ReportageSahel

Tot diep in de Sahel hangen de goedkope zakjes Nederlandse melkpoeder, tot verdriet van de lokale veeboer

Het is het grote verdriet van de herders in de Sahel: spotgoedkoop melkpoeder van westerse multinationals dat hun markt overspoelt. Er tegenop concurreren kunnen ze niet, dus stoppen velen. ‘Mensen proeven het verschil niet eens meer.’

Carlijne Vos
Een van de staljongens van Nour al Ayatt Ouedraogo is druk doende om een melkstel op de uiers van een koe te plaatsen. Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant
Een van de staljongens van Nour al Ayatt Ouedraogo is druk doende om een melkstel op de uiers van een koe te plaatsen.Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant

Deze reportage is onderdeel van de serie Track & Trace. Lees de uitgebreide versie van dit verhaal hier.

De zon staat al laag als de koeien in de stal naar de troggen worden gedreven om ze te melken. Een ventilator boven de voederbakken moet iets van koelte brengen in de verzengende hitte die het regenseizoen brengt, de indringende mestgeur trekt talloze vliegen aan. Een koe krijgt een trap van een van de staljongens die op blote voeten door de modder waadt; zij is nog niet aan de beurt.

Nour al Ayatt Ouedraogo bekijkt het tafereel tevreden van een afstand. Met een strootje in de mondhoek en nonchalant tegen de muur geleund geeft hij de staljongens aanwijzingen als ze de melkmachine op de uiers plaatsen. Zijn koeien geven 16 liter melk per dag, vier tot vijf keer zoveel als de lokale koeien van de traditionele veehoudende nomaden in de Sahel. Zijn geheim: kunstmatige inseminatie. ‘Mijn koeien zijn gemixt met Holstein-koeien. Ik was de eerste boer in Burkina Faso die dit deed’, zegt hij trots.

Ouedraogo erfde in 2000 het bedrijf van zijn vader bij Zagtouli, een dorpje 25 kilometer buiten Ouagadougou, de hoofdstad van Burkina Faso, en maakte een fikse moderniseringsslag. Zijn vader begon in 1986 met twee koeien, en liet bij zijn dood 40 koeien na. Met inmiddels 90 gekruiste koeien behoort Ouedraogo tot de groeiende groep zuivelproducenten die de hoofdstad van verse melk voorziet, en is voorzitter van hun belangenorganisatie Iprolait. Samen produceren ze zo’n drieduizend liter verse melk per dag, lang niet genoeg om de verstedelijking en groei van de zuivel consumerende middenklasse bij te benen.

Toch heeft Ouedraogo moeite zijn melk voor een goede prijs te verkopen. Dat is een direct gevolg van de dumping van goedkoper melkpoeder uit Europa sinds eind vorige eeuw, waaraan de bevolking van West-Afrika verslingerd is geraakt. ‘Nu proeven ze het verschil met verse melk niet eens meer’, klaagt zijn hoogzwangere vrouw Esther in een ‘mini-laiterie’ in de hoofdstad. In deze donkere en bedompte werkplaats pasteuriseert ze de melk en verwerkt hem deels tot yoghurt. In een roestige vrieskist toont ze de kant-en-klare zakjes zuivel die ze voor iets minder dan een euro verkoopt. Een liter melk gemaakt van melkpoeder kost nog niet eens de helft.

‘Hier weten klanten dat ze verse melk kopen’, zegt ze als ze de zakjes met haar logo ophoudt. ‘Maar thuis wordt ook mijn melk met melkpoeder vermengd om het goedkoper op straat als zogenaamd verse melk te verkopen’, zegt ze hoofdschuddend. Zelf herinnert ze zich hoe ze als klein meisje genoot van de romige verse melk die rondtrekkende Fulani-herders verkochten in een kalebas. ‘Dat was een luxe, want we waren veel te arm om dingen te kopen.’

Blikken gecondenseerde melk

Melk werd voor de arme Burkinezen plotseling bereikbaar toen Europese zuivelbedrijven eind vorige eeuw hun overschotten in houdbare vorm elders gingen slijten. Tot in de verste uithoeken van Burkina Faso hangen ze nu in elke winkel of straatkraam: de bekende kleurrijke zakjes poedermelk van Nestlé, Nido of Bonnet Rouge – het merk met een Hollandse boer en een groene koeienweide op de achtergrond dat het Nederlandse FrieslandCampina vanuit Ivoorkust in West-Afrika verspreidt. In de supermarkt langs de hoofdweg van Ouagadougou – een recente luxe voor de middenklasse dankzij stabielere stroomvoorziening – steekt het ijskastje met verse melk schril af tegen de ellenlange schappen met goedkopere blikken gecondenseerde melk in alle vormen en maten.

