Trap naar de hemel

Er werd hem in 1937 gevraagd een monument te maken voor de gesneuvelden in de Eerste Wereldoorlog, vlakbij zijn geboorteplaats in Roemenië....

HET IS onvoorstelbaar. Een stille asfaltweg. Meisjes met te veel make-up. Jongens in trainingspak. Een roestende vangrail, een walmende vrachtwagen en een wolk stof completteren die typische Roemeense provinciesfeer die het midden houdt tussen loom en grauw. En ineens komt hij links boven de gebouwen uit. Zo maar! Er zijn geen bordjes, geen ansichtkaarten en geen toeristen. Het is zo onvoorstelbaar dat een groep Japanners die met de trein in Tîrgu Jiu aankwam rechtstreeks naar een fabriekspijp liep. Ze wisten dat de Eindeloze Zuil van Constantin Brâncusi een hoog langwerpig ding was. Maar het enige 'lange ding' dat ze vanaf het station zagen was de pijp. En dat moest hem dus wel zijn.

Tîrgu Jiu, Oltenië, Roemenië. Dinsdagmorgen, kwart over elf. De lucht is lichtgrijs maar de zon zit er pal achter. Moederziel alleen nader je het kunstwerk dat nog vaker dan 'het hoogtepunt van de beeldhouwkunst in de twintigste eeuw' 'het achtste wereldwonder' is genoemd.

Coloana Infinitului, de Zuil van de Oneindigheid, staat in een parkje dat weinig meer is dan een voetbalveld met bankjes. Links een confectiefabriek. Rechts de asfaltweg. Eerst een schok. Tsjonge wat is dit? Daarna een ontnuchtering. 'Is dit 'm nou? Deze dertig meter hoge stapel blokken?'

Luttele seconden later neemt de Zuil van de Oneindigheid het over. Letterlijk zuigt hij je naar zich toe. Van welke afstand en van welke zijde je hem ook bekijkt, hij laat je niet meer los. Dit is een bijna transcendentale ervaring. Dit is echt de trap naar de hemel, waar Brâncusi zelf over sprak.

De rokende agent in het parkje ziet de Eindeloze Zuil de hele dag. Hij moet een oogje in het zeil houden. Maar erg nodig lijkt dat nochtans niet. Is dit toch geen erebaantje? 'Het went hoor', verzekert hij terwijl hij een nicotinewolk uitblaast.

Het idee is zo oud als de mensheid: iets te maken wat nooit zal ophouden, wat alle aardse dimensies ontstijgt, wat linea recta de oneindigheid in loopt. Maar hoe kon Brâncusi slagen waar zoveel anderen faalden? Hij stapelde in het stoffige Tîrgu Jiu in 1937 vijftien modules, parallellogrammen, ruiten met rondingen, bolle vierhoeken. En een halve op de top. Maar waarom? 'Zoek niet naar obscure formules of technieken', zei hij. 'Ik geef jullie puur plezier!'

En zo heeft de Roemeense beeldhouwer meer adagia die het mysterie een beetje ontrafelen. 'Eenvoud is geen doel in de kunst. Maar eenvoud is datgene waar je zonder het te willen uitkomt als je het waarachtige in dingen tracht te benaderen. Eenvoud is de ultieme complexiteit.' Veel meer dan in de vele honderden pagina's esoterische beschouwingen over zijn zuil, zou Brâncusi zich hebben kunnen vinden in de kind-met-blokkendoos metafoor. 'Als we geen kinderen meer zijn, zijn we dood.' Hij noemde de zuil een trap naar de hemel. Maar toen die trap in 1937 eindelijk overeind stond, verklaarde hij tegenover een stel kleuters die naar het schouwspel staarden: 'Een exotische cactus waar jullie je fantasie op los kunnen laten'.

Gheorghe Tatarescu was een prominent liberaal politicus die zijn geboortestad Tîrgu Jiu wilde verfraaien. 'Stad' was eigenlijk een groot woord. In de jaren dertig van de vorige eeuw was Tîrgu Jiu nog een groot dorp waar de schapen vrij rond liepen. Constantin Brâncusi was toen al lang een beeldhouwer van wereldfaam in Parijs. Brâncusi was in 1876 geboren in het 27 kilometer van Tîrgu Jiu gelegen gehucht Hobita. De beeldhouwer raakte makkelijk enthousiast. En over Tatarescu's idee een reeks kunstwerken op te richten ter nagedachtenis van de soldaten die in 1916 in de Jiu-vallei waren gesneuveld, was hij meteen erg enthousiast. Hij wilde er niet eens voor betaald worden.

Met de voor hem zo typerend energie, vervaardigde Brâncusi in twee jaar tijd drie kunstwerken die door velen als de piek in zijn oeuvre worden beschouwd: De Eindeloze Zuil, De Poort van de Kus en De Tafel van het Zwijgen.

