Tot hoe ver ga je?

Geen lid van het kabinet wordt zo geliefd en zo verafschuwd als Rita Verdonk, de minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie die dit jaar 50 werd....

Ze werd geconfronteerd met een brand waarbij elf vreemdelingen omkwamen. Ze werd bespuugd en op spandoeken met grove teksten bestookt (`Rita Moordenaar`). Ze kreeg felle kritiek te verduren vanwege haar terugkeerbeleid. Haar werkkamer leek te zijn beschoten. Ze zag haar inburgeringsplannen stokken door juridische bezwaren, en moest diep door het stof toen bleek dat zij de Kamer bij herhaling verkeerd had geïnformeerd over de Congo-kwestie. Al die tijd had Rita Verdonk ook nog een moeilijke situatie thuis: haar man kampt met de naweeën van een herseninfarct.

`Die eerste maanden daarna zijn maanden van twijfel en somberheid. Dat proces ga je samen door. Het gaat nu gelukkig beter met hem. Ik zie mijn eigen man weer geregeld terug. Hij is nog niet helemaal de oude, maar begin volgend jaar gaat hij weer beginnen met werken.`

Ze heeft nog een andere reden opgewekt te zijn. Ze werd door de kijkers van TweeVandaag en de lezers van De Telegraaf gekozen tot beste politicus van 2005. In de verkiezingen van de Volkskrant voor de Nederlander van het jaar staat ze ook hoog. `Fantastisch! Ik ben daar verguld mee. Daar doe je het toch voor? Ik ben geen politicus geworden voor mijzelf, maar omdat ik iets wil doen voor het land.`

Ze is ervan overtuigd dat ze haar populariteit dankt aan consequentheid en daadkracht: `Ik zet duidelijk uiteen waarvoor ik sta en die lijn blijf ik steeds volgen. Als je dan merkt dat de mensen in Nederland je op zo`n manier steunen... jaaaa, dat is echt fantastisch.`

Veel mensen hebben de pest aan u.

`Vanwege dezelfde eigenschappen die mij zo populair maken. Wie terug moet naar zijn land van herkomst gáát terug. Als ik zeg dat migranten de Nederlandse taal moeten leren, gáát dat gebeuren. Ik was het lang niet altijd eens met Pim Fortuyn, maar feit is dat hij de zaak probeerde open te breken. Dat doe ik ook. Ik ga niet zeggen dat je een goede arbeidsplaats kunt krijgen als je geen Nederlands spreekt. Zo werkt het niet.`

U lijkt te genieten van het ministerschap.

`Het is nog steeds een fantastische baan. Ik heb nooit gedacht dat ik minister zou worden. Je ziet dat ook op de foto`s die zijn gemaakt toen we op het bordes stonden bij de koningin. Ik sta er bij van: wat overkomt mij hier? Al die bekende mensen en ik stond daar ineens tussen.

`Als minister kan ik aan de knoppen draaien en echt verandering teweeg brengen. Maar deze baan heeft ook schaduwzijden. Ik kan nu nergens meer binnenkomen zonder te worden herkend. Ik hoor van mensen dat ik elke dag op de tv ben. Dat realiseer ik me niet, want ik ben altijd aan het werk. En die beveiliging, dat had ik van tevoren nooit kunnen bedenken.`

Is dat niet naïef? Van een van uw voorgangers, Aad Kosto, werd het huis opgeblazen.

`Maar zoveel spanning als ik nu meemaak? Ik zit nu al twee jaar in de beveiliging. Maar goed, dat genereer ik ook zelf door mijn bestuursstijl. Daar ben ik mij van bewust. Het is belastend, zeker voor mijn gezin. Ik heb voor mijn baan gekozen, maar mijn gezin is ermee geconfronteerd. Beveiliging betekent dat je alles moet plannen.`

Ze begint zachter te praten; haar beveiligers zitten even verderop: `Als ik mijn hek uit ga, moet er iemand naast mij lopen. Als ik met mijn dochter ga winkelen, lopen er vier mannen om ons heen. Als ik samen met mijn man van een feestje kom, zit ik met nog twee andere mannen in de auto. Dan praat je niet vrij. Waar je onder normale omstandigheden gewoon met elkaar zou gaan argumenteren, doe je er nu het zwijgen toe.

`Mijn beveiligers zijn onderdeel van mij geworden. Ik heb een heleboel neefjes en nichtjes en soms ben ik bij familiebezoek amper binnen of zij roepen al: Rita, mogen we de mannen wat brengen? Mijn ouders waren onlangs vijftig jaar getrouwd. Dan staan die mannen dus in de hoek van de zaal. Het komt zo dichtbij dat je het wel een plekje móet geven.`

Lukt dat uw man en kinderen?

