Tour-leiding kan het de koning niet lastig genoeg maken

JACQUES ANQUETIL stapte in 1966 van de fiets in de wetenschap dat het niet ging lukken. Eddy Merckx streed in 1975 door tot het bittere eind, al snel beseffend dat het niet ging lukken....

BART JUNGMANN

Miguel Indurain zal in 1996 3686 kilometer strijd moeten leveren, in de daaropvolgende 63,5 kilometer die strijd in zijn voordeel beslissen om de laatste 139,5 kilometer in bescheiden triomf naar Parijs te voltooien. De eerste wielrenner die de Tour de France zes keer wint, achtereenvolgens nog wel, zal een Spanjaard zijn.

Tenzij Evgeni Berzin hem verrast in de dertig kilometer lange klimtijdrit naar Val d'Isère.

Tenzij Laurent Jalabert er in het Centraal Massief weer met een paar sterke ploeggenoten tussenuit knijpt.

Tenzij Miguel Indurain deze keer zijn koers in een afdaling niet tijdig kan corrigeren en uit ons zicht valt.

Tenzij een processierups zijn rivalen te hulp schiet.

In drie weken en 3889 kilometer kan veel gebeuren, Parijs is nog ver en Den Bosch ligt nog maar net achter ons. Maar er moet wel héél véél gebeuren wil een gevallen, geblesseerde of zieke Indurain een kansloze Indurain zijn.

Daarvoor waren de verschillen de laatste jaren te groot. In 1991 eindigde Gianni Bugno op 3.36 minuten als tweede. In 1992 eindigde Claudio Chiappucci op 4.35 minuten als tweede. In 1993 eindigde Tony Rominger op 4.59 minuten als tweede. In 1994 eindigde Pjotr Oegroemov op 5.39 minuten als tweede. En in 1995 eindigde Alex Zülle op 4.35 minuten als tweede. Met andere woorden: wie voorkomt dat er straks in Navarra een zesde gele trui achter glas hangt?

'Een gecompliceerde en zware Tour', oordeelde Indurain op 17 oktober vorig jaar toen in Parijs het parkoers voor de 83ste aflevering werd gepresenteerd. De organisatie lijkt de Tour op Indurains concurrentie te hebben ingericht.

Zijn kracht ligt in de tijdritten en daarvan is het totaal in de afgelopen vier jaar van 140 naar honderd kilometer teruggebracht. Daarvan gaat dertig kilometer flink omhoog en dan gaan andere kwaliteiten tellen. Bovendien is de ploegentijdrit, waarin Banesto de laatste twee keer voorin streed, voor het eerst sinds 1975 geschrapt.

Het grootste gevaar schuilt misschien wel in de weg van de Alpen naar de Pyreneeën, die leidt door het Centraal Massief en een aaneenschakeling is van klimmetjes. Mogelijk dat Indurain daar ergens de controle verliest.

De vijfvoudige Tourwinnaar was koud terug uit Colombia van een niet geheel geslaagde missie toen hij zijn oordeel over het parkoers velde. Indurain werd er wereldkampioen tijdrijden, liet de titel op de weg aan landgenoot Olano en staakte zijn poging het werelduurrecord te breken al na een half uur. De door Tony Rominger gestelde limiet bleef ver buiten zijn bereik.

Na zijn derde plaats in de Giro van 1994 achter Berzin en Pantani was het de tweede keer dit decennium dat Indurain faalde op een belangrijk moment. El Rey zag er opeens een stuk minder koninklijk uit.

Het voedt de sluimerende behoefte aan een revolutie. Heerszuchtige wielrenners krijgen pas later het krediet dat ze verdienen, want in hun oppermacht slaan ze de koers dood. De belangstelling voor de Tour lijdt eronder, uitdagers worden groter gemaakt dan ze zijn.

Chiappucci, Rominger en Zülle werden de afgelopen jaren tot concurrenten gebombardeerd en ze bezweken onder de verwachtingen. Misschien dat daarom het lijstje dit jaar zo lang is. Niet geschoten is altijd mis en en de behoefte aan een troonswisseling wordt er met de jaren niet kleiner op.

Laurent Jalabert wordt de meeste kansen toegedicht om Indurain tot in Parijs doeltreffend voor de wielen te rijden. Jalabert zit in de sterkste ploeg van deze Tour en is de meest veelzijdige coureur in het peloton. Vorig jaar was hij het hele seizoen prominent aanwezig: van Milaan-San Remo tot aan de Ronde van Spanje. Dit jaar werd het voorseizoen verknald door een knieblessure, maar Jalabert won al wel enkele etappekoersen.

Vorig jaar voerde Jalabert een mooi nummertje op in de heuvelachtige etappe naar Mendes. Hij bleef Indurain bijna zes minuten voor, maar in de race tegen de klok moest Jalabert viereneenhalve minuut toegeven en er was geen bergetappe waarin hij Indurain te snel af was. Dat Frankrijk hoge verwachtingen van hem heeft, ligt vooral aan Frankrijk dat al elf jaar wacht op een winnaar van eigen bodem. Dat maakt de druk voor Jalabert extra groot.

Daarom lijken de kansen van ploeggenoot Alex Zülle groter. Hij kan zich een beetje verschuilen en heeft in de door hem gewonnen ronden bewezen op dreef te zijn. Jaartje ouder, jaartje wijzer.

De naam van zijn zeven jaar oudere landgenoot Rominger valt niet zo vaak. Hij heeft dit jaar ook nog niets laten zien, terwijl vorig jaar de Giro nog als aanbeveling gold. Maar alles staat nu ook in het teken van de Tour en hij kan rekenen op de steun van wereldkampioen Olano die zichzelf nog niet in staat acht tot steekhoudend weerwerk. Riis, Berzin en Oegroemov doen dat in alle bescheidenheid wel.

Geen van de zes rivalen lijkt drie weken lang oppositie te kunnen voeren. Indurains kracht vorig jaar was juist dat hij nooit ver weg was. Wie de tijdritten wint en zich voor de rest handhaaft, wint de Tour de France. Wie? Wie anders?

Bart Jungmann

Meer over