Tournures

In de serie Over de helft interviewt Cornald Maas nét-vijftigers over hun vijftigersdilemma's.
In aflevering 4: actrice Jacqueline Blom.

'Net na mijn 50ste was het kennelijk tijd voor een schoonmaak. Twaalf jaar was ik als actrice in vaste dienst geweest bij het RO Theater in Rotterdam. Ik maakte de rekening op en besloot dat ik nóg meer wilde laten zien wie ik werkelijk ben - en dat kon niet zonder consequenties blijven. Bij het RO Theater heb ik veel bereikt, en ik ben blij dat ik er zo lang heb gespeeld, maar het was tijd om weg te gaan. En ik was niet bezorgd dat ik zonder werk zou komen te zitten. Een erg oninteressante gedachte is het bovendien, bang te gaan zitten wezen.

Ik wilde dat er meer van mezelf aan bod zou komen. Als actrice kan ik bijvoorbeeld heel grappig zijn, maar die kant van mij was in mijn toneelcarrière amper nog tot zijn recht gekomen. Dat zal ongetwijfeld aan mij hebben gelegen. Maar dat er over komedie al snel lichtvaardig wordt gedacht in het gesubsidieerde circuit, zal misschien ook een rol hebben gespeeld.

Nooit heb ik het gedacht, dat ik na mijn 50ste nog eens in een musical terecht zou komen. Als Koningin Wilhelmina nog wel, in Soldaat van Oranje. Ik speel haar als een vrouw die misschien wat naïef is geweest - ze vraagt zich in Engeland, waar ze tijdens de oorlog heen is gevlucht, terecht af of ze als koningin gefaald heeft. Eenzaam was ze volgens mij ook. En Engelandvaarder Erik Hazelhoff Roelfzema vond ze leuk, misschien wel té leuk - fijn is het om in mijn spel een beetje te suggereren dat ze, diep verborgen, misschien zelfs wel seksuele gevoelens voor hem heeft gekoesterd.

Wat mij opvalt bij het team dat bij deze musical betrokken is: dat men nergens steken laat vallen, dat iedereen direct te benaderen is, zonder tussenkomst van allerlei secretaresses, dat er heel respectvol met iedereen wordt omgegaan. Er is sprake van een duidelijke visie op hoe je een bedrijf runt. Kritiek wordt serieus genomen: iedereen mag zijn zegje doen, en daarbij is geen sprake van hiërarchie of machtsgekeutel. Deze commerciële business is helemaal zo gek niet, weet ik inmiddels, sterker nog: het gesubsidieerde circuit zou er nog het nodige van kunnen opsteken.

De gesubsidieerde toneelwereld is een kleine wereld, vind ik. Dingen worden voor waar aangenomen terwijl er wel degelijk vraagtekens bij te zetten zijn. Het vermogen om de boel eens werkelijk onder de loep te nemen, is in de toneelwereld niet erg ontwikkeld. Sinds ik vertrokken ben bij het RO Theater zijn er leuke dingen op mijn pad gekomen. Volgend jaar speel ik met Peter Blok in het DeLaMar Theater in Amsterdam de Franse komedie Le prénom, over een rare avond met vrienden waarbij uiteindelijk alle maskers afgaan. En ook in de rol van koningin Wilhelmina kan ik iets van mijn komische kant kwijt. Voor internet ontwikkel ik een dramaserie waarin ik een man speel, Marco de Wijn, een macho-man uit Rotterdam-Zuid die het hart op de goeie plek heeft maar moeite heeft met vrouwen te communiceren.

Een mijlpaal vond ik het, dat ik 50 werd. En ik was er ook trots op. Natuurlijk realiseer ik me dat je op deze leeftijd, veel meer dan op je 40ste, haast moet maken met de dingen die je in elk geval nog wilt doen. Maar ik ben trots op wat ik tot nog toe heb bereikt - wie ik ben, en waar ik sta. Tijdens het diner dat ik voor mijn 50ste had georganiseerd, werd er veel gespeecht - door mijn broer, door een tante. Het is heilzaam om te speechen, het bundelt de emoties. Als iemand wordt toegesproken, wordt iederéén een beetje gevierd, omdat bij een persoonlijk verhaal bij alle aanwezigen vanzelf de eigen herinneringen aan verlies en vreugde opborrelen. Al mijn dierbaren waren erbij. Ook Jeroen Willems ja, vanzelfsprekend - hij was dertig jaar lang de vriend bij wie ik altijd volkomen mezelf kon zijn, op elk gewenst moment.

