Trammelant maken op het dorpsplein

Een stuk maken is voor toneelschrijver Vecht als een bouwwerk ontwerpen...

Merijn Henfling

Zijn Parade-voorstellingen zijn niet alleen komisch, ze gaan ook ergens over. Toneelschrijver Nathan Vecht (33) bewees zich afgelopen twee jaar op het festival met goed geschreven, actuele voorstellingen. Waar veel Parade-producties over persoonlijk leed gaan, verbindt Vecht de binnenwereld met de boze buitenwereld: het menselijke drama krijgt bij hem een actuele lading.

Twee jaar geleden bracht hij een stuk over een koppel dat klimaatneutraal leefde: alles wat hij vloog, plantte zij terug in de aarde. Afgelopen jaar zette Vecht het establishment tegenover het populisme in een komedie over twee vrijwilligsters bij een stemhokje. Beide voorstellingen zijn bejubeld en Vecht werd als belofte bestempeld.

Deze zomer is hij terug op de Parade met de voorstelling: God in Frankrijk, over een stel dat ongelukkig is met de nieuwe politieke wind die in Nederland waait en besluit te emigreren.

Vecht kwam op het idee van de voorstelling door zijn ergernis over de meningenbrij in de media. ‘Voortdurend komen dezelfde experts opdraven, die eigenlijk geen experts meer zijn omdat ze overal een mening over moeten hebben. Ook gewone mensen kunnen overal hun zegje kwijt, op de radio of anoniem op internet. Ik vroeg me af: als we hier allemaal aan het woord zijn, wie blijft er dan nog over om te luisteren?’

En bovendien: we schreeuwen niet alleen allemaal maar wat, we zijn ook nog eens niet bereid om te handelen – in een notendop het hoofdthema van zijn voorstelling. Vecht probeert zo’n abstract thema te vertalen naar een menselijk drama. ‘Als een malloot de verkiezingen dreigt te winnen, zijn er altijd mensen die roepen dat ze dan zullen emigreren. Ik wil jou wel eens zien daar in je huisje in Frankrijk, denk ik dan. Dat leek me een mooi uitgangspunt voor een voorstelling.’

God in Frankrijk gaat over Evert en Frida, gespeeld door Paul R. Kooij en Raymonde de Kuyper, een stel dat vertrekt naar Frankrijk uit onvrede over de koers van Nederland. Als ze eenmaal in hun woonboerderij in de Dordogne wonen, blijkt het daar minder idyllisch dan verwacht. Ze klagen opnieuw en vechten om aandacht van de Franse klusjesman.

Vecht: ‘Evert en Frida zijn zogenaamd beschaafde, intellectuele lieden die een tirade houden tegen de afbrokkeling van de Nederlandse beschaving. Eigenlijk doen ze daarmee hetzelfde als de boze burgers die sinds Fortuyn vinden dat Nederland naar de vernieling wordt geholpen. Beide groepen roepen om het hardst dat het niet deugt. Maar in hoeverre gaat een probleem je aan het hart als je emigreert?’

Alleen politieke thema’s vindt hij te beperkt, er moet ook menselijk drama in zitten. ‘Uiteindelijk wil je toch weten: houdt het echtpaar het vol in Frankrijk?’

Toen Vecht de voorstelling schreef, was er nog geen sprake van verkiezingen. Wil hij ook de laatste politieke verwikkelingen verwerken zijn stuk? ‘Nee, ik zal zaken in mijn voorstelling nooit letterlijk benoemen. Het is geen pamflet, maar een toneelstuk dat ook over vijf jaar nog gespeeld moet kunnen worden.’

Vecht wil universele stukken schrijven, en dat lijkt te lukken. Zo werd zijn Parade-voorstelling van vorig jaar geselecteerd voor het internationale theaterfestival Spieltriebe. Duitsers herkennen de thematiek van zijn well made plays.

Well made play: dat was lange tijd vloeken in Nederland waar toneelschrijvers toch vooral zo eigenzinnig mogelijk moesten schrijven. ‘Wij kennen geen schrijverstraditie zoals in het buitenland. Bij ons is de regisseur het beginpunt; ons regisseurstheater is wereldberoemd. Toneelschrijvers moesten hier vooral een autonome stijl ontwikkelen, terwijl je eerst de traditie moet kennen om je ergens tegen af te kunnen zetten.’

Vecht, ooit afgestudeerd als architect, ziet toneelschrijven bovenal als een ambacht. ‘Mijn vak heet in het Engels ‘playwright’ en niet ‘playwrite’: het woord ‘wright’ betekent ‘maken’. Ik zie het maken van een stuk als het ontwerpen van een bouwwerk: ik bedenk eerst de volledige plot voordat ik begin te schrijven.’

Het spreekt hem aan dat zijn ambachtelijk geproduceerde stukken aanslaan bij het grote publiek. ‘Op de Parade komen mensen die de rest van het seizoen niet zo snel naar het theater gaan, dat vind ik erg leuk. De Parade biedt de meest pure vorm van theater: je maakt wat trammelant op het dorpsplein en mensen komen erop af.’

Meer over