Transportschip

In 'Bij Battle Griffin glorieert W.Ms-Rotterdam' (de Volkskrant, 3 maart) voert de auteur Marc van den Eerenbeemt mij op als criticus van het amfibisch transportschip Hr.Ms....

Waar Van den Eerenbeemt deze 'wijsheid' op baseert is mij volstrekt een raadsel. Wel is het zo dat ik naar aanleiding van de Hoofdlijnennotitie de vraag heb gesteld of door het expanderende (met name civiele) takenpakket van de krijgsmacht de kerntaak van de krijgsmacht - het uitoefenen van georganiseerd massaal maar beheerst geweld - niet teveel in het gedrang komt. Deze kerntaak vraagt immers een grote mate van geoefendheid en training, en vereist een andere instelling dan die nodig is bij watersnoodrampen, de varkenspest en het 'opvoeden' van moeilijke jongeren.

Er moet voorkomen worden dat de militair als het ware demilitariseert doordat het specifieke karakter en de gevechtsvaardigheden van zijn militaire professie uit het oog worden verloren. Maar juist voor het uitvoeren van haar kerntaak bestond bij het Korps Mariniers al jaren de behoefte aan een amfibisch transportschip. Dit mede vanwege het feit dat de Nederlandse mariniers in de Brits/Nederlandse amfibische strijdmacht grotendeels afhankelijk waren van de Britse amfibische transportcapaciteit. Reeds in 1980 heb ik in het Marineblad een pleidooi gehouden voor de bouw van een Nederlands amfibisch transportschip.

Dat dit schip naast het deelnemen aan amfibische operaties ook andere taken kan vervullen valt in deze tijd van schaarse middelen alleen maar toe te juichen. Het in de Hoofdlijnennotitie aangekondigde voornemen een tweede amfibisch transportschip te bestellen heb ik dan ook op meerdere plaatsen van harte onderschreven.

Kortom, het opvoeren van 'oud-marinier C. Homan van het Instituut Clingendael als criticus van Hr.Ms. Rotterdam' berust op zijn zachtst gezegd op een misverstand.

Meer over