Hij overleed precies een jaar geleden. In de week van zijn dood had ik de laatste draaidagen voor de tv-serie Volgens Robert. Ik kon die opnamen niet laten schieten - dat zou desastreus voor de serie zijn geweest. Het was zwaar, om uitgerekend in die week de laatste scènes te moeten opnemen, maar tegelijkertijd heb ik toen gemerkt dat spelen heilzaam kan zijn omdat je zo gefocust bent op je rol. Tussen de opnamen door voelde ik me naakt en kwetsbaar en was ik schuw - het liefst wilde ik me onder een deken verstoppen.

Rouw is intiem en ook egocentrisch: dat ik Jeroen zo mis gaat ook over mij - ik heb met mezelf te doen. We zagen en spraken elkaar veel, dertig jaar lang, in een vriendschap die heel vertrouwd aanvoelde: we konden alles delen, ook op onze allerstomste momenten, we tilden elkaar op in onze vriendschap. En dat is iets anders dan bewondering: Jeroen bewonderen deed ik niet zo, dat zou dweperig zijn geweest, alsof Jeroen bovenmenselijk was. Ik denk dat hij het niet geloofd zou hebben, als hij wist hoeveel aandacht hij na zijn dood heeft gekregen. Jeroen was royaal, hij kon mensen het gevoel geven dat ze speciaal voor hem waren, en dat was niet alleen zijn charme maar ook zijn overtuiging. Als hij in een theaterproductie zat, zorgde hij er voor dat ook de technicus die linksachter werkte zich gezien en gewaardeerd voelde. Hij had veel respect voor veel mensen. Je kon alles tegen hem zeggen, en hij durfde op zijn beurt ook dingen te zeggen. Met meer charme dan ik, want daarin was hij slimmer, maar hij dééd het wel. Na Adriaan, mijn man, was Jeroen degene bij wie ik me altijd het meest op mijn gemak voelde.

Dat ik Adriaan heb leren kennen is een klein wonder. Ik was al 37, zat in een sombere periode en had twee korte relaties achter de rug. Mensen om me heen hadden lange relaties en kregen kinderen, en dat viel me zwaar. Ik kan niet goed tegen alleen zijn, en ik kreeg steeds meer het gevoel dat ik nergens bij hoorde. Ik was er zwaar van overtuigd dat het niet meer ging lukken, met die man.

Tot ik op een dag in de auto zat, een interview op Radio 5 hoorde en ik het mezelf hardop hoorde zeggen: 'Dát is nou een leuke man, wát een lef heeft dit Mensch.' Adriaan Geuze bleek hij te heten, en die naam zei me toen nog niets, net als het feit dat hij een befaamd landschapsarchitect is. Maar kort daarna ontmoette ik hem bij toeval na afloop van een voorstelling. We hadden het meteen erg leuk samen, maar ik hield het hoofd erbij en nam afscheid met een handdruk - vaak genoeg al had ik last gehad van een gewond hart. Twee dagen later kwam ik hem wéér tegen en ik stapte op hem af en vroeg hem of hij een keer met me wilde afspreken. Hij zei: 'Ja, nu meteen.' De rest is geschiedenis. Sindsdien zijn we samen.

Adriaan had al een dochter, Maria, maar we hebben samen ook nog twee kinderen gekregen: Lina en Youri. Kinderen heb ik altijd gewild, maar ik durfde er niet meteen met Adriaan over te beginnen, bang als ik was dat dat genant zou zijn en hebberig zou klinken. Maar Adriaan plaveide het pad, to the point als hij is, in de eerste week al vroeg hij of ik kinderen wilde.

Ik weet niet wat ik fout heb gedaan, denk ik nog weleens, dat het zo lang geduurd heeft voor ik de ware vond. Misschien had ik een verkeerd beeld van de liefde. Ik ben er dankbaar voor dat ik alsnog de grote liefde ben tegengekomen. Dit is wat ik nou altijd heb bedoeld, denk ik met regelmaat. Adriaan neemt me helemaal zoals ik ben en hij verbaast me met zijn vaak bizarre en analytische geest. Hij ziet verbanden in de samenleving die ik nog niet heb gezien.

