Trippen in de kerk

Doodsbang was ik. Je mag geen kalmerende middelen nemen, zeggen farmaceuten, geen nootmuskaat, vet, zout, peterselie, dille of venkel, geen cacao, geen vlees, vis, noten, kaas of yoghurt en geen alcohol, zeker geen bier of rode wijn....

Daime is een sacrament uit het tropische regenwoud van Brazilië. Volgens sommige bronnen wordt de drank al duizenden jaren door de indianen bereid, maar daar is geen bewijs voor. Hij wordt gemaakt van fijngestampte liaan (Banisteriopsis caapi) en de bladeren van een struik (Psychotria viridis), die samen gekookt worden. Een zurige, troebele drank is het resultaat, die het best bekend is onder de indiaanse naam ayahuasca ('ajawaska').

In de jaren twintig leerde de Braziliaanse rubbertapper Raimundo Ireneu Serra het recept in Peru. Hij trok het oerwoud in, dronk het aftreksel acht dagen lang en at alleen gekookte maniok. Hij kreeg visioenen; de godin van het woud, ook de Heilige maagd Maria genoemd, wilde hem adopteren als haar zoon. Zij droeg hem op een orde te stichten, met ayahuasca-rituelen. De drank zou voortaan daime heten ('geef mij').

Toen Serra in 1971 stierf, had hij meer dan honderd hymnen doorgekregen, van de Daime en Maria. Zijn volgelingen noemen deze eenvoudige liederen het Derde Testament. Serra zag zichzelf als rooms-katholiek, evenals de huidige leiders van de Daime-beweging dat doen. Zij vragen zich niet af wat de paus van hun orde vindt, maar houden wel de roomse feestkalender en de heiligendagen aan.

Omdat Ireneu van Afrikaanse afkomst was, evenals de eerste rubbertappers die hem volgden, zitten in de hymnen Afrikaanse elementen en - omdat de drank van de inca's komt - ook Amerikaanse. De huidige leiders hebben moeite de theologische structuur in woorden uit te drukken. Je moet het voelen en meemaken, dan wordt alles duidelijk.

Een aantal mensen moet overgeven, de eerste keer dat ze het sacrament ontvangen. Maar dat geeft niet, want daartoe worden overal emmertjes neergezet. Bovendien werkt het reinigend. 'Vervolgens kunnen allerlei angsten bovenkomen, maar die angsten komen uit jezelf', zegt G., hoofd van de Amsterdamse afdeling. Arno Adelaars heeft al zo'n 25 sessies bijgewoond. In HP-De Tijd (31 januari 1997) beschreef hij hoe deelnemers in tranen uitbarsten, stuiptrekkend op de grond vallen of zich terugtrekken in foetushouding. 'Je kunt door de hel gaan, maar daarna kom je in de hemel', zegt hij.

Farmaceut Iris Freie van smartshop Conscious Dreams legt uit dat in ayahuasca MAO-remmers zitten. Deze stoffen zetten bepaalde delen van het afweersysteem buiten werking, waardoor het lichaam zeer kwetsbaar wordt. Tyramine, gewoonlijk een onschadelijke stof in de spijsvertering, kan nu een gevaarlijk gif worden. Vandaar het strenge dieet voordat men daime drinkt. Andere stoffen - die gewoonlijk geen effect hebben - en lichte roesmiddelen werken na MAO-remmers zwaar hallucinerend.

Ik was inmiddels voldoende bang gemaakt en hield mij aan de voorschriften. Enige dagen geen voedsel en geen seks. Ik durfde slechts met het openbaar vervoer naar de bijeenkomst te gaan in het hervormde kerkje, waar de volgende dag weer een christelijke dienst gehouden zou worden. Binnen werden harde houten stoeltjes neergezet. Oncomfortabel, dacht ik, maar we zouden er waarschijnlijk niet lang op blijven zitten. De vloer bestond uit grafstenen. Ook niet echt lekker.

Er werden twee tafels opgesteld met bloemen, stukken liaan, wierook, kristallen, dubbele kruizen en afbeeldingen van heiligen als de Maagd Maria, Johannes de Doper en het Lam Gods. Heel gewaagd in zo'n protestantse kerk.

De discipelen stroomden binnen. Nieuwkomers waren helemaal in het wit gekleed. Ingewijde mannen droegen een blauwe broek en das, maar een wit hemd. De vrouwen hadden kleine blauwe strikjes en droegen een lange plissé-rok tot onder de knie. 'De uniformen zijn al bij het begin ingesteld', zei G. Er zijn andere ayahuasca-rites, waarbij de mannen matrozenpakjes dragen.

