Treurig verhaal eindigt met goud

Meteen na afloop van zijn gouden race op de slee haalt hij een rouwkaart uit zijn helm. Vervolgens toont een euforische sleetjesrijder Jim Shea de kaart, met daarop een portret van zijn grootvader, aan het publiek....

Grootvader Jack was niet zomaar een aardige opa. In 1932 schaatste hij tijdens de Olympische Spelen in Lake Placid naar twee gouden medailles, op de 500 en de 1500 meter. Een man van principes ook: in 1936 weigerde hij in olympisch Garmisch-Partenkirchen te schaatsen uit protest tegen Hitler. Zeventig jaar na zijn gouden optreden en een kleine vier weken na zijn dood gleed Jack's kleinzoon op de slee ook naar een gouden plak.

En het verhaal wordt nog mooier: Zoon James, Jims vader, was ook al een `olympiër': hij langlaufte tijdens de Spelen van 1964 naar anonieme klasseringen.

De Amerikaanse media zijn dol op dit soort vertellingen. Feel good-stories, verhalen die treurig beginnen, maar met goud eindigen. Een medaille is mooi, nog fraaier wordt het als blijkt dat de winnaar een jaar eerder zijn zus heeft verloren of net een nieuwe lever heeft gekregen.

Of, zoals in het geval van Jim Shea junior, de winnaar vier weken geleden zijn legendarische grootvader heeft moeten begraven.

Oorspronkelijk zouden opa, zoon en kleinzoon, drie generaties olympiërs, gedrieën de olympische vlam tijdens de openingsceremonie het stadion van Salt Lake City binnendragen. Het mocht niet zo zijn, de oud-schaatsenrijder overleed op 22 januari in woonplaats Lake Placid.

Skeletoning is een nieuwe olympische sport, die eerder tijdens de Spelen van 1928 en 1948 op het programma stond. Hebben we al rodelen, waarbij de sportman met het hoofd naar achteren ligt, bij skeleton, ook wel toboggan genaamd, ligt hij andersom, met de neus bijna op het ijs.

Het is geen ongevaarlijk discipline. Er worden snelheden van tegen de 130 kilometer gehaald. Toch verwacht je elk moment Jack van Gelder met de Tros-microfoon naast het ijskanaal, die deze versie van `Glij 'm erin' komt presenteren.

Die gedachte doet echter onrecht aan mannen als Jim Shea, Martin Rettl (gisteren winnaar van het zilver) en Georg Stähli (brons) die zeker topsport bedrijven. Al zie je in de onderste regionen ook krabbelaars, die bij de start al de nodige moeite hebben om op de slee te duiken. Later stuiteren ze in de baan als flipperballetjes alle kanten op.

Skeleton is een oude sport, die al in 1887 in Sankt Moritz op de Cresta-baan door Britse adel werd beoefend. Ooit bezat een Nederlander, baron Jules graaf van Bylandt, hier zelfs het baanrecord. Op dezelfde baan vond de baron in 1905 trouwens ook de dood. Nederlanders zijn er anno 2002 niet bij. (Er is overigens wel een kleine equipe die zich met bondscoach George Kenter voorbereidt op de Spelen van 2006.)

Shea is van huis uit bobsleeër. Hij stapte op de skeleton-slee over omdat die goedkoper was. `Ik kon er een voor 200 dollar kopen. Een bobslee kostte vijftigduizend dollar.' Dat was in 1988, lang voordat skeleton weer een olympische sport werd. Shea liftte in de jaren negentig door Europa, arm als een kerkrat, op zoek naar wedstrijden en skeletonkennis.

Hij sliep bij vrienden, trainde met de sterke Duitsers en Zwitsers. Vaak belde hij naar huis, met de vraag of zijn ouders weer wat geld konden overmaken.

De grote investeringen en vele uren trainingsarbeid hadden succes. In 1999 werd hij in Altenberg de eerste Amerikaanse wereldkampioen. En nu, drie jaar later, in zijn eigen land olympisch kampioen.

Zelfs de gelouterde Zwitser Georg Stähli, meervoudig wereldkampioen uit Kloten, die speciaal voor deze tweede olympische première weer op zijn buik op de slee was gaan liggen, moest het hoofd buigen voor de kleinzoon van Jack Shea.

Meer over