Tous ensemble

De acteurs weten wel raad met hun rollen; Fonda en Richard ontroeren als stel.

PAULINE KLEIJER

Zo lang mogelijk zelfstandig blijven wonen, wie wil dat niet? De vijf vrienden in het Franse drama Tous ensemble peinzen er niet over om naar het bejaardenhuis te gaan. En wanneer een van hen door toedoen van zijn zoon toch in zo'n tehuis belandt, slepen de andere vier hem er weer weg.

Maar ondertussen hebben ze wel steeds meer zorg nodig. Claude (Claude Rich) heeft een zwak hart, Albert (Pierre Richard) wordt steeds vergeetachtiger, zijn vrouw Jeanne (Jane Fonda) heeft een ernstige ziekte waar ze niemand iets over vertelt.

Ze besluiten met zijn vijven onder één dak te gaan wonen. De Duitse student Dirk helpt hen in de huishouding. Als tegenprestatie mag hij het groepje observeren voor zijn studie; hij is bezig met een scriptie over alternatieve woonvormen bij bejaarden.

Regisseur Stéphane Robelin, die ook het scenario schreef, is zelf nog jong. Dat is te merken aan de manier waarop hij zijn personages beschouwt: niet van binnenuit, maar via de antropologische blik van Dirk.

Hoe sympathiek Robelins bedoelingen ook zijn (hij wil duidelijk een paar taboes rond bejaarden slechten), het geeft zijn film iets kunstmatigs - alsof hij een bijzondere mensensoort presenteert.

Gelukkig kent Tous ensemble ook voldoende waarachtige momenten. De acteurs weten wel raad met hun rollen; vooral Fonda en Richard ontroeren als liefdevol, aftakelend stel. Maar het is Geraldine Chaplin die het meest natuurlijk is.

Zij speelt Annie, de vrouw die haar huis heeft opengesteld voor haar vrienden, een opoffering die haar niet makkelijk afgaat.

Het stille verzet en het verdriet van Annie blijven jammer genoeg wat onderbelicht in Tous ensemble, maar het zijn haar scènes die de optimistische film geloofwaardig maken.

undefined

Meer over