Toppie

Arnold lag in het ziekenhuis met een gebroken kaak, een gebroken been en een verbrijzelde arm. 'Doet het pijn man, je lijkt godverdomme wel een mummie.'

'Alleen als ik lach, klootzak. Heb je peuken bij je?'

'Jawel, maar je mag van