Na ingewikkelde plaatsschikking - mannen en vrouwen gescheiden en in volgorde van lengte - begon de dienst met gezangen. Daime-hymnen en een paar katholieke gebeden, zoals het Pater Noster en het Ave Maria, allemaal in het Portugees. In de vier hoeken van de ruimte stonden helpers die controleerden of mannen en vrouwen gescheiden bleven, of tijdens de hymnen niemand opstond, of niemand het gebouw verliet en of niemand zijn armen of benen kruiste, want dat mocht ook niet. Je moest openstaan voor het ritueel. De energie moest kunnen stromen.

Ook de jongeman naast mij wees er zo vaak op dat ik mijn armen of handen niet over elkaar mocht doen, dat ik met mijn houding geen raad meer wist tegen de tijd dat we ter communie gingen. Ieder kreeg een glaasje daime. Daarna weer zitten en drie kwartier lang hymnen zingen voor we een tweede dosis kregen.

Ik voelde nog steeds niets en de hymnen begonnen mij te vervelen. Het leek wel een EO-koortje. Ik was niet langer verbaasd dat deze mensen het christelijke kerkje mochten gebruiken. Dit was zo onschuldig. De jongeman naast mij zei: 'Wacht maar tot na het derde glas, dan krijg je het te pakken.'

Na de derde communie wachtte ik op de hallucinaties, stelde mij open voor visioenen van de heilige Maagd, maar voelde nog steeds helemaal niets. Het beeldje van de Maagd kon ik niet eens zien, want de tafel was uit het zicht. De enige versiering in de kerk was een miniatuurmodel van een 17de-eeuws oorlogsschip. Een bord aan de muur gaf uitleg. Het schip was in de Tachtigjarige Oorlog op de Spanjaarden veroverd. 'Uit liefde', stond op het schip geschreven. Ik telde zestig kanonnen. Ik sloot mijn ogen en probeerde over de betekenis na te denken, maar geen enkele geest, katholiek noch protestants, kwam opdagen.

Ik keek naar Arno Adelaars, die ook aanwezig was. Hij heeft het boek XTC, Alles over ecstacy geschreven (In de Knipscheer, 1996). Over een maand komt zijn Alles over paddo's (Prometheus, 1997) uit. Arno is dus nogal wat drugs gewend. Voelde hij wel wat?

Terwijl ik zat te wachten tot Arno zijn ogen opendeed, om zijn blik te vangen, begon de jongen naast mij als in een delirium te beven. 'Help', zei hij. 'Ik heb het koud.' Ik gaf hem mijn jasje maar dat hielp niet. Hij werd onwel en kreeg het inderdaad te pakken, zoals hijzelf al had voorspeld. Hij begon te tieren en te schreeuwen en rende wild door het voorportaal. Hoewel hij het gezang verstoorde, moest hij blijven vanwege twee redenen.

Ten eerste vond men het onverantwoord iemand in zijn conditie de straat op te laten gaan. De helpers waren nogal autoritair, dus ik hield ze scherp in de gaten, maar mijn bemoeizucht werd nauwelijks getolereerd.

Ten tweede zou er van het ritueel een genezende werking uitgaan. G. is vijf jaar geleden door de medici opgegeven vanwege een hersentumor, maar leidt de gemeenschap nog steeds zonder problemen. De daime geeft haar leven. Wie in haar omgeving komt, voelt de blijdschap die zij uitstraalt. Er gaan verhalen dat Santo Daime aids en drugsverslaving heeft genezen.

Achteraf bleek dat de jongen naast me niet gekomen was voor een gratis trip (gelddonaties zijn enigszins vrijwillig). Hij was inderdaad op zoek naar hulp en wellicht ook genezing. De woorden van de padrinho uit Brazilië maakten indruk op hem, al begreep ik er inhoudelijk niets van. 'Wilt u mij helpen?', vroeg de jongen. 'Ja', zei de padrinho en liep weg. De jongen leek tevreden. Eén van de helpers bood hem onderdak.

Nog steeds een beetje trippend, reed Arno mij terug naar Amsterdam. Zijn geest was op een verre reis geweest. Het lag echt aan mij dat ik de boot had gemist. Ik moest maar wat vaker ayahuasca nemen . Wat een anticlimax. Moest ik nu teleurgesteld zijn of opgelucht? Thuis trokken we een fles wijn open, het sacrament van de oude kerk.

Meer over