Trance of tureluurs

Gehypnotiseerd worden door eindeloze minimal music? Die tijd is geweest, leerde het World Minimal Music Festival, dat opwindend en soms ronduit shockerend was.

DOOR ROBERT VAN GIJSSEL

Vijf dagen vol 'minimal music', in de Muziekgebouwen van Eindhoven en Amsterdam. Je zou er, als je in gedachten even vooruitloopt op die eindeloze halve op-en-af-toonladdertjes, die repetitieve eenvoud van de discipline, al bij voorbaat van in een diepe trance geraken.

Of tureluurs van worden.

Hoeft niet, zo bleek op het World Minimal Music Festival. Het programma leek er bij deze derde editie op gericht elk trance- of wegdommelmoment bruut te verstoren. Minimal die je steeds deed opschrikken, opwindend en soms ronduit shockerend; het was weer eens wat anders.

De grenzen van de minimal waren al eerder verkend - hoe kan het ook anders, op zo'n genrefestival. Dit jaar kon het publiek de blik eens richten op minimalvarianten uit vervlogen tijden, toen de stroming in de eigentijdse muziek zoals die in de jaren zeventig werd vormgegeven door grootheden als Steve Reich en Philip Glass, nog geen naam had. Minimal avant la lettre dus, zoals te horen in de Congolese trance op rauwe versterkte duimpiano's (Konono No.1), of in de eeuwenoude Koreaanse hofmuziek (Court Music Troupe of the National Gugak Centre).

Dan was het zaterdagavond in het Muziekgebouw van Amsterdam toch even fijn thuiskomen bij de oerminimal van Steve Reich, in zijn magnifieke Double Sextet. Een stuk als een soundtrack voor bij een achtervolgingsdroom, geschreven in 2008 voor het Amerikaanse ensemble Eighth Blackbird. Mooi dat juist dat ensemble aantrad aan het IJ, voor een uitvoering met het Nederlandse Lunapark.

Double Sextet is weinig subtiel. Het hamert de herhaling er nogal bruut in, via straffe piano en doordenderende vibrafoons. Ensemble één speelt steeds ensemble twee na, in een duizelingwekkende echo. Maar wat zaten Eighth Blackbird en Lunapark elkaar dicht en gedreven op de hielen. Prachtig en hypnotiserend, tot aan de fotofinish.

Hoopgevend was het werk van een nieuwe lichting minimalcomponisten, waaronder dat van de Amerikaanse popmuzikant Bryce Dessner (The National).

In zijn stuk O Shut Your Eyes Against The Wind, uitgevoerd door Lunapark in aanwezigheid van de componist, toonde Dessner zich een getrouwe minimalleerling. Trage, zich herhalende kleine melodieën, dapper op weg naar een ritmische climax. Je kon er heel goed de minimaltest bij uitvoeren: ogen dicht en afwachten of er beelden opdoemen van een ontwakende (Amerikaanse) metropool en steeds drukker razend werkverkeer. Jawel, die beelden kwamen.

Curieus en veel minder minimal was het stuk Digit #2 van de Nederlandse componiste Mayke Nas. Geschreven voor twee pianisten op één kruk, die steeds dodelijk vermoeid met het hoofd voorover op de toetsen vallen. De musici mogen zichzelf daarna weer wat leven inblazen met een nog best ingewikkeld handjeklapspel, dat bijna uitmondt in een handgemeen. Dolkomisch, maar het leek toch eerder dadaïsme dan minimalisme.

Zo'n wezensvraag - is dit minimal en zo ja, wat ís dan eigenlijk minimal? - kon ook worden gesteld bij een aansluitend concert in het Bimhuis, van de Australische laptopmuzikant en producer Ben Frost.

De componist liet soms kleine, verstilde pianopoëzie horen, maar net als je daar het hoofd eens bij wilde buigen, dreunde Frost er weer zo'n verpulverend industrieel ritme overheen, of liet hij de feedback van zijn gitaar wreed janken. Het was muziek die voortdurend de pijngrens zocht en waarbij een deel van de uitverkochte zaal dan ook een beter heenkomen zocht. Maar Frosts werk was ook dramatisch en verontrustend, en soms ondraaglijk spannend. Al was het alleen maar vanwege de vraag of je trommelvliezen het zouden houden.

Minimal? Onduidelijk. Stoer en gedurfd geprogrammeerd, dat zeker.

World Minimal Music Festival, 03 t/m 07/04, Muziekgebouw aan 't IJ, Amsterdam en Muziekgebouw Eindhoven.

Meer over