Totale chaos ontleed in 8000 onderdelen

Heel Engeland moest in het ongewisse blijven. In het diepste geheim werd het atelier van Francis Bacon in Londen ontmanteld en verscheept naar Ierland, waar het nu weer wordt opgebouwd....

door Eric van den Berg

ALS de duisternis het won van de zwakke zomerzon, en alle kantoren in de Londense wijk in slaap vielen, was de kust veilig. Niemand of niets op straat, hooguit een verdwaalde hond bij een stotterende lantaarnpaal, of een verschrikt opvliegende vogel. Van achter de gordijnen keek een buurman misschien stiekem toe, maar dat weet niemand zeker.

De vijftien archeologen en conservatoren, die zich voelden als Alice in Wonderland maar nog meer als Howard Carter in de tombe van Toetanchamon, zagen die weken nauwelijks daglicht. Eén gelukkige mocht op de hoek koffie en broodjes halen voor iedereen; als er meer mensen uit het doorgaans verlaten pand kwamen, zou dat alleen maar achterdocht wekken in de buurt.

Nie-mand mocht iets merken van de ontmanteling van het atelier van Francis Bacon. De Tate Gallery niet, Engeland niet, en eigenlijk de hele wereld niet. Twaalf dagen duurde het karwei - alle tubes, kwasten, boeken en paperclips traceren, catalogiseren en inpakken -, daarna werd alles in vrachtwagens geladen. In het holst van de nacht reden ze naar de boot. Ze voeren toen niet naar Dublin, de eindbestemming, maar naar de haven van Belfast, waar ze doorgaans wel iets anders aan hun hoofd hebben. Geen beambte liet ook maar één lichtbundel uit een zaklamp over de waren schijnen. 'Daar kijkt niemand naar schilderijen', zou later de verantwoordelijk conservator zeggen. 'Zeker niet in de zomer.'

Een verhaal. En bijna alles klopt. Francis Bacon (1909-1992) híeld van verhalen, liet nooit een prachtig mysterie verpesten door zoiets onbenulligs als De Waarheid. Cultiveerde zijn publieke imago als geen ander. Zag zijn eigen leven als een Griekse tragedie, en vond dat, zo zei hij, wel best. En wat hij óók zei: hij zou nóóit meer teruggaan naar Ierland, land van zijn ongelukkige jeugd. Maar vraag het zijn hoogbejaarde zus, en ze zal verbaasd uitroepen dat hij er regelmatig is geweest om te jagen.

Of hij wilde of niet, Francis Bacon is terug in Dublin; roze manshoge beeltenissen wapperen langs de Leffey-rivier - Bacon is back home! Oscar Wilde, James Joyce, U2, Francis Bacon! Acht jaar nadat hij in Madrid was bezweken aan een hartaanval, een werkruimte in Londen achterlatend die misschien dan tóch zijn ultieme levensverhaal zou gaan vertellen.

Want dat van dat transport - het is waar. Het atelier waar Bacon ruim dertig jaar heeft gewerkt is in augustus 1998 in het diepste geheim ontmanteld op Reece Mews No. 7 in South Kensington, en via Belfast verhuisd naar Dublin, zijn geboortestad.

Daar wordt nu de chaos die de schilder achterliet zo precies mogelijk teruggetimmerd, -geplakt, -gelegd, -gehangen en -gegooid. Zoals ooit ook de studio van Brancusi in Parijs is herbouwd.

De opening staat gepland voor november - drie jaar en ruim acht miljoen gulden verder. Maar de bouwvakkers lopen vertraging op, dus dat zal wel december worden. Hoogstwaarschijnlijk zelfs januari, in de maand dat ook het Gemeentemuseum in Den Haag zich stort op de man die ooit door Margaret Thatcher is bestempeld als 'die afschuwelijke kunstenaar van die gruwelijke schilderijen'. Toen anderen hem overigens al the greatest living painter noemden. Zíjn chaos - dat zou weleens een kunstwerk op zichzelf kunnen zijn.

