naar warmte en ligt hij constant in de clinch met de sukkelige hond Smedley. In de tekenfilmserie is Chilly Willy bevriend met Maxie the Polar Bear, een gegeven dat veel pinguïnpuristen zal doen schuimbekken. Pinguïns komen namelijk alleen op het zuidelijk halfrond voor; ijsberen hebben hun habitat op de Noordpool.

Wat pinguïns ook niet kunnen is accordeon spelen of een pijp roken (bijvoorbeeld omdat ze geen handen hebben), maar wat toch gebeurt in Pingu, de stop-motionanimatie van klei die in Nederland nog steeds wordt uitgezonden door kinderomroep Zappelin. De serie draait om de kleine pinguïn Pingu, die op avontuur gaat met zijn zusje Pinga. Een van Pingu's beste vrienden is Robbie de zeehond. Interessant, omdat Pingu en zijn familie normaal gesproken op het menu staan van de sympathieke Robbie en zijn vriendjes.

Zo onhandig als Pingu en de zijnen zich op het vasteland voortbewegen, zo onvoorstelbaar wendbaar zijn ze onder water. Beneden de waterspiegel verwordt de pinguïn tot een roofdier dat slim en razendsnel jaagt op zijn prooi. Dan wordt ook pas de praktische functie van de avondkleding duidelijk: hun buik wit, zodat roofdieren die onder ze zwemmen de pinguïn lastiger kunnen onderscheiden van de rest van de oppervlakte; hetzelfde geldt andersom voor hun zwarte rug.

Die kant van de pinguïn - als superieure zwemmer en effectieve jager - zien we nauwelijks tot niet terug in de popculturele verbeelding van de zeevogel. Voor je portie bloeddorst ben je toch al snel aangewezen op haaien (Jaws), orka's (Orca), gigantische inktvissen (de kraken in Pirates of the Caribbean) of een combinatie daarvan (Mega Shark vs Giant Octopus).

Daarentegen nodigt het onschuldige, vertederende imago van de pinguïn wel weer uit tot radicale persiflage. In Wallace & Gromit, The Wrong Trousers is de pinguïn Feathers McGraw een crimineel meesterbrein dat zich - door een rode rubberen handschoen op zijn hoofd te dragen - voordoet als een kip. Feathers heeft het snode plan om een grote diamant uit een museum te stelen en wordt pas op het eind 'ontmaskerd' als pinguïn.

Ook de pinguïns in de animatiefilm Madagascar zijn geen lieverdjes. Skipper, Rico, Kowalski en Private kapen het schip dat hen eigenlijk van een dierentuin in New York naar een reservaat in Kenia zou moeten brengen. Maar als ze uiteindelijk op hun gedroomde Antarctica aankomen, vinden ze de sneeuw, kou en ijs maar niets. Uiteindelijk zetten ze koers naar Madagascar, waar ze herenigd worden met de andere dieren uit de dierentuin. De leeuw Alex, belangrijkste personage uit de film, noemt het pinguïnkwartet 'psychotisch'. Zij denken net zo over hem.

Maar de bekendste sinistere pinguïn is het karakter uit Batman. Burgess Meredith zette de Penguin in de televisieserie uit de jaren zestig neer als een gedistingeerde kwaadaardige genius, compleet met smoking, monocle, hoge hoed en kwakend hoongelach. Van die gentleman of crime liet regisseur Tim Burton weinig overeind in Batman Returns. De door Danny Devito geportretteerde slechterik is een gedrocht met ranzig lang haar, zwemvliezen als handen en groen lichaamsvocht dat af en toe uit zijn mond en neus komt lopen.

Dat er meer schuilgaat achter de kalme en eloquente verschijning van de pinguïn komt ook goed naar voren in het kinderboek Penguins Hate Stuff van tekenaar Greg Stones. In een e-mail legt Stones kort zijn fascinatie voor de zeevogel uit. '1: ze zijn vertederend. 2: ze zijn makkelijk om te schilderen. 3: het zijn wilde dieren. En daarom zijn het verschrikkelijke, norse en zelfzuchtige kleine beesten.'

In Penguins Hate Stuff wordt duidelijk dat pinguïns straatartiesten haten (die met ze jongleren), ze haten ski-achtervolgingen met hazen met een boormachine in hun hand, ze haten zeemeerminnen (die een potje honkbal spelen met een pinguïn als de bal) en ze haten husky's (die over ze heen plassen). Stones kwam op het idee voor zijn boek toen hij een dierentuin bezocht en er achter kwam dat de pinguïns daar naar poep roken. 'Ja, ze zijn superschattig', schrijft hij op zijn website. 'En ja, ze ruiken naar poep. Maar ze hebben ook een donkere kant.' Stones beschrijft het gedrag van de adéliepinguïn die op de rand van een ijsschots staat en eerst een maatje het water in duwt om te kijken of er geen roofdieren zwemmen. 'Pas dan springt de rest het water in. Dat is koud, adéliepinguïn. Koud. Geen wonder dat je leeft waar je leeft.'

Ondanks herhaaldelijke telefonische en schriftelijke verzoeken en ettelijke bakken rauwe vis, wilde geen enkele pinguïn aan dit verhaal meewerken.

Penguins, Spy in the huddle

De driedelige BBC-documentaire Penguins, Spy in the huddle wordt vanaf 8 januari (20.30 uur) drie woensdagen lang door de EO uitgezonden op Nederland 1, onder de naam Pinguïns Undercover.

OOK ANDRé VAN DUIN GING OM

Ook in de Nederlandse cultuur zijn pinguïns voor eeuwig verankerd. Met dank aan André van Duin, die in 1977 het liedje Ta Ta Ta uitbracht. In de clip is Van Duin dirigent van een koor pinguïns en nonnen die uiteindelijk ook met elkaar de polonaise lopen. Overigens wordt er geen één keer 'ta ta ta' gezongen in het liedje, het lijkt meer op 'pom pom pom'. Logisch dus dat bol.com het liedje in aangepaste vorm ging gebruiken voor zijn reclames.

undefined

Meer over