'Topsport is een dun lijntje waar je over loopt'

Frank Louter is na de zestiende plaats bij de WK de plots bekritiseerde bouwer van het Nederlandse turnmodel. De bondscoach vindt dat hij hooguit kleine fouten heeft gemaakt....

Van onze verslaggever John Volkers

Hij ging een middagje naar het strand van Huntington Beach, om de afgang van Anaheim 'uit het systeem' te laten waaien. Maar ook voerde hij al weer gesprekken met zijn aangeslagen turnsters, over hoe het verder zal moeten met het Nederlandse turnen na de gemiste teamkwalificatie voor de Olympische Spelen.

'De klap zal nog wel komen. We hebben hier nog een karwei af te maken, met Suzanne Harmes in de meerkampfinale en de vloerfinale. Terug in Zoetermeer moet ik eerst een paar dagen naar de zaal, wat achterstallig werk afronden, en dan piep ik er een paar daagjes op de Harley tussenuit om de zaken voor mezelf op een rijtje te zetten.'

Hij zal niet opstappen als bondscoach, noch als clubcoach bij Pro Patria. 'Ik ben niet iemand die zich zomaar laat wegduwen. Ik kan ontzettend slecht tegen mijn verlies en dit heeft wel even tijd nodig. Maar na één dag teleurstelling begint het in mijn hoofd al weer te ratelen van de plannen, voor het olympisch jaar en voor de Europese kampioenschappen in Amsterdam.'

De kritiek dat hij het verkeerd zou hebben gedaan met zijn ploeg, pareert hij. Op grote lijnen, 'de beleidskeuzes', 'hebben we het goed gedaan. De procedures en de momenten zullen we nog een keer in detail moeten doorspreken, met de trainersstaf, de medische begeleiding, de turnsters. Dan zal het vooral gaan over de belastbaarheid. Hoe zwaar kunnen we meisjes die in de puberteit komen, belasten? En bij de nog ouderen zullen we het ook anders moeten aanpakken. Daar moet onderzoek naar komen.'

Dat hij het op hoofdlijnen goed heeft gedaan, zoals hij zelf meent, haalt hij uit de resultaten van de laatste jaren. 'Als resultaat de juistheid van je keuzes aantoont, dan hebben we het vier toernooien op rij goed gedaan: de WK in Gent, de EK in Patras, de WK in Debrecen en in Groningen bij het achtlandentoernooi.

'Misschien is het resultaat op dit WK niet bepaald door de keuzes die gemaakt zijn, maar door andere factoren die ik niet in de hand heb gehad. Het zat te veel tegen. We hebben een fiks aantal blessures gehad. Elke keer dacht je dat je het diepste punt had gehad, maar het was als Murphy's Law. Het kon nog erger.'

Als hij het nog niet had geweten na twaalf jaar trainerschap bij Pro Patria, dan weet Louter het nu. 'Topsport is een dun lijntje waar je over loopt en waar je links en rechts van af kunt donderen. Als we er op hadden kunnen blijven, dan was het misschien net gelukt.'

Het grote verschil met de succesvolle, vorige toernooien was in Anaheim het ontbreken van Verona van de Leur, de lang geblesseerde sportvrouw van het jaar 2002. Louter geeft, met een zucht, toe een moeilijk halfjaar met zijn beste turnster achter de rug te hebben.

'Onze relatie staat enorm onder druk. Op het moment dat er niet gepresteerd wordt is het jouw taak als trainer een sporter daarop aan te spreken. We hebben hele goed gesprekjes gehad. Dan loopt ' t weer een tijdje goed. Krijg je weer een tegenslag en komt zo'n relatie weer onder druk te staan. Gebotst? Dat doe ik met meer mensen.'

De spanning in Pro Patria's turnhal Noordwester in Zoetermeer was sinds januari wel eens te snijden (een waarnemer: 'het was er oorlog') en het heeft Louter genoopt tot het hervatten van eerder beleid. Verona van de Leur zou onder andere hoede, 'het kan ook tijdelijk zijn', verder moeten gaan om haar kansen op een van de twee Athene-tickets intact te houden.

'Dat eventueel elders onderbrengen, dat doe ik met meerdere turnsters. Er is gepraat over Gabriëlla Wammes, om haar te laten verhuizen. En ik heb het zo met Suzanne Harmes ook gedaan. Soms is het beter na een lange periode uit elkaar te gaan. Suzanne was na tien, elf jaar werken technisch klaar en dan besluit je dat het beter is uit elkaar te gaan. Dat doe je in overleg. En bij Boris Orlov is het hartstikke goed met haar gegaan.'

De relatie van Louter met Van de Leur is 'af en toe net als die van man en vrouw. Je hebt wel wat te doen met elkaar. Het mooie is: als je eruit komt, dan word je er altijd sterker en beter van.'

Dat hij haar, zoals in Anaheim, keihard kan toespreken en met opvallend weinig gevoel zware mededelingen doet (' jij bent achtste', bij haar verwijdering uit de ploeg) is iets wat Louter tot de praktijk van de topsport rekent. 'Zo is de echte wereld ook. Het is topsport. Ik probeer haar te verbeteren. Ik ben explosief, zij is meer een diesel. Dat zijn de karakterverschillen.'

Hij is bereid zijn eigen ik uit te leveren in het belang van de turnsport en Van de Leur deze herfst af te staan aan collega Orlov bij De Hazenkamp in Nijmegen, ook een steunpunt in de decentrale aanpak van het Nederlandse topturnen. 'Als ik haar cou * te que cou * -te zou willen houden, zou dat betekenen dat ik voor mijn eigen ego in de zaal sta. Dat is niet de bedoeling. De carrière van de turnster staat centraal. In deze zaak ben ik eerder de neutrale bondscoach dan de vaderfiguur die zijn kind niet kan loslaten.'

In 2004 vaardigt Nederland twee turnsters af naar de Spelen van Athene. Een 'beste Verona', de nummer twee van Europa in 2002, zal daar in de visie van Louter altijd bij zijn. 'Als zij dat nog steeds wil dan help ik haar daarbij.Als het lekker draait, dan hoef je er niks aan te doen. Maar als het minder gaat, dan ga je analyseren. Waar gaat het mis?

'Heb je het gevoel dan zij ergens anders verder kan komen? Daar moet je beiden open over kunnen praten. Je ziet het meisje worstelen. Zij gaat ook op zoek. Dat zijn de overwegingen.'

Het zijn hobbels in de nasleep van de WK die Louter snel zal moeten effenen. De Europese titelstrijd in Amsterdam van eind april, het ideale voorbereidingstoernooi, met voor Nederlandse turnsters twee olympische kwalificatieplekken, komt eraan. 'We moeten door met turnen. We hebben als sport erkenning gekregen. We zijn ondanks alles een topturnland geworden.

'Het NOC* NSF zal ons niet laten vallen, heeft hun technisch directeur Joop Alberda beloofd. We zijn echt verder gekomen. In 1992 was er voor het laatst één turnster op de Spelen, Elvira Becks. Nu gaan we met twee. Natuurlijk is er een droom in duigen. We hadden met een heel team willen gaan. De verwachtingen, ook van de buitenwereld, hebben wat dat betreft zwaar gewogen.

'Wij moeten verder kijken. Er is nog heel veel te doen. De opleiding van de kleintjes, de junioortjes voor de EJK in Amsterdam, is stil komen liggen met alle aandacht voor de korte termijn van Anaheim. Er moet in die groep hard gewerkt worden, want die groep junioren moet de kern voor onze ploeg voor Peking 2008 opleveren.'

Meer over