Het eeuwige levenWim de Graaff (1931-2021)

Topschaatser voordat de sport op tv kwam

Wim de Graaff verbeterde als 80-plusser nog Nederlandse records. Hij schaatste op twee Olympische Spelen en was coach van Ard en Keessie.

null Beeld Hollandse Hoogte /  ANP
Beeld Hollandse Hoogte / ANP

Op zijn 89ste jaar fietste en schaatste hij nog of zijn leven ervan afhing. ‘Hij kon behoorlijk pissig zijn als het niet lukte’, zegt zijn echtgenote. En het werd steeds moeilijker vanwege allerlei ouderdomskwalen zoals apneu. Vorig jaar viel hij een aantal keren vanwege de toeclips op zijn racefiets waar hij zijn voeten niet snel genoeg meer kon uithalen.

Wim de Graaff, voormalig topschaatser en schaatscoach, overleed op 12 januari in Rotterdam waar hij woonde met zijn tweede vrouw. ‘Hij was op’, zo zegt ze.

De Graaff was een begenadigd schaatser in een tijd dat de sport nog niet op de televisie was. Hij werd in 1956 Nederlands kampioen op het natuurijs van zijn thuisbaan op de Kralingse Plas en deed dat jaar ook mee aan de Olympische Spelen in het Italiaanse Cortina d’Ampezzo. Vier jaar later was hij ook van de partij op de Spelen in Squaw Valley. Dertien keer zou hij deelnemen aan EK’s en WK’s in een tijd dat Nederland nog geen potten kon breken in de strijd met de Noren en de schaatsers van de Sovjet-Unie.

Pas nadat De Graaff als actief schaatser stopte en er in Nederland kunstijsbanen kwamen, zouden de grote successen komen. De Graaff zou dat zelf meemaken als coach van de ploeg met Ard Schenk en Kees Verkerk die in 1968 meedeed aan de Spelen van Grenoble. Hoewel Verkerk daar als eerste Nederlandse langebaanschaatser goud won, werd het toch een teleurstelling. Schenk en Verkerk waren al gearriveerde vedetten die hem als coach niet serieus namen.

‘Ze vonden mij te min’, zei De Graaff in het boek Ard Schenk, de biografie. In de ogen van de twee sterren was hij in vergelijking met zijn voorganger Anton Huiskes ‘een amateurtje’ die zijn sociale onhandigheid probeerde te verhullen door ‘s avonds het lied ‘Ome Kobus heeft zijn linkerbeen verloren in de baai van Hawaï aan een haai’ aan te heffen.

De Graaff werd geboren op het Noordereiland als een van de twee kinderen van een Rotterdamse brandweerman. Hij zag in 1940 het bombardement op de stad. Maar zijn grootste trauma waren de hongertochten met zijn moeder en zus door het oosten van het land in het laatste jaar van de oorlog. Na de oorlog leerde hij hij schaatsen van zijn oom Piet Zwanenburg die later naam maakte als coach van de vrouwenkernploeg met onder meer Stien Kaiser en Ans Schut.

In 1951 maakte De Graaff zijn debuut op het Nederlands kampioenschap in Zutphen waar hij zesde werd. Zijn laatste kampioenschap was die van 1962 op de Jaap Edenbaan. Hij trainde in die jaren door met de fiets van Eindhoven, waar hij zijn dienstplicht vervulde, via Rotterdam naar Amsterdam te fietsen. Zijn zoon Willem-Kees zegt dat vooral de Spelen in Squaw Valley voor hem een enorme belevenis waren. ‘Hij ging gewoon lopend naar de schaatsbaan, want dat was hij zo gewend in Nederland. Maar allerlei Amerikanen stopten en nodigden hem uit mee te rijden.’

Na zijn carrière zou hij een sportzaak openen in Maassluis. Tot op hoge leeftijd bleef hij zichzelf verbeteren. In 2013 reed hij nog vijf officieuze Nederlandse records in de categorie 80-plus. Daarnaast gaf hij tot de winter van vorig jaar schaatslessen. In 2013 mocht hij als beste Rotterdamse schaatser het allereerste rondje op de kunstijsbaan van de Maasstad rijden. In de herfst van zijn leven kreeg hij nog een enorme klap toen zijn stiefdochter werd vermoord en hij de zorg van de kleinkinderen op zich nam. ‘Hij was een zeer zorgzame en behulpzame vader en grootvader’, zegt zijn zoon.

Meer over