Tot het huwelijk ons scheidt

De aanduiding van het gezin als hoeksteen van de samenleving is in onbruik geraakt, maar de achterliggende gedachte is nog springlevend....

Willy Hemelrijk (50) is nooit te beroerd om iets lelijks over zichzelf te zeggen, maar desondanks wekt ze in veel opzichten mijn bewondering. Ze heeft twee kinderen van een man die liever niet de hare wilde zijn. Na de geboorte van de tweede, belt ze de vader in de eerste week niet eens op. Hemelrijk voedt haar kinderen volledig zelfstandig op, zonder financiële steun.

Ze past daarmee in de trend die minister André Rouvoet voor Jeugd en Gezin onlangs in een discussie met theologen in de Lokhorstkerk in Leiden schetste. ‘Als gevolg van het individualisme en het streven naar autonomie, gedragen mensen zich als individuen die hun eigen biografie samenstellen. Ze bouwen vooral aan hun eigen levensproject. Ze balanceren tussen verschillende deelprojecten als een carrière, partnerrelatie, zorgtaken en kinderwens. Sociale verbanden en relaties worden daarmee voorwaardelijker en minder duurzaam.’

Tot zover is er weinig reden om Rouvoet ongelijk te geven. Maar is het ook terecht dat hij zo’n vies gezicht trekt als hij deze trend beschrijft? Rouvoet zegt dat we terecht meer oog hebben gekregen voor de schaduwzijden van het individualisme: ‘Breed leeft het gevoel dat we op grenzen stuiten. Er klinkt een roep om herstel van gedeelde normen en waarden, om meer houvast in de publieke moraal.’ En even verder concludeert hij zelfs dat de overheid ‘paal en perk behoort te stellen aan uitwassen van individuele en soms asociale vrijheidsontplooiing’.

Wie het denkschema van Rouvoet volgt, komt in de verleiding Willy Hemelrijk in te delen bij de groep personen met een asociale behoefte om het leven naar eigen inzicht in te richten. Mijn bewondering voor Willy betreft echter haar sociale karakter. Toen haar vader langzaam dement werd, is Willy naast haar ouders gaan wonen om zich intensief met zijn zorg te bemoeien. ‘Dit had ik me natuurlijk nooit kunnen veroorloven als ik een man had gehad die niet op schoot wil zitten bij zijn schoonfamilie.’

Met Kerstmis is er geen alleenstaande tante van negentig die door Hemelrijk wordt vergeten. Ze blinkt uit in gemeenschapszin. ‘Aan de ene kant ben ik een hippe, bewust ongehuwde moeder, aan de andere kant lijk ik net een ongetrouwde, gereformeerde Friese dochter die de zorg voor haar familie op zich heeft genomen.’

Nu is de bewijskracht van een enkele witte raaf gering. Het geval wil echter dat in het meinummer van het Journal of Marriage and Family een studie is verschenen die het voorbeeld van Willy Hemelrijk tot regel verheft. Het huwelijk wordt hierin niet neergezet als het cement dat mensen bij elkaar houdt, maar juist als splijtstof die het contact tussen volwassen kinderen en hun ouders verzwakt. Of, zoals de sociologen Coser en Coser het al in de jaren zeventig uitdrukten: het huwelijk is een ‘zelfzuchtig instituut’ dat de ‘onverdeelde aandacht’ opeist.

De Amerikaanse socioloog Natalie Sarkisian gebruikte voor de nieuwe studie de gegevens van meer dan tienduizend individuen, die allerlei vragen over hun huishouden en het contact met familieleden invulden. Als bij deze groep wordt gekeken naar de kwaliteit en de frequentie van het contact tussen ouders en volwassen kinderen, dan ontstaat er een duidelijke onderscheid. Volwassenen kinderen die nooit zijn getrouwd, hebben een betere en intensievere band met hun ouders dan de ouders van wie de kinderen ooit zijn gescheiden. Volwassen kinderen die zijn gescheiden hebben op hun beurt weer meer contact met de generatie boven hen, dan getrouwde kinderen. Dit effect treedt in vergelijkbare mate op bij volwassen zonen en dochters.

Een deel van dit effect laat zich met gezond verstand verklaren. Kinderen die nooit trouwen, verlaten soms het huis niet, en dan blijft het contact met de ouders vanzelf intensief. En gescheiden kinderen hebben in de regel minder financiële armslag, en kunnen daarom vaker een steuntje in de rug gebruiken. Bovendien hebben getrouwde mensen vaker kinderen en zijn ze meer tijd kwijt aan het huishouden. Maar ook als je rekening houdt met dit soort verschillen, dan blijft het onderscheid bestaan: getrouwde zonen en dochters doen gemiddeld het minst voor hun ouders.

Het is het huwelijk dat dit veroorzaakt, aldus Sarkasian. Zij gaf haar studie de titel Till marriage do us part; Adult’s childrens relationships with their parents. Het huwelijk scheidt volwassen kinderen van hun ouders en dat is, aldus de socioloog, zorgelijk in een tijd waarin het kindertal afneemt en de bevolking een steeds groter aantal kwetsbare ouderen telt.