Het leek een win-winsituatie; Europese zuivelproducenten konden hun afzetmarkten verruimen en leverden tegelijkertijd een bijdrage aan de voedselzekerheid in arme landen. West-Afrika, dat de hoogste bevolkingsgroei ter wereld kent, vormde een extra interessante markt. Lokale Afrikaanse veehouders wier koeien in de droge Sahel amper vier liter melk per dag produceren en dan ook nog alleen in de regentijd, zouden nooit aan de groeiende vraag kunnen voldoen. Voor de Europese export van melkpoeder in bulk naar Afrika gold om die humanitaire reden daarom ook nog een aangenaam laag importtarief van 5 procent. Eenmaal in Afrika wordt de melkpoeder herverpakt in kleine betaalbare zakjes of blikjes voor lokale consumptie.

Nadat de Europese Unie in 2015 de melkquota had afgeschaft, explodeerde de export naar West-Afrika. In 2018 produceerden Europese boeren – met subsidie – 154 miljoen ton koeienmelk. Een steeds groter deel wordt buiten de EU geëxporteerd; van 6 procent in 2007 naar 12 procent in 2019 tot naar verwachting 25 procent in 2030. Met name de export van vetarme melkpoeders die worden aangevuld met goedkopere plantaardige vetten zoals palmolie groeit als kool, zo constateert onder meer Oxfam België in het rapport ‘Exporteer onze problemen niet’; Overproductie van melk: melkboeren wereldwijd verzuipen erin.

Blikken melkpoeder Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant
Blikken melkpoederBeeld Sven Torfinn / de Volkskrant

In tien jaar verdrievoudigde de export van deze zogeheten PV-mengsels tot 276.892 ton. Hulporganisaties als Oxfam en SOS Faim maken zich grote zorgen over de groei van deze goedkope PV-mengsels, vooral door Ierse producenten agressief in de markt gezet. ‘Het begon als een restproduct toen het Ierse whiskey-likeurtje Baileys in de mode kwam. Na het scheiden van de vette room voor de Baileys zochten ze ook een afzetmarkt voor het overgebleven vetarme zuivelrestant’, vertelt Thierry Kesteloot van Oxfam. Klanten zien het verschil niet tussen de verschillende zakjes melkpoeder, terwijl de PV-mengsels veel minder voedzaam zijn dan volle melk en ze bovendien schadelijk zijn voor het milieu en de mens. Palmolieproductie gaat immers gepaard met grootschalige boskap en landroof.

Terwijl in Europa de zuivelproductie jaarlijks – met subsidie – zo’n 0,8 procent wordt opgevoerd en stikstof en broeikasgassen de lucht in worden gestuurd, delven lokale Afrikaanse boeren het onderspit. Tegen de nóg goedkopere melkmengsels valt niet op te concurreren. Vanwege klimaatverandering geven de traditionele veehoudende rondtrekkende nomaden – voornamelijk etnische Fulani – er steeds vaker de brui aan. Door de toenemende verwoestijning worden ze gedwongen dichter naar bewoonde gebieden te trekken om hun koeien te laten grazen en komen zo steeds vaker in botsing met gesettelde boeren.

Fulani-herder Barry Adama heeft zojuist te horen gekregen dat hij met zijn kudde van zijn vaste stuk land moet vertrekken. Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant
Fulani-herder Barry Adama heeft zojuist te horen gekregen dat hij met zijn kudde van zijn vaste stuk land moet vertrekken.Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant

Hutten van leem en stro

De Fulani-herder Barry Adama heeft zojuist te horen gekregen dat ze moeten vertrekken van hun stukje land dat inmiddels grenst aan de opgerukte hoofdstad. De vier hectare die al sinds mensenheugenis in de familie is, is door de universiteit van Ouagadougou bestempeld voor uitbreiding. ‘Waar moeten we in hemelsnaam naartoe?’, zegt hij als hij naar zijn erf wijst waar de vrouwen voor hutten van leem en stro zitten. Om het erf zijn de hoge sorghum-kolven bijna rijp voor de oogst – ‘waarschijnlijk de laatste’, sipt zijn broer Issaka. Met hun 40 koeien moeten de Adama's steeds verder weg om graasland te vinden, ondertussen rukt de stad verder op. De familie is een – in hun ogen veel te karige – compensatie beloofd, maar ze hebben nog geen cent gezien.