De Hugh Lane Gallery, het gemeentelijk museum voor moderne kunst in Dublin, heeft het atelier gekregen van John Edwards, vriend van Bacon in de laatste twee decennia van diens leven, en (enig) erfgenaam. De Tate was een logischer keus geweest, dat weet ook heel Ierland: Bacon woonde en werkte bijna zijn hele leven in Londen, het museum bezit al dertien schilderijen van hem en heeft al twee grote retrospectieven gehouden. Maar toen Edwards de studio in 1997 aanbood, reageerde de Tate terughoudend. Zou het bestuur wel een permanente ruimte voor Bacon willen inruimen?

Voor er antwoord kwam op die vraag, was het atelier al verdwenen. De voormalige mew, een stal met daarboven onderkomen voor bediendend personeel, bleek tot ontstentenis van kunstminnend Engeland, en het plotseling wakkergeworden Lagerhuis leeg. Leeg! Een schat aan informatie, een monumentale herinnering aan de grootste Britse schilder sinds William Turner (1775-1851) was toch maar cadeau gedaan aan iemand anders. Zelfs de bekladde wanden waren in stukken gezaagd en meegenomen.

'We zijn als archeologen te werk gegaan', zegt conservator Mary McGrath, coördinator bij de ontmanteling van de 25 vierkante meter chaos. Eerst foto's: zó was het toen Bacon op 82-jarige leeftijd voor het laatst het pand verliet, op vakantie naar Spanje, kijken of die knappe jonge bankier nog steeds van hem hield.

'Toen ik daar voor het eerst binnenkwam, was het alsof Bacon net was vertrokken', zegt McGrath. 'De theezakjes van die ochtend lagen er nog.' Vanuit de deuropening zag ze links de ronde spiegel, herinnerend aan de jaren dertig, toen Bacon de kost verdiende als interieurontwerper. Rechts de ezel. Zonder doek, helaas; Edwards had het onvoltooide zelfportret (en nog twee schilderijen) weg laten halen.

In dozen zaten tientallen lege wijnflessen. En hij dronk dure Taittinger-champagne. Aan de straatzijde waren de ramen geblindeerd met muskietengaas dat Bacon had meegenomen van zijn talrijke reizen naar Tanger. Het daglicht kwam van boven, door het dakraam. En dat verried al meteen zijn werkritme: hij werkte van 's ochtends vroeg tot half een 's middags, want dan viel de zon op de ezel.

'We zagen aan de verfspatten op het plafond hoe Bacon zijn arm moet hebben bewogen als hij schilderde. We konden precies uitrekenen waar hij moet hebben gestaan', aldus McGrath. 'Dit was niet zomaar een chaos, dit was een document, dat voelde je.'

Een wonder eigenlijk, beseft ze, alles nog intact, niets gestolen. Een atelier van een schilder die in 1989 de duurste levende kunstenaar was toen bij Sotheby's New York zijn drieluik May-June 1973, over de zelfmoord van zijn geliefde George Dyer, werd verkocht voor zo'n dertien miljoen gulden. Een schilder van wie de nalatenschap, beheerd door de Estate of Francis Bacon in Londen, nu wordt geschat op een kwart miljard gulden. En er loopt nog een proces tegen de Marlborough Fine Art, jarenlang Bacons belangenbehartiger en dealer: de galerie zou de schilder stelselmatig veel te weinig te hebben betaald.

Stilletjes stond daar acht jaar lang het propvolle onderkomen van Bacon. Onopvallende voordeur. Steile trap naar de eerste verdieping (het trapgat was bepalend voor de maximale grootte van de schilderijen: 198 bij 147,5 centimeter). Boven aan de ene kant zijn sobere, zelfs ordelijke woonkamer, aan de andere kant zijn Domein.

'Het atelier is al die jaren low profile gehouden', zegt McGrath. 'Juist geen zware bewaking, want dan ga je vragen om problemen. De buren hebben een oogje in het zeil gehouden. Die zijn altijd gek op Bacon geweest. Iedereen vond hem zó charmant.'

Een Iers archeologisch bedrijf, dat ook wordt ingeschakeld bij de aanleg van snelwegen en parkeergarages, maakte tekeningen en plattegronden. Een soort van hersenscan - laag na laag, van boven naar beneden - moest ordening scheppen. Ongeveer achtduizend features werden voorzien van nummer, plaatsbepaling en omschrijving.