`Nee, ik denk dat zij er nooit aan zullen wennen. Laatst wilden we een stad gaan bezichtigen. Ik stelde Middelburg voor, of Leeuwarden of Haarlem. Maar mijn man zei toen: nee, dat doe ik niet, ik ga niet weer lopen met die mannen om mij heen. Dat kan ik mij goed voorstellen.`

Proeft u woede bij uw gezin?

`Ja, maar ook woede uit machteloosheid. Omdat zij zien dat er geen andere keuze is. Ze willen ook niet dat ik alleen de straat op ga. Als ik vijf meter het huis uit ga, vragen zij meteen of ik mijn mobiel alarm wel om heb.`

Oefenen ze druk uit om ermee te stoppen?

`Geen druk, maar er is mij wel gevraagd, ook door vrienden: wat laat je je overkomen, tot hoever ga je? Ik heb niet voor mijzelf overwogen te stoppen - ik ben opgevoed met het idee dat je een klus moet afmaken als je eraan begonnen bent - maar wel voor mijn gezin, vanuit de gedachte: wat doe ik hen aan?`

U was aangeslagen door het gat in de ruit van uw werkkamer, het vermeende kogelincident.

`Ja, het zag er natuurlijk behoorlijk bedreigend uit. Toen kwam het ook nog in de pers en ging het een eigen leven leiden en kwamen de spandoeken. Wat mij op de been hield was de steunmail. Al die lieve kaarten van mensen, al die bloemen.

`Mijn ambtenaren zien alleen kritische brieven, de positieve zien ze nooit. Ik heb tegen mijn secretaresse gezegd: verzamel nu eens alle steunbetuigingen, doe daar een mooi lintje om en leg dat neer voor de ambtenaren. Om ze te laten zien: de minister wordt niet alleen verguisd.`

Dat het om een kogel zou gaan, werd bewust gelekt. Dat gold ook voor het spuugincident. Daardoor ontstond gedoe rond uw persoon, wat weer spanning in de samenleving opriep.

`Ik weet wie het kogelincident naar buiten heeft gebracht. Ik was het niet en ik was er ook niet gelukkig mee. Politiek is voor mij geen doel op zich. Politiek is voor mij een middel om de samenleving beter te maken. Ik zal nooit dit soort incidenten naar buiten brengen om er politiek beter van te worden. Ik houd daar niet van.

`Van het spuugincident heb ik aangifte gedaan. Dat het vervolgens in de pers kwam, vond ik niet erg. Daarvan dacht ik: hoor maar eens wat mijn familie is aangedaan.`

Hoort het bespuugd worden niet bij het risico van het vak?

`Nou, van mijn collega`s hoor ik die verhalen niet. Toen ik nog in de gevangenis werkte, ben ik eens in mijn gezicht gespuugd. Ik zag het dit keer op mij afkomen en kon het nog net ontwijken. En dat is maar goed ook, want niets is zo vernederend als in je gezicht te worden gespuugd. Dan wil je nog maar één ding: jezelf wassen en huilen van machteloosheid.`

U wordt meer geassocieerd met de V van Vreemdelingenzaken dan met de I van Integratie. Hoe komt dat?

`Dat is niet de indruk die ik van een heleboel andere mensen krijg. De integratie wordt in 2006 het belangrijkste thema. We hebben allochtonen binnen onze grenzen die vaak allang Nederlander zijn geworden en van wie het allergrootste deel het fantastisch doet. Die positieve toon moeten we terugkrijgen in het debat en daar ben ik hard mee bezig.`

Vindt u uzelf een effectief minister?

`Nou, het kan nog effectiever. Mijn wetgeving op het terrein van de inburgering heb ik nog niet door de Kamer gekregen.`

Uw partijgenote Ayaan Hirsi Ali noemde uw integratiebeleid ambitieus maar niet effectief.

`Dat mag zij zeggen. Maar ik kan het niet allemaal van de ene op de andere dag veranderen. Ik denk in stapjes en zie dat die stapjes ook gemaakt worden. Op microniveau zie ik veel goede initiatieven. Mijn probleem is: hoe krijg ik het naar het macroniveau?`

U wilde per se een algehele inburgeringsplicht. Was dat niet te hoog gegrepen?

`Ik houd er niet van om groepen af te schrijven. Kijk naar de inburgeringscursussen, wie kom je daar tegen: vrouwen die tien, twintig jaar geleden naar Nederland kwamen en er nu voor kiezen Nederlands te leren. Vaak om hele basale redenen, omdat ze wel eens alleen naar de dokter willen, of met hun kleinkinderen willen kunnen spreken. Ik gun dat die mensen heel erg.`

Als Marokkaanse Nederlanders liever uitkomen voor het Marokkaans elftal dan voor Oranje, dan is er toch iets fout gegaan?

