Treinramp in Londen kost 26 reizigers het leven

Bij een treinongeluk in het westen van Londen, drie kilometer van het station Paddington, zijn dinsdagochtend minstens 26 doden en meer dan 150 gewonden gevallen....

Dinsdagnacht zochten reddingswerkers nog naar vermisten. Een woordvoerder van de spoorwegpolitie zei dinsdagavond geen idee te hebben hoeveel lichamen zich tussen de uitgebrande wrakstukken bevinden. Enkele van de 29 zwaargewonden verkeren nog in levensgevaar.

Om elf minuten over negen Nederlandse tijd botste een van Paddington Station vertrokken forensentrein met ongeveer 150 passagiers op een Londen binnenrijdende sneltrein uit Cheltenham, waarin ongeveer vijfhonderd reizigers zaten. Hoe het kon gebeuren dat de forensentrein op het fatale moment het spoor van de sneltrein kruiste, was dinsdag nog onduidelijk. Na de botsing vlogen beide treinen in brand. Verschillende treinstellen brandden volledig uit.

Onder de gewonden waren veel mensen met ernstige brandwonden. 'De verwondingen zijn de ergste die ik ooit heb gezien', zei een medewerker van het nabijgelegen St. Mary-ziekenhuis. 'Het leek alsof we hier slachtoffers van een vliegramp binnenkregen.'

Vanaf een viaduct was de ravage duidelijk te zien. De forensentrein leek door de sneltrein doormidden te zijn gekliefd. Bij een nabijgelegen supermarkt kregen gewonden eerste hulp. Pas vier uur na de ramp konden de laatste twee zwaargewonden uit de trein worden bevrijd.

Twee jaar geleden vond op het zelfde baanvak, bij Southall, een paar kilometer naar het westen, een treinongeluk plaats dat aan zeven mensen het leven kostte. Ook daarbij was een sneltrein van Great Western Trains betrokken. In juli van dit jaar kreeg GWT's moederbedrijf FirstGroup wegens nalatigheid een boete opgelegd van vijf miljoen gulden.

Minister van Transport John Prescott gelastte onmiddellijk een onderzoek naar de oorzaken van het ongeluk. Het onderzoek naar de ramp bij Southall is nog niet afgerond, en er gingen dinsdag stemmen op om de twee te combineren. Volgens insiders gaat het hoogstwaarschijnlijk om de zelfde oorzaak: het decennia oude beveiligingssysteem.

Dat is zo slecht, dat vorig jaar een nieuw record werd geboekt in het aantal keren dat een trein een op rood staand signaal passeerde: zeshonderd keer. Ook de afstemming van de beveiligingssystemen van treinen en spoor (de verantwoordelijkheid van verschillende bedrijven) laat te wensen over. Sommige treinen hebben automatische waarschuwingssystemen, die op bepaalde baanvakken niet werken. Bovendien zetten machinisten de veiligheidssystemen vaak op nonactief, omdat ze niet weten hoe ze werken.

Het ongeluk van dinsdag vond plaats bij signaalpost 109. Daar vond in februari 1998 al een bijna-ongeluk plaats, waarna een klacht volgde bij Railtrack. Dit geprivatiseerde bedrijf is de eigenaar van alle stations in Groot-Brittannië, alsmede van het spoorweg- en signaleringssysteem.

Na een treinongeluk bij Clapham Junction (Zuid-Londen) in 1988, waarbij 35 doden vielen, kwam een onderzoekscommissie met de aanbeveling het gehele Britse spoorsysteem te voorzien van Automatic Train Protection. Daarbij wordt het remsysteem van treinen aan het signaleringssysteem gekoppeld, zodat door rood rijden onmogelijk wordt.

Maar omdat de Britse regering, toen nog onder Thatcher, van plan was British Rail op te splitsen en te privatiseren, werd de voor ATP noodzakelijke investering van drie miljard gulden - volgens risicoberekeningen vijftig miljoen gulden per gered leven - onverantwoord geacht. Vanaf 1993 werd British Rail in drieën gesplitst en vervolgens geprivatiseerd.

De 'horizontale scheiding' van rail-infrastructuur, rollend materieel en exploitatie maakt het vaststellen van de verantwoordelijkheid bij ongelukken tot een uiterst gecompliceerde zaak. Na het ongeluk bij Southall volgde daardoor een juridisch gevecht dat nog steeds in volle gang is.

Meer over