F1:1, het eerste item dat werd opgepakt, was een foto met twee mannen erop. De ezel werd F20, het wijnrek F76, de geblokkeerde deur (net als de muren gebruikt als palet) F84, de oranje verfvlek op de grond F193. F14 was een tafel, F14:1 een boek óp de tafel, F14:2 een foto die daaronder lag, en zo verder.

Francis Bacon in letters, cijfers, coördinaten. En een zak Bacon dust, het stof dat McGrath bij elkaar veegde toen de vrachtwagens waren vertrokken.

'Veel was al bekend, maar we zullen een hoop mythes ontmaskeren', is de overtuiging van kunsthistoricus Margarita Cappock, projectmanager in de Hugh Lane Gallery. 'Over zijn leven, zijn werk. We hebben zeventig vernielde canvassen gevonden. Dat zijn de trial pieces.' Mary McGrath: 'We zullen meer weten over wie hij was. In interviews wist hij overal omheen te draaien.'

Het atelier is een dagboek, en iedereen mag er in bladeren.

Gevonden: röntgenfoto's van zijn longen. Bacon had astma, en dat heeft hij al in zijn jeugd in County Kildare (Ierland) moeten bekopen. Zijn vader Eddie, gepensioneerd kapitein in het Engelse leger en paarden- en hondenfokker, zag in hem niet de gedroomde zoon - Francis kreeg het al benauwd als er ook maar één hond in de buurt kwam. Erger, hij was niet zozeer geïnteresseerd in de paarden alswel in de staljongens. En hij deed moeders ondergoed aan. Betrapt, het huis uit, verlossing zoeken in Londen, krap zestien jaar.

Ierland is misschien dan wel niet zijn 'thuis', geven ook Ieren toe, zijn jeugd heeft hem wel gevormd. Hij was (over)leefde in een Engels protestants gezin tijdens de Ierse onafhankelijkheidsstrijd, hoorde bommen links en rechts van het huis inslaan, werd door een oppas urenlang in de kast opgesloten als zij met haar vriendje naar bed wilde. En schreeuwde. Als het paard op Picasso's Guernica, die hij later zo zou bewonderen, als de beroemdgeworden opgesloten pauzen die hij zelf zou schilderen (geïnspireerd door Velázquez).

'Aan die kast heb ik veel te danken', zei Bacon altijd. Maar dat was weer zo'n verhaal.

Hij maakte van de schreeuw een handelsmerk. Dat was al zichtbaar op Three Studies for Figures at the Base of a Crucifixion, een drieluik uit 1944 dat zijn naam definitief vestigde. Gevonden: boeken en knipsels met mondaandoeningen. En ook foto's van vervormde gezichten.

'De mens is een ongeluk', was Bacons idee. Mensen waren bij hem bloedend vlees, vervormde gezichten, quasimodo's die schreeuwen van wanhoop, kotsen, neuken, die vooral last hebben van zichzelf en van Het Leven dat hun overkomt.

Een indicatie: de vleeshallen van Berlijn en Parijs, waar hij eind jaren twintig nachtbraakte, en de vleesafdeling van Harrod's boeiden hem mateloos. Hij vond bruikbaar materiaal in boks- en crickettijdschriften, bestudeerde foto's van Eadweard Muybridge van het menselijk lichaam in beweging, en haalde veel foto's uit kranten: de aanslag op Lee Harvey Oswald, en Kim Phuc, het Vietnamese meisje dat naakt wegrent na een napalmbombardement.

'Hij was gefascineerd door beweging, expressie, geweld, en de stilte na het geweld', zegt McGrath. F108:43 - foto van het skelet van een olifant, gemaakt door de Amerikaanse fotograaf Peter Beard. Die heeft ook een ansichtkaart gestuurd, terechtgekomen in wat nu F22 is, een doos op de north-west floor area.

