Trixie

Letters, een boek kan niet zonder en aan een computer heb je ook niks als er geen letters op het scherm verschijnen....

Maar gelukkig is daar een leger van letterontwerpers en vormgevers, dat zich niet neerlegt bij het beschikbare arsenaal en gestaag werkt aan uitbreiding van het aantal lettertypen; jaarlijks komen er wereldwijd duizenden bij en voor de meesten geldt de kwalificatie 'drie keer niks' nog als een te groot compliment. Terwijl de technologie die nodig is voor het maken van een letterfont in de loop der jaren steeds volmaakter is geworden, doet zich het verschijnsel voor dat ontwerpers hun letters steeds sneller op de markt gooien in de hoop dat ook hier internet hun kassa zal doen rinkelen. De beroerde afwerking is dikwijls evident zichtbaar, en de zucht naar het snelle geld zal slechts sporadisch bevrediging vinden, want het kopiëren (lees: stelen) van lettertypen is op internet alledaags gebruik.

Een hele reeks Nederlandse letterontwerpers behoort tot de wereldtop en twee van hen zijn onlangs bekroond met de tweejaarlijkse Charles Nypels Prijs, in de grafische sector een onderscheiding van belang. Maar Just van Rossum (1966) en Erik van Blokland (1967) vallen op hun beurt weer helemaal buiten het wereldje van uiterst serieuze ontwerpers die dikwijls maanden- en soms jarenlang in eenzaamheid schaven en vijlen aan een letterfamilie.

Als ontwerpers zijn ze zo diep gedoken in de programmatuur die nodig is om een letter te maken, dat zij inmiddels ervaren programmeurs zijn geworden. Waar de betere grafisch ontwerper met regelmaat in zijn mogelijkheden wordt begrensd, simpelweg omdat de computer niet kan wat hij wil, zijn Van Rossum en Van Blokland in staat die grenzen te verleggen, niet alleen in technische maar vooral ook in creatieve zin - anders krijg je zo'n prijs niet.

Hun eerste letter dateert van tien jaar geleden en heet de Beowolf. Het is een letter die spot met alle conventies van de typografie omdat hij geen vaste vormen kent. Hij is rafelig, ronduit schmutzig soms en de (nooit eerder vertoonde) grap is dat de letters er bij elke printuitdraai anders uitzien. Dankzij de slimme toepassing van de programmatuur verandert de letter zichzelf steeds. De Beowolf werd destijds onmiddellijk door de internationale avant-garde omhelsd, zoals dat ook gebeurde met de JustLeftHand en ErikRight Hand (de gescande handschriften van beide ontwerpers), de StampGothic (een stempelletter), en de Trixie, afgeleid van de letters van een afgeragde schrijfmachine, die bij toepassing op de Mac desgewenst ook het geratel van zo'n oud beestje voortbrengt. Met de Federal is het mogelijk om zelf negentiende-eeuwse contourletters te ontwerpen en te modificeren.

Of tekst, gezet in voornoemde letterypen, meteen optimaal leesbaar is, geldt niet als het voornaamste uitgangspunt. LettError, de naam waaronder de bekroonde ontwerpers samen opereren, zoekt vooral de uithoeken van de computer op. In een gelijknamige publicatie (Drukkerij Rosbeek; fl 49,50) schrijven ze: 'Letters in de echte wereld hebben niet zo'n moeite met rechte lijnen: woorden wiebelen, regels gaan op en neer en machines gaan stuk.' Behalve in dit prachtig gemaakte boekje is er een kleine maar opvallend ingerichte expositie in de Jan van Eyck Akademie te Maastricht (nog tot en met zondag te bezichtigen) waar met eigen ogen kan worden waargenomen hoe mooi letters kunnen rekken en strekken, dansen, wiebelen en flipperen. En je kunt ze nog prima lezen ook.

Meer over