Barry Adama heeft betere tijden gekend. Vroeger verkocht hij zijn melk op de lokale markt, maar nu heeft dat nauwelijks meer zin. ‘Poedermelk is overal. Het is goedkoper en mensen proeven het verschil niet meer.’ Adama bevindt zich in een neerwaartse spiraal: de opbrengsten dalen waardoor hij duur veevoeder niet meer kan betalen en zijn koeien minder melk geven. Hij moet maar afwachten wat opkopers bij hem komen halen. ‘Tien jaar geleden werden we geholpen door witte mensen die melk kochten tegen een goede prijs en ons veevoer gaven. Maar die gingen weer weg’, zegt hij als hij mismoedig over het stuur hangt van zijn motorfiets waarmee hij zijn koeien bijeen drijft. Achter hem spelen kinderen met een fiets in het nu groene Sahel-landschap, een oude herder in traditionele kledij sloft langs om het gezelschap tussen de koeien te bekijken.

FrieslandCampina

Sinds een jaar of tien produceren Europese zuivelbedrijven ook steeds meer zuivel in West-Afrika, waarbij ze ook melk van lokale boeren afnemen. Zo neemt Danone verse melk af van boeren in Senegal en FrieslandCampina in Nigeria. Met het zogenoemde Dairy Development Programma zegt FrieslandCampina zo’n 10 duizend boeren in Nigeria te ondersteunen bij de verbetering van hun productie, distributiekanalen – bijvoorbeeld door koelcentra te bouwen –, en toegang tot markten.

Volgens woordvoerder Jan-Willem Avest draagt FrieslandCampina zo zijn steentje bij aan lokale ontwikkeling. Dat Europese melkpoeders de lokale markt hebben verstoord, ontkent hij. ‘Onze producten zijn van hoge kwaliteit en gaan dus al decennia de wereld over. Dat kun je nu eenmaal niet tegenhouden. Bovendien kan Afrika zelf niet voldoen aan de vraag.’ Avest wijst erop dat de eerste blikjes gecondenseerde melk al in 1919 van de band rolde onder de naam Friesche Vlag met als bestemming Engeland. In de jaren daarna vond de Coöperatieve Condensfabriek Friesland (CCF), zoals een van de voorlopers van FrieslandCampina toen heette, al nieuwe afzetmarkten in het toenmalige Nederlands-Indië en in Noord-Afrika, waar de Franse bezetter zijn koeienmelk miste.

De landen in de Sahel worden overspoeld door melkpoeder dat op de lokale markt wordt gedumpd. Milgro is een van de populaire merken. Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant
De landen in de Sahel worden overspoeld door melkpoeder dat op de lokale markt wordt gedumpd. Milgro is een van de populaire merken.Beeld Sven Torfinn / de Volkskrant

De Europese zuivelfabrieken voorzien in de Afrikaanse behoefte om met het oog op de snelgroeiende bevolking minder afhankelijk te worden van import. ‘‘Die fabrieken zijn natuurlijk welkom, al gebruiken ze nog hoofdzakelijk geïmporteerd melkpoeder’, zegt Marieke Kruis van Oxfam België, ‘het risico is vooral dat boeren te afhankelijk worden van westerse bedrijven voor hun afzet en net als de Europese boeren op den duur steeds verder worden afgeknepen door de multinationals met hun inkoopmacht. Die bedrijven komen hier echt niet om de boeren te helpen maar vooral omdat ze hier een groeiende afzetmarkt zien.’

Kruis is medeverantwoordelijk voor de campagne Mon Lait est Local die Oxfam in vijf West-Afrikaanse landen, waaronder Burkina Faso, heeft uitgerold om de bevolking bewust te maken van zijn verslaving aan Europees melkpoeder. De publiekscampagne is vooralsnog vooral gericht op de promotie van verse melk, de volgende stap moet door nationale overheden worden gezet: het ondersteunen en financieren van boeren bij de productie en de ingewikkelde distributie van versproducten dwars door de smoorhete Sahel.

Terug in de stal

Boer Ouedraogo, die als voorzitter van de belangenvereniging Iprolait nauw betrokken was bij de opzet van Mon Lait est Local, heeft er alle vertrouwen in dat het kan. ‘Onze sector is volwassen geworden en de potentie is er met 8 miljoen koeien in dit land. Daarmee zouden we de hele bevolking van Burkina Faso (21 miljoen, red.) kunnen voeden, het probleem is de concurrentie van goedkoop melkpoeder. Zelfs diep in de Sahel hangen die zakjes waardoor de herders hun melk niet meer kunnen verkopen.’ De toenemende armoede en huidige terreurgolf in zijn land is hiervan ook het gevolg, vindt hij.

De zon is bijna ten onder als de gemolken koeien weer terug de stal in sloffen. ‘Waarom heeft de EU haar productie zo hoog laten oplopen dat ze hun melk hier moeten verkopen?’, vraagt Ouedraogo zich hardop af als hij een van de koeien liefkozend een tik op de kont geeft. ‘Het beste zou zijn als Burkina Faso zijn importtarieven zou verhogen. Maar ja, de hand die geeft is altijd machtiger dan de hand die ontvangt.’

Meer over