De sociaal gerontoloog Pearl Dykstra van het Nederlands Interdisciplinair Demografisch Instituut constateert dat het moderne huwelijk waarbij man en vrouw erin slagen elkaars beste vriend en vertrouweling te zijn, ertoe leidt dat de gehuwden zich meer in hun eigen cocon terugtrekken. De echtelieden bevredigen elkaars emotionele behoeften en hebben de buitenwereld minder hard nodig. En andersom kan de buitenwereld minder een beroep op hen doen.

Niet alleen in Amerika, maar ook in Nederland heeft het huwelijk een negatief effect op de zorg voor hulpbehoevende ouders, zegt de socioloog Marjolein Broese van Groenou van de Vrije Universiteit. ‘Alleenstaande kinderen doen het meest in de zorg voor hun ouders, maar dit is niet de enige factor die telt. Kinderen die een betere band hebben met de ouder, dichterbij wonen, geen werk hebben of minder tijd kwijt zijn aan hun eigen gezin, doen ook meer.’

De mensen die nooit trouwen of die scheiden – dat zijn dus mensen die zich in de termen van Rouvoet te buiten gaan aan een ‘asociale vrijheidsontplooiing’ – zijn dus gemiddeld het meest sociaal voor hun ouders. Hieruit volgt de conclusie dat als het Rouvoet lukt het huwelijk weer heilig en onbreekbaar te maken, we kunnen voorspellen dat er meer kwetsbare ouderen op asociale wijze zullen verkommeren

Maar misschien lost het gebruik van dit soort grote woorden weinig op. Sarkisian zegt genuanceerd dat in de politieke arena de aandacht te veel uitgaat naar de negatieve kanten van de teloorgang van het huwelijk, zoals de armoede van bijstandsmoeders, het verdriet na de breuk, en de uitputting van de ouder die de opvoeding alleen moet volbrengen. ‘Maar in deze discussies worden vaak de kosten van het huwelijk vergeten. Het huwelijk kan ouders beroven van de hulp die zij wensen en nodig hebben.’

De christelijke politici hebben met andere woorden een te beperkt beeld van het huwelijk als het partnerschap waarbinnen jonge kinderen opgroeien, terwijl ook rekening gehouden zou moeten worden met de verbanden met oudere generaties.

Rouvoet wijst op de voordelen van een stabiel huwelijk voor de kinderen, maar de huidige instabiliteit van de huwelijken heeft ook te maken heeft met het feit dat vrouwen meer te vertellen hebben gekregen. Nu zaken niet meer met een machtswoord opgelost kunnen worden, kan een conflict gemakkelijker escaleren. Meer ontbonden huwelijken zijn het gevolg, maar mogelijk is dit een kleine prijs die betaald moet worden voor de grotere gelijkheidwaardigheid tussen de seksen.

Sarkisian en Rouvoet komen dan ook tot zeer verschillende aanbevelingen. Rouvoet vertelt over het ‘inspirerende voorbeeld’ uit de VS, het healthy marriage initiative. ‘Een niet-gehuwd koppel dat een kind krijgt, maar niet van plan is om samen voor hun kind te zorgen, krijgt bij de geboorte uitleg over de voordelen van het huwelijk voor de toekomst van hun kind. Daarnaast krijgt het stel het aanbod om een soort huwelijkstraining te doorlopen.’ Sarkasian daarentegen meent dat niet het huwelijk gepromoot zou moeten worden, maar een partnerschap dat meer oog heeft voor de gemeenschap en de banden met de oudere generaties.

Broese van Groenou ziet wel iets in de laatste mogelijkheid: ‘We weten ook uit onderzoek dat alleenstaanden die zorgen voor hun ouders zich zwaarder belast voelen dan gehuwde mantelzorgers. De laatste kunnen hun partner ook laten bijspringen in het eigen huishouden zodat meer tijd aan de ouders gegeven kan worden.’ Getrouwde mensen kunnen dus in potentie meer voor hun ouders betekenen, omdat ze meer armslag hebben in hun dagelijks leven. Maar ze benutten die mogelijkheden minder dan alleenstaande kinderen.

Dykstra vindt dat we moeten oppassen om te somber te doen over de zorg voor ouderen. ‘De ouderen van nu hebben minder kinderen dan vroeger, maar hun emotionele band met hun kinderen is vaak beter. En de huidige generatie kinderen is nog steeds bereid de ouders te helpen. Het verschil met vroeger is dat zij dit minder als een verplichting zien en het ook niet dwingend aan anderen willen opleggen.’

Ook getrouwde kinderen zijn in dit opzicht niet asociaal, alleen zijn ze minder sociaal voor hun ouders dan alleenstaanden.

Broese van Groenou: ‘Een interessante vraag voor de toekomst is wel wat de gevolgen van de huidige instabiele huwelijken zullen zijn voor toekomstige generaties ouderen. Want we kunnen wel constateren dat alleenstaanden meer doen voor hun ouders, maar de toekomst zal uitwijzen of de jongeren van nu straks net zo veel aandacht en zorg zullen besteden aan hun stiefmoeder als aan hun echte moeder.’

Meer over