Tragiek van de zwangere man

Fictie Een zeppelin als omineus symbool van zwangerschap, en andere fraaie vondsten van de Franse romancier René de Obaldia.


Pas sinds een paar duizend jaar leggen mensen het verband tussen coïtus en zwangerschap. Voordien werden vrouwen om hun goddelijke vruchtbaarheid vereerd, nadien was het gedaan met de matriarchale samenleving. Maar hoewel de man vanaf dat moment wist dat hij zogezegd de sleutel tot zijn nageslacht altijd bij zich droeg, is er tot in onze tijd nauwelijks nauwelijks een overbodiger mens te bedenken dan de aanstaande vader. Hij heeft zijn kortstondige rol gespeeld en moet nu machteloos toezien hoe de oerkrachten van de vrouwelijke natuur zijn mannelijke suprematie van het toneel vegen.


Het is die beklagenswaardige aanstaande vader die de hoofdpersoon vormt van de uit 1956 daterende korte roman De Graf Zeppelin of De lijdensweg van Émile van de Franse schrijver René de Obaldia, geboren in 1918.


Dat die hoofdpersoon Émile heet, kan haast geen toeval zijn. De roman laat zich namelijk heel goed lezen als een absurdistisch vervolg op het beroemde achttiende-eeuwse tractaat Émile of Over de opvoeding van Jean-Jacques Rousseau. In Boek Vijf van dat tractaat wordt de opvoeding als voltooid verklaard op het moment dat de eenmaal volwassen geworden jongeman zelf vader wordt. Obaldia pakt Émile als het ware op dat moment bij zijn lurven. Hij maakt er een bijziende klerk op een verzekeringskantoor van, wiens vrouw Angélique zwanger is. Zoals haar naam al suggereert, is de oorsprong van die zwangerschap bijna niet toe te schrijven aan de klunzige Émile, die over straat loopt 'als achter een onzichtbare lijkkist.' Onze Émile is daarmee ook een tragikomische parodie op de Bijbelse timmerman Jozef, die ook niet goed moet hebben geweten wat hem overkwam, toen hij na de geboorte van zijn zoon de hele heisa gadesloeg die zich rond de kribbe begon af te spelen.


'Het oprukken der familie', zo ondergaat de jonge vader de invasie van nooit eerder geziene horden die zich na de geboorte van zijn piepkleine Parijse zolderappartement meester maken. En dat alles vanwege het kleine cycloopje - zijn andere oog gaat pas na enige tijd open - dat van de ene dag op de andere het middelpunt van de wereld is geworden. Zoals Émile tijdens de zwangerschap van zijn vrouw door haar bolle buik steeds dichter tegen de muren van hun woning werd aangedrukt, zo wordt hij nu door het schreeuwen van de pasgeboren Baptiste en door de stroom van familie en vriendinnen zijn eigen huis uitgejaagd. Van lieverlee zoekt hij troost bij een hoertje. Terwijl zij in een naburige kamer met haar werk bezig is, schrijft hij in koortsachtige waanzin een onnavolgbare brief aan 'zijn' Baptiste. Expres of per ongeluk eindigt Émile's ontspoorde leven met een plons in de plassen van Ville-d'Avray, even buiten Parijs. De cyclus van zijn leven is door zijn rampzalige vaderschap voltooid.


De bolle buik van Angélique komt op symbolische wijze op allerlei manieren terug in het verhaal. Bijvoorbeeld, duizendvoudig vergroot, in de Graf Zeppelin. Het vooroorlogse luchtschip dat, zwanger van waterstof, hoog boven de oceanen en de continenten zweefde. In het verhaal gebruikt Obaldia deze zeppelin enkele malen als een flashback naar beelden van de ramp met een dergelijk luchtschip, al zal de auteur zelf ook wel geweten hebben dat die beroemde ramp in 1937 het luchtschip de Hindenburg betrof en niet de Graf Zeppelin. Los daarvan hadden deze fragmentarische Zeppelin-verwijzingen van mij niet gehoeven. De lijdensweg van Émile, door Mirjam de Veth fris en inventief in het Nederlands vertaald, is op zichzelf vermakelijk en onvergetelijk genoeg om ook zonder brandende Zeppelin indruk te maken.


Maarten Asscher


René de Obaldia: De Graf Zeppelin of De lijdensweg van Émile.


Uit het Frans vertaald door Mirjam de Veth. Coppens & Frenks; 115 pagina's; € 22,-.


ISBN 978 90 7112 781 6.


Meer over