Na de communistische machtsovername verdween Gheorghe Tatarescu in een strafkamp. Het werk van Constantin Brâncusi werd 'ontaarde kunst'. Op bevel van de leidende communiste Ana Pauker werd in 1951 een poging gedaan de Eindeloze Zuil met een tractor omver te trekken. Maar de Voorzienigheid greep in. De trap naar de hemel liet zich niet verwijderen. Maar na het onfortuinlijke avontuur stond hij wel scheef.

Stofwolken en elektriceitskabels. Wie de Zuil van voren nadert, ziet zwarte draden door zijn blikveld lopen. 'Maar godzijdank staan hier nog oude huizen.' Luminita Marinescu is een vrouw van ongeveer zestig jaar met grijzend zwart haar en felle, vriendelijke ogen. Elke dag wandelt ze met haar twee kleinkinderen naar de Zuil, want dat is goed voor hun opvoeding. 'Kijk, hier wilden de communisten ook flats zetten. En hier en hier. In de Straat van Brâncusi! Wat een minachting voor alles wat mooi was!'

Maar vroeg of laat komt aan dit soort regimes een einde. Het duurde lang. Maar in 1990 wist de Eindeloze Zuil eindelijk weer de blik van de wereld op zich te vestigen. Dat was vooral te danken aan Radu Varia.

Radu Varia: over hem is in Tîrgu Jiu het laatste woord nog niet gezegd. Radu Varia: Roemeens kunsthistoricus en restaurateur. Hartstochtelijk Brâncusi-bewonderaar. In 1971 vertrok hij naar Parijs, waar hij zich opwerkte tot secretaris van Salvador Dalí. Direct na de val van Ceausescu kwam hij met grootschalige restauratieplannen en slaagde er dankzij een tomeloze inzet in het daarvoor benodigde geld in de wacht te slepen. De tractor had de zuil niet alleen scheef getrokken. Hij was ook opengebroken, waardoor hij van binnen was gaan roesten. Radu Varia bepaalde dat hij moest worden gedemonteerd. En dat gebeurde in de tweede helft van 1995. Het werd hem in Tîrgu Jiu niet in dank afgenomen. Luminita Marinescu: 'We zagen hoe ze onze Zuil uit elkaar haalden. En we dachten: die komt nooit meer terug'. Radu Varia: de man die nog meer plannen had met Tîrgu Jiu. Als er in 1927 geen orthodoxe koepelkerk was verrezen, zou je de Eindeloze Zuil vanaf de Tafel van het Zwijgen kunnen zien.

Duisterenis, gedempte stemmen en de lucht van kaarsen. De jonge behoofddoekte kosteres raakt een beetje geëmotioneerd als ze aan dat plan herinnerd wordt. 'Varia begreep niet dat de kerk bij Brâncusi hoort. Brâncusi was een gelovig mens. Onze houtsnijwerker Josif Kebar was ook door Brâncusi beïnvloed.' Ze wijst op de poten van het altaar: het kronkelende motief van de Eindeloze Zuil.

Radu Varia: de man die in talkshows hooglopende conflicten uitvocht met nationalisten, die hem beschuldigden door de demontering 'de ziel van de Zuil verwoest te hebben'. Maar op 17 december 2000, jaren later dan gepland, was de Eindeloze Zuil in Tîrgu Jiu terug. De Roemeense hiphoppers van Cold stuffed cabbage rapten de Zuil zijn tweede leven in. Daarna werden op het veldje Roemeense volksdansen uitgevoerd. Er was vuurwerk. En iedereen was het erover eens: zo mooi had de Eindeloze Zuil er nog nooit uitgezien. Het glanzende laagje silicaat maakt hem niet alleen weerbestendig. Het verfraait hem ook.

Vanwege de Zuil is 2001 uitgeroepen tot Brâncusi-jaar. Honderdvijfentwintig jaar geleden werd hij in Hobita geboren. De ouderwetse express-trein die om zes uur 's ochtends vanuit Boekarest aan de vijf uur durende tocht naar Tîrgu Jiu begint, heet sinds kort de Brâncusi-express. De express legt niet het mooiste traject van Roemenië af. Kaal laagland en daarna mijnen. Vanuit de vallei van de Jiu marcheerden tot vijf keer toe boze mijnwerkers op Boekarest.

Maar is de treinrit het lelijke Roemenië, dan is de taxirit naar Hobita - kosten vijf gulden - het mooie. Een onaangetast, rijkbebost heuvellandschap glanst nog van een regenbui. Erachter liggen de besneeuwde toppen van de Karpaten. Weiden wemelen van de schapen. Elk huis heeft een appelboom. En water komt nog uit de put.

Chauffeur Ionut is een temperamentvol kereltje dat regelmatig zo hard op zijn stuur slaat dat de claxon loeit. Ionut heeft zijn eigen opvatting over de restauratie van de Eindeloze Zuil. 'Het is een complot van Radu Varia! Die schurk heeft onze oude Zuil gesloopt en de stukken verkocht. Miljoenen heeft hij ermee verdiend. En in plaats daarvan heeft hij dat rare blinkende ding teruggezet.'