`Omdat we er twintig jaar niets aan gedaan hebben! Vraag iemand wat de Nederlandse identiteit is en je krijgt een vaag antwoord. Voorgaande kabinetten hebben te lang gedacht: laat iedereen hier maar binnenkomen, dan komt het vanzelf goed. Wat onder het mom van tolerantie is gebeurd, is feitelijk onverschilligheid geweest. Ik ben niet onverschillig, ik trek mij het lot van die mensen aan. En het enige dat ik over mij heen krijg is het verwijt dat ik minister van Polarisatie ben.`

Begrijpt u dat verwijt?

`Nee, dat begrijp ik helemaal niet. Wie spreekt over criminaliteit onder jongeren, stigmatiseert alle jongeren. Terwijl we weten dat de criminaliteitscijfers onder Marokkaanse en Antilliaanse jongeren heel hoog zijn. Benoem dus de groepen waar het om gaat, dan kun je daar gericht beleid voor ontwikkelen. Zolang je de waarheid spreekt, kun je niet polariseren.`

U heeft laatst in de Kamer uw excuses moeten maken omdat u de waarheid niet had gesproken. In strijd met eerdere ontkenningen werd over de asielachtergrond van uit te zetten Congolezen wel degelijk informatie verstrekt aan de Congolese autoriteiten.

`Als we iets niet goed doen, ben ik de eerste om dat te benoemen. Die kruisjes achter het woord `asiel` hadden moeten worden afgedekt op de formulieren die we naar Congo stuurden. Het is spijtig en ik had graag gezien dat het anders was gelopen. Ik zeg dat echt uit mijn tenen. Ik wist het niet en het hoofd van de IND (immigratiedienst, red.) wist het ook niet. De emotie bij hem... verschrikkelijk. Wij hebben niet opgelet. Maar waar mensen werken, worden fouten gemaakt.

`Voor mij geldt dat ik mijzelf recht in de spiegel moet kunnen aankijken. Dat kan ik nog steeds. En verder constateer ik dat ik de steun heb van de meerderheid in de Tweede Kamer.`

U wekt vaak de indruk uit de losse pols te praten. Na de brand op Schiphol-Oost zei u meteen: het personeel heeft adequaat gehandeld.

`Ik heb bewust gezegd dat ik ervan uitga dat ieder personeelslid op Schiphol-Oost adequaat heeft gehandeld en dus onschuldig is tot het tegendeel is bewezen. Die laatste toevoeging wordt vaak weggelaten, maar is wel relevant.

`Ik weet wat het is om in de uitvoering te werken. Stel je voor dat je daar in die vleugel werkte in de nacht van de brand. Stel je eens voor wat de medewerkers van de IND meemaken. Wat het personeel in de asielopvang elke dag meemaakt. Wat politiemensen meemaken op straat. Ik vind dat daarover veel te lichtvaardig wordt gedacht. Die mensen verdienen onze steun.

`Natuurlijk is het een drama dat er op Schiphol-Oost elf mensen zijn verbrand. Dat is een afgrijselijke gebeurtenis en daar voel ik me als minister ook verantwoordelijk voor. Dat gaat je niet in de kouwe kleren zitten.`

U dacht niet: dit is zo erg, ik stap op?

`Waarom moet een minister in Nederland op zo`n moment altijd meteen denken aan opstappen? Zo`n brand voorzie je niet. Als ik nu aftreed, kan er morgen een tweede brand zijn en zit er een andere minister met het probleem. Moet die ook aftreden? Dan blijven we toch aan de gang? Altijd die vraag om aftreden! Ik heb de afgelopen dagen zoveel mensen gesproken die zeiden: goed dat je niet bent opgestapt.`

Later bleek dat er een Libiër bij zat die hier was om zijn dochtertje te bezoeken. Hij had een visum plus een ticket om terug te vliegen naar zijn land en was toch in dat detentiecentrum beland en verbrand.

`Die zaak is nog onder de rechter. Ik doe daar geen uitspraken over.`

Ligt u wel eens ergens wakker van?

`Natuurlijk. Van wat er daar `s nachts op Schiphol-Oost is gebeurd. Ik kom in mijn werk vrouwen tegen, jonge meiden, die de verschrikkelijkste dingen hebben meegemaakt. Daar lig ik wakker van, ja. Maar het is aan de andere kant niet zo dat het mijn functioneren ondermijnt. Ik heb geleerd dingen van mij af te zetten. Dat kan ik goed.`

Meer over