De overlijdensakte van Jessie Lightfoot, zijn nanny, uit 1951, lag er ook. Ze was in Ierland in het gezin (vijf kinderen) meer moeder dan zijn echte moeder Winnie. Ze kwam in Londen bij Bacon wonen, verhuisde vele malen met de schilder mee naar weer een ander huis annex studio, en sliep volgens de verhalen (!) op de keukentafel. Ze gokte met hem in Monte Carlo, dronk met hem in Soho. En ze keurde de vele jongens en mannen met wie Bacon, vaak in netkousen van club naar club, het bed wilde delen.

Nanny heeft nooit mee mogen maken dat Bacon eindelijk rust vond in de chaos van Reece Mews. Zijn liefdes, vrienden, vriendinnen en voorbeelden hebben er geposeerd, of zijn er op de foto gezet. Vriendin en drinkcompaan Isabel Rawsthorne, schilder Lucian Freud, de weduwe Orwell, en Barry Joule, de nog steeds trotse buurman.

Die kwam onlangs op de proppen met een berg bekraste, versneden en bewerkte knipsels en foto's, en met oefenschilderingen. Het was een pakket dat hij van Bacon had gekregen op de dag dat deze die laatste keer naar Madrid ging. 'Je weet wat je ermee moet doen', had Francis gezegd. Hij had het materiaal kunnen verbranden, zoals hij al eerder op verzoek van Bacon had gedaan, tegelijk met het tuinafval. Maar hij heeft het pakket bewaard; het was immers al eens gebeurd dat Bacon hem een schilderij had gegeven maar het een dag later terugvroeg.

Kenners - onder wie David Sylvester, de kunsthistoricus die beroemd geworden interviews met Bacon heeft gepubliceerd - betwijfelen de waarde en authenticiteit van het archief, dat nu is te bezichtigen in het Irish Museum of Modern Art (IMMA) in Dublin. De documenten komen waarschijnlijk wel uit het atelier, zo is de gedachte, maar de oefenschilderingen in een oud familie-fotoalbum zijn vermoedelijk van iemand anders.

Curator Sarah Glennie: 'We proberen geen oordeel te geven. We geloven dat het van Bacon zelf is, maar we dringen het niet op. Er ontstaat een nieuw debat. Uit de interviews van David Sylvester is altijd gebleken dat Bacon zich louter mentaal voorbereidde, en dan meteen op canvas schilderde. We denken al dertig jaar hetzelfde. Nu blijkt dat hij soms ook eerst studies maakte.'

'Of die echt zijn, weet ik niet, maar hij heeft waarschijnlijk veel meer geoefend dan wij altijd dachten', zegt Margarita Cappock van de Hugh Lane Gallery. 'Niets is toevallig. Hij schilderde met kam, corduroy, kasjmir, sokken. En hij gebruikte autolak. Totaal onvoorspelbaar hoe dat uitpakt op het doek.'

Cappocks team fotografeert, catalogiseert en omschrijft feature 1 tot en met achtduizendnogwat, en stopt de gegevens in een uitgebreide database. Dan gaat alles in omgekeerde volgorde het atelier - met kijkgaten - in. Hoewel, bijna alles. 'Fragiele dingen houden we apart. Zeker als ze in een doos horen en je ze toch niet kunt zien.'

Want laten we wel wezen: 'Het atelier is entertainment', zegt Mary McGrath. 'De werkelijke waarde zit in de database.'

In het Francis Bacon Study Center zal de bezoeker op de computer 136 hits krijgen als hij George Dyer intikt, zakkenroller en dief totdat Bacon hem in 1964 tegen het lijf liep. Bacon hield écht van hem, mogen we hieruit opmaken. Hij aanbad zijn lichaam, dat is zeker. Zo erg dat hij in 1988 een foto van Dyer gebruikte (F17:138) om het Portrait of John Edwards te kunnen maken; het hoofd is van Edwards, het lichaam van Dyer, die toen al 27 jaar dood was.

Dyer, die depressief was, altijd aandacht opeiste en minder goed tegen drank kon dan megadrinker Bacon, pleegde zelfmoord in 1971. Bacon hoorde het vlak voordat hij samen met president Pompidou zijn overzichtstentoonstelling in het Grand Palais opende, zijn grote doorbraak in Parijs. Een drama op zijn finest moment. Maar dat moest dan maar, was Bacons verhaal. Het leven is gewelddadig.

Meer over