Kritisch is hij ook: de toneelwereld vindt hij nogal archaïsch. Wat hij altijd belachelijk gevonden heeft is dat je met z'n allen naar een première toewerkt en dat dat het dan is. Hij is in zijn werk bij veel creatieve processen betrokken waarbij iedereen altijd tot op het laatste moment iets mag zeggen, en als er op de valreep een beter idee komt gaat het hele ontwerp desnoods van tafel. Zoiets wordt vervolgens niet als een greep naar de macht gezien. Iedereen denkt mee, op gelijkwaardige basis, niet gehinderd door ego's, en de energie gaat bepaald niet in het behoud zitten. Mijn ervaring in het theater is een andere. Daar komt het toch minder vaak voor dat je alles zonder zorgen zegt en dat je je realiseert dat het spannend is waar je dan terechtkomt. Zonder dat je je afvraagt of ze je wel aardig vinden, of juist te brutaal.

Voor Adriaan ben ik, in 2001, van Amsterdam naar Rotterdam verhuisd. Die verhuizing heeft mijn bewustzijn over Nederland behoorlijk veranderd. Het was aan de vooravond van de opkomst van Pim Fortuyn. Met de nodige vooroordelen reisde ik af - in Amsterdam had ik comfortabele gedachten en meningen gehad, ik snapte totaal niet waar deze man opeens vandaan kwam. Maar Rotterdam is een andere stad dan Amsterdam: een leuke en enerverende stad, maar ook een stad die vecht om te overleven. Mensen zijn blij als je in Rotterdam komt wonen en ze vinden het jammer als je er weer weggaat - want je bent met z'n allen nodig om de stad leuk en leefbaar te houden.

Toen we een school zochten voor Lina bleken mijn ideeën over lagere scholen totaal niet te kloppen. De enige twee witte scholen waren volkomen geconfisqueerd door de Kralingse chic, wij leverden Lina huilend af op een school in suburbia. Omdat ik wilde dat Lina in onze buurt naar school zou gaan, heb ik met een aantal ouders in Kralingen een gemengde school opgezet - met groot succes. Veel verschillende bevolkingsgroepen zijn er vertegenwoordigd: uit Soedan en Turkije, protestanten en moslims.

Toen Theo van Gogh werd vermoord, was ik diep geschokt en haatte ik de moslim die hem had omgelegd, maar ik legde geen enkel verband tussen hem en de gehoofddoekte vrouwen die ik inmiddels van school kende. Als ik in Amsterdam was blijven wonen, waren de kinderen vast naar een keurige witte school gegaan en was ik vanaf een veilige afstand van alles blijven beweren over de multiculturele samenleving. In Rotterdam ben ik meer maatschappelijk betrokken geraakt. Hier kun je de multiculturele samenleving niet níét zien - je bent er onderdeel van. En als je hier woont ervaar je ook pas goed hoezeer de media in Amsterdam geworteld zijn: vanuit Rotterdams perspectief heeft dat soms ook iets lachwekkends. Natuurlijk is het belangrijk wat er in Amsterdam gebeurt, maar op wereldniveau is het een kleine stad. Het is alsof je de halve dag met z'n allen naar Deventer-Noord zit te turen.

In Nederlands tv-drama mis ik actuele verhaallijnen, over in wat voor een land we nu leven. Er is genoeg talent, maar het kan beter. Schrijvers zouden meer tijd moeten krijgen om scenario's uit te werken. In Amerikaanse en Deense series worden, soms tussen de regels door, veelbetekenende inzichten gegeven over hoe de samenleving in elkaar steekt. Zo'n serie als De prooi: goed gemaakt, en een fraai portret van ABN Amro-topmanRijkman Groenink, maar hij is ook een product van het systeem dat hem heeft voortgebracht en dat legt die serie niet bloot.

In mijn werk ben ik altijd vrij uitgesproken geweest. Dat riep soms de nodige weerstand op. Te lang ging ik ervan uit dat wat ik te melden had alleen over de inhoud ging en dat iedereen dus wel van mijn goeie bedoelingen overtuigd zou zijn. Ik heb er zo'n jaartje of vijftig over gedaan voor ik doorkreeg dat er tussen mensen die samenwerken meer speelt dan de waarheid en het uiten van oprechte kritiek. Dat je soms ook gewoon je mond moet houden en dat je niet diep gekwetst moet zijn als wat je zegt geen bijval krijgt.