Hobita heeft twee verharde wegen, drie herders met schapen en vier vrouwen met kleurige hoofddoeken die in een beekje tapijten wassen. Hobita bracht de grootste vernieuwer van de Europese beeldhouwkunst in de twintigste eeuw voort. Constantin Brâncusi werd er geboren in een groot boerengezin in een houten huis met twee kamers. De veranda wordt ondersteund door paaltjes en bevat simpel doch treffend houtsnijwerk. En de deurposten: zijn daarin niet een soort Eindeloze Zuiltjes gekerfd?

In Roemenië twijfelt niemand eraan dat hij met deze simpele lijnen in zijn hoofd in 1904 de voettocht naar Parijs ondernam. Rodin nam hem als leerling. Maar lang bleef Brâncusi niet bij hem. 'Want in de schaduw van grote bomen groeit niets.' Andere verklaringen: 'Waarom moet ik met een model werken? Het leidt alleen maar tot een gebeeldhouwd lichaam. En gebeeldhouwde naakte lichamen zijn lelijker dan padden.'

'Wat echt is, is niet het uiterlijk, maar de essentie van dingen.' Reeds in zijn vroegste werk in Parijs brak Brâncusi met alle conventionele vormen. De 'uiterlijke schijnwereld' moest worden teruggebracht tot 'datgene wat waarachtig is'.

Het werd niet zomaar door iedereen gezien. In 1926 nam Brâncusi een van zijn Wonderbaarlijke Vogels mee naar de Verenigde Staten. De Amerikaanse douane zag het licht niet bij dat kunstwerk en verklaarde het een stuk metaal: tien dollar importheffing. De Wonderbaarlijke Vogel is een thema dat talloze malen in de Roemeense foklore terugkeert. In verhaal, lied en dans. De Vogel als hart, de Vogel zonder slaap, de dappere Vogel. De vogel als essentie, die daarom ook niet letterlijk moet worden uitgebeeld. Aan de basis van het genie van Brâncusi moet het Roemeense dorp liggen, met al zijn simpele motieven die in het hout gesneden zijn. Dat is althans de Roemeense hypothese. Westerse Brâncusi-kenners willen haar nog wel eens afdoen als 'te romantisch'.

Maar voor die romantiek heeft de beeldhouwer zelf veel aanleiding gegeven. Constantin Brâncusi was het tegenovergestelde van een kunstenaar die zijn afkomst verloochende. Hij liep in Parijs in dezelfde boerenkleren die hij ook in Hobita droeg. Hij liet zijn Ierse geliefde Eileen het dorp ook zien. Eén van de oude vrouwen die in het beekje wast, zegt zich nog te herinneren hoe Eileen blootsvoets door de stofwolken van Hobita liep. 'En ze was gelukkig hier', zegt ze terwijl ze bloost.

Brâncusi was een man van de wereld, maar nimmer mondain. Modigliani zei over hem dat hij niemand kende om wie zoveel mysterie hing. Maar ook dat hij bij niemand anders zo'n lekkere schapenbout had gegeten.

De Poort van de Kus staat in een met blikjes bevuild bos aan de oever van de Jiu. De zon zal vandaag niet meer doorbreken en de lucht is nu donkergrijs. Dit jaar is het Brâncusi-jaar maar behalve met het ophangen van wat affiches, met de klassieke foto van de beeldhouwer in zijn Parijse atelier, heeft Tîrgu Jiu hier nog niet zoveel werk van gemaakt.

Veel meer dan door de koepelkerk, worden de Eindeloze Zuil en de Poort van de Kus van elkaar gescheiden door het lelijke communistische centrum. Het is slechts vijf minuten. Toch is de sfeeronderbreking abrupt. Maar als een echt groot kunstwerk weet de Poort van de Kus neerslachtigheid over zoveel lelijkheid onmiddellijk ongedaan te maken. Vanaf de Poort is het nog maar tien meter naar de rustgevende soberheid van de Tafel van het Zwijgen. Tien meter over de Avenue der Helden. De dertig stoelen ademenen de sfeer van de Eindeloze Zuil.

De Poort van de Kus: de mooiste poort om onder de staan als het begint te regenen. De kus heeft Brâncusi zijn hele leven bezig gehouden. Toen hij in 1910 de Kus voor het kerkhof van Montparnasse vervaardigde, waren er nog duidelijk twee geliefden zichtbaar die elkaar omhelsden. Op de Poort is die omhelzing teruggebracht tot diep uitgesneden cirkels die verticaal worden doorkliefd. De essentie van een omhelzing als de essentie van vrede. In oude Roemeense fotoboeken staat steevast een innig gearmd stel onder de Poort. Voor romantiek heeft niemand in dit land zich ooit gegeneerd.

Wie Boekarest inrijdt, ziet een kopie van de Arc de Triomph op ware grootte. Maar de echte Roemeense Arc de Triomph is de Poort van de Kus. Eén blik erop maakt alle Parijse namaak lachwekkend. Eén blik compenseert alle lelijkheid die het communisme dit land heeft aangedaan. Schoonheid is nooit iets wat op iets anders probeert te lijken. Schoonheid is altijd echt.

Meer over