Topscorers raken dikwijls spoor volledig bijster

De drinker, de zigeuner, de eendagsvlieg, de gek en de pechvogel. Geen naam van een toneelstuk, maar synoniemen voor voetballers wier loopbaan of leven een vlekje heeft....

Salenko. Oleg Salenko. De Rus Boris Bogdanov, journalist van Sport Express Daily, peinst over het lot van de aanvaller die tijdens het WK van 1994 vijf keer scoorde tegen Kameroen en daarmee de basis legde voor de eervolle vermelding topschutter, die hij deelde met de Bulgaar Stoitsjkov (zes doelpunten).

Het verging Salenko slecht na het WK. Geruild met Van Vossen, van Glasgow Rangers verhuisd naar Istanbulspor. Geld niet gekregen. Afgekeurd. Kniepijn. Drie operaties. Kwam nergens meer aan de bak, zelfs niet in Rusland. Woont waarschijnlijk in St. Petersburg, zegt Bogdanov. Doet niets meer in het voetbal.

Het WK van Japan en Zuid-Korea is er eentje met veel doelpunten en met een topschutter die na twee duels al op vier staat (de Duitser Klose). Het is een WK dat het in zich heeft een topscorer te leveren die meer dan zeven treffers maakt, een al sinds 1974 (Lato) niet meer overtroffen aantal. De doelpuntenrijkdom nodigt uit om ook te kijken naar dat vreemde lijstje uit het verleden.

Het begint eigenlijk al met Garrincha, die in 1962 met vijf anderen bovenaan de lijst eindigde, met slechts vier treffers. Garrincha, volgens sommigen beter dan Pele, trouwde vijf keer en kreeg twaalf kinderen. Toen hij te oud was voor de duizelingwekkende dribbel, vond hij het leven zo leeg en zinloos. Na talloze flessen drank belandde hij in coma. Garrincha stierf toen hij 49 was. Ruim 300 duizend carioca's beweenden het in stadion Maracana opgebaarde lichaam.

Ook Gerd Müller, met tien treffers nog altijd topschutter van het kleurentelevisie-tijdperk van het WK (1970), viel na het afsluiten van zijn loopbaan in het zwarte gat. Hij deelde handtekeningen uit, speelde golf, verveelde zich vooral, zag zijn huwelijk stuk gaan, zette de fles gulzig aan de mond en kwijnde weg. 'Ik heb geleden. Zonder hulp van mijn vrienden had ik het niet gered', zei hij na het ontslag uit de ontwenningskliniek. Zijn vrienden waren voormalige ploeggenoten bij Bayern München als Beckenbauer en Hoeness. Der Bomber is tegenwoordig jeugdtrainer bij de amateurs van Bayern.

Mario Kempes (zes treffers), de man die Nederland vloerde in de finale van 1978, is de vagebond, de avonturier, de zigeuner. Fraai is de anekdote uit de kampioensnacht, 25 juni 1978. Hij verliet het feest, reed 300 kilometer van Buenos Aires naar het huis van zijn ouders in Rosario, zette een kop koffie en ging naar bed, zonder pa en ma Kempes te wekken.

Als voetballer bereikte hij nooit meer zijn niveau van het WK, net als later Rossi, Schillaci en Salenko. Kempes ambieerde daarop een loopbaan als trainer, maar hij vertoeft al jarenlang in de marge van het vak. 'Ik zou graag in Argentinië werken, maar daar is een constante stoelendans die dezelfde gezichten aan het roer houdt.'

En daarom werkte hij als trainer in Indonesië, vluchtte hij met het laatste vliegtuig uit Albanië toen de ineenstorting van het pyramidesysteem het land op zijn grondvesten deed trillen, bood hij zijn diensten aan in Venezuela, Bolivia en, laatstelijk, in de kantlijn van het Spaanse voetbal.

Zijn opvolger als topscorer nam juist afstand van het voetbal. Paolo Rossi is makelaar. Zijn spel op het WK van 1982 in Spanje behoort tot de mysteries van de voetbalgeschiedenis. Hij en zijn ploeggenoten voetbalden dramatisch in de groepsduels. Drie gelijke spelletjes. Italië kwam in een volgende poule met Argentinië en Brazilië.

En toen ontplofte Rossi. Drie goals tegen Brazilië, twee in de halve finale tegen Polen, eentje tegen de Duitsers in de finale. En dat terwijl Rossi, die in 1978 drie keer had gescoord op het WK, door een omkoopschandaal twee jaar geschorst was en vóór het WK slechts drie duels had gespeeld.

Maar ook hij haalde eigenlijk nooit meer het niveau van die drie magische duels in 1982. In 1987, nadat hij twee jaar eerder nog de besmette (Heizelramp) Europa Cup I had gewonnen met Juventus, moest hij stoppen door een blessure. Hij handelde daarop in kleding en juwelen, probeerde tevergeefs in het europarlement te komen en verdient zijn brood tegenwoordig als makelaar.

Ook Salvatore Schillaci is zo'n fenomeen dat onlosmakelijk is verbonden met één WK, dat van 1990 in Italië. Pas drie maanden voor het WK maakte hij zijn debuut. Hij begon op de bank, viel in tegen Oostenrijk en bleef maar scoren, tot de teller op zes stond. Na het WK ontaardde zijn loopbaan die net op gang was gekomen. Juventus wilde van hem af, bij Internazionale voegden mensen hem toe dat hij moest oprotten naar zijn eiland, Sicilië. Hij vertrok naar Japan.

'Mensen die mij eerst als vriend zagen, zagen mij niet meer staan. Mede daarom wilde ik weg uit Italië.' Na zijn loopbaan keerde hij terug naar Sicilië.

Salenko deelde zijn titel met Stoitsjkov, die de bijnaam de Gek verwierf door zijn onstuimige, onvoorspelbare gedrag. Kostelijk waren zijn pogingen om tijdens de wedstrijd om de derde plaats tegen Zweden (WK 1994) de eer van topschutter alleen voor zichzelf te kunnen opeisen.

Zijn loopbaan begaf zich op het hellende vlak toen hij zonder toestemming van Barcelona-trainer Van Gaal met de Bulgaarse nationale ploeg naar Argentinië toog. Stoitsjkov vertrok met de woorden: 'Meneertje Van Gaal moet nog veel bewijzen.'

De Kroaat Davor Suker evenaarde pas in 1998 het totaal van Lato in 1974. Wie wordt zijn opvolger: Klose, Vieri, Ronaldo? En wat is straks hun verhaal, als hun loopbaan voorbij is?

Meer over