Als je alles niet zo persoonlijk neemt, kun je beter analyseren. Te vaak was ik een lonesome cowboy die de aanvallen niet zag aankomen en dan opeens weer een dolk in haar rug had. Wat dat betreft is het een zegen om met Diederik van Rooijen, de regisseur van Penoza, te werken. Hij heeft het vermogen om op de set nog dingen te schrijven of scènes totaal om te gooien. Je kunt alles tegen hem zeggen en hij denkt nooit dat je dan op z'n regisseurschap uit bent. Hij is niet geïnteresseerd in ego's, zegt hij. Het gaat hem om wat we aan het maken zijn, en daarbij is iedereen gelijkwaardig.

Onze dochter Maria is nu 17. Ze wil gaan acteren. Dat juich ik toe maar ik waarschuw haar ook: dit is geen leuk vak als je niet veel erkenning krijgt en het is ook nog eens een heel moeilijke tijd omdat alles afkalft. Over mijn eigen toekomst maak ik me voorlopig geen zorgen. Ik zal blijven spelen - mensen willen vast ook naar ouwe koppen kijken. Binnenkort zal ik een workshop volgen bij een acteercoach in Amerika. Ik vind het raar dat het in Nederland, anders dan in bijvoorbeeld Spanje, niet gebruikelijk is om na verloop van tijd nog eens wat acteerlessen te nemen. En ik hoop dat ik over een jaar of tien een dramaserie op mijn naam heb staan die niet alleen vermaakt en ontroert maar ook onderzoekt wat er nu gaande is in onze samenleving.

Mijn ouders leven allebei nog. Ze hebben last van wat mankementjes maar ze wonen nog altijd zelfstandig en zijn gelukkig samen. Ze volgen me nauwgezet. Toen ze me Wilhelmina zagen spelen hebben ze gekird van blijdschap. Over m'n eigen verschiet en sterfelijkheid denk ik op dit moment niet te veel na. Misschien juist wel omdat ik al het nodige achter de rug heb. Elf jaar geleden werd bij mij borstkanker geconstateerd. Uiteindelijk bleek die niet te zijn uitgezaaid. Maar evengoed voel je in de fase dat dat nog niet duidelijk is de reële dreiging dat het leven klaar is. Ik zag regelmatig doodskisten aan me voorbijflitsen maar dwong mezelf om er niet langer dan tien minuten per dag aan te denken.

Voor de kinderen vond ik het intussen onverdraaglijk. Tegelijkertijd zorgden ze voor de broodnodige afleiding: onze jongste was pas drie maanden oud, een kind dat huilt moet worden getroost, en dan ben je vanzelf in het hier en nu. Als je de zieke bent, ben je ook de sterke: jij moet degene zijn die de leiding neemt, want iedereen om je heen is banger dan jij.

Ik ben nu boven de 50, Jeroen is nét 50 geworden. Zo'n lange diepe vriendschap als die ik met hem had, komt nooit meer terug, zeker niet op deze leeftijd. Als je 30 bent kun je nog een heel eind komen met nieuwe mensen in je leven met wie je ervaringen deelt die je met niemand anders deelt. Met Jeroens dood is een deel van mijn leven en verleden voorgoed verdwenen.

Hij zou zijn 50ste begin dit jaar gevierd hebben. Op zijn 40ste verjaardag heb ik hem toegesproken. Mijn devies toen: leef je leven, onderzoek wat er te onderzoeken valt. Een gedachte waar ik nog steeds achter sta, juist ook nu hij er niet meer is.'

CV

Jacqueline Blom wordt op 16 april 1961 geboren in Oegstgeest. Na het vwo, volgt ze de Toneelschool in Maastricht. Vervolgens speelt ze in theaterproducties van Theatergroep Hollandia en Het Nationale Toneel. Op tv maakt ze indruk als bankiersdochter Elise Bussink in Oud Geld en als Zuster Ten Hoeven in Loenatik. In 2001 gaat ze samenwonen met landschapsarchitect Adriaan Geuze. Ze treedt in dienst bij het RO Theater, waar ze tot eind 2012 vast aan verbonden is. Begin 2013 speelt ze een hoofdrol in de tv-reeks Volgens Robert. Nu is ze op tv te zien in Penoza 3 en in het theater als Koningin Wilhelmina in de musical Soldaat van Oranje. In het voorjaar vinden de opnamen plaats van het vervolg op Volgens Robert en gaat de speelfilm Loenatik, te gek in première.

undefined

Meer over