Trekvogel verliest wegrestaurant

De zandplaten in de Oosterschelde verdwijnen onder water door de Stormvloedkering. Het zijn de plekken waar zilverplevier en kanoet 'bijtanken'. De redding moet komen van zandsuppletie.

THOLEN - 'Help, de Oosterschelde verzuipt!' Met die slogan vraagt de vereniging Natuurmonumenten aandacht voor de teloorgang van het 'Zeeuwse waddengebied'. Door de Stormvloedkering, de half open dam die in 1986 werd geopend, is de werking van eb en vloed zodanig verminderd dat alle zandplaten in de Oosterschelde voorgoed onder water dreigen te verdwijnen.

De verzwakte waterstroom kalft de platen nog wel aan de bovenkant af, maar heeft niet meer de kracht om zand uit de diepe watergeulen omhoog te woelen. 'Zandhonger' heet dat proces.

'Ieder jaar verdwijnt 80 hectare aan zandplaten, slikken en schorren permanent onder water. De zandhonger schrijdt voort', zegt directeur Marc van den Tweel woensdag aan boord van de MS Onrust die vanaf de haven in de Bergse diepsluis (gemeente Tholen) naar de Oesterdam vaart. Dat is een dreigende ramp voor vogels als de zilverplevier, kanoet en bonte strandloper, die hier massaal 'bijtanken' op hun lange vlucht van het hoge Noorden (Scandinavië, Siberië) naar West-Afrika (Mauretanië, Senegal) en vice versa.

Op de zandplaten die bij eb droogvallen, scharrelen ze hun kostje kokkels, slakken en pieren bij elkaar. Als er niets wordt gedaan, dreigen deze fourageerplekken in rap tempo te verdwijnen. 'De trekvogels raken hun wegrestaurants kwijt', zegt Van den Tweel. En de zeehonden in de Oosterschelde hun zonnestranden.

Maar er is hoop. Die komt van 'zandsuppletie': het ophogen van de zandplaten. Dat is de afgelopen tijd gebeurd met een zandplaat pal voor de Oesterdam, het langste 'deltawerk' (11 kilometer) dat Tholen met Zuid-Beveland verbindt. Op die zandplaat is 500 duizend kuub zand gestort, 25 duizend vrachtwagens vol.

Een bijkomend voordeel is dat de verhoogde zandplaat van 100 hectare - op sommige plekken zelfs met anderhalve meter - tevens de achterliggende Oesterdam beter beschermt. Omdat de golfslag in sterkere mate wordt gebroken, krijgt de dam minder te verduren en is er minder onderhoud nodig. Daarom heeft Rijkswaterstaat innig samengewerkt met Natuurmonumenten aan deze 'veiligheidsbuffer' voor de Oesterdam.

'Financieel slim karwei'

'Een gigantisch karwei', zegt minister Melanie Schultz van Haegen (Infrastructuur en Milieu) in de kajuit van de MS Onrust. 'Maar ook een financieel slim karwei. Want dit 3,5 miljoen kostende project betaalt zichzelf terug. Onderhoud aan de Oesterdam kan nu 25 jaar worden uitgesteld. Daarmee besparen we dezelfde kosten die we anders aan onderhoud kwijt waren geweest.'

Samen met enkele schoolkinderen van een basisschool uit Tholen verricht ze woensdag de symbolische opening van de veiligheidsbuffer: door enkele emmertjes zand vanaf het schip in de Oosterschelde te gooien. Dat gebeurt overigens op veilige afstand van de verhoogde zandplaat, omdat anders het schip zou vastlopen.

De veiligheidsbuffer zelf is niet te zien: die ligt onder water - het is vloed. De bejubelde zandplaat zal pas over 9 uur in volle glorie boven water verschijnen.

'Dit project smaakt natuurlijk naar meer', aldus Schultz. Van den Tweel knikt instemmend: 'De Roggenplaat!' Deze zandplaat, ruim 50 kilometer verderop, is 'de grootste, de mooiste en voor de natuur de belangrijkste zandplaat in de Oosterschelde'. Die dreigt de komende 10 jaar fors af te kalven. Volgens Eric van Zanten, projectleider 'zandhonger' van Rijkswaterstaat, heeft de Roggenplaat wel 1,65 miljoen kuub extra zand nodig.

De minister zegt 'positief te staan' tegenover een grootschalige zandsuppletie, maar vindt dat 'de regio eerst aan zet is'.

Ook andere zandplaten worden bedreigd. 'Als er niets gebeurt, is over 15 jaar 35 procent verdronken', aldus projectleider Van Zanten. 'De geulen zijn de slokops. Die geven het zand niet meer terug aan de platen, omdat het water niet hard genoeg meer stroomt.'

Minister Schultz over de ernst van de problematiek: 'Zo verdwijnt één van de belangrijkste wegrestaurants van Europa, één van de meest rijkelijk gedekte tafels voor honderdduizenden trekvogels. Zonder dit soort projecten is de Oosterschelde straks één grote badkuip, zonder vogels, zonder zeehonden en zonder een rondje zeilen langs de prachtige zandplaten.'

Toch is de stemming aan boord optimistisch: de zandhonger kan worden gestild.

Ted Sluijter, boswachter van de Oosterschelde ('ja, dat klinkt als stratenmaker op zee'), onderstreept het belang van dit getijdengebied voor de natuur. 'Die trekvogels tussen Siberië en West-Afrika maken hier een noodzakelijke tussenstop. Ze zijn bekaf en sterk vermagerd. Ze tanken hier een paar weken bij en komen 50 procent in gewicht aan.

'Wij Nederlanders hebben het altijd wel over het behoud van de tropische regenwouden. Maar we hebben zelf ook een internationale verantwoordelijkheid om de Oosterschelde te behouden. Als we de zandhonger niet stoppen, zullen ze dat tot in West-Afrika en Siberië merken. Dan worden hele vogelpopulaties gedecimeerd.'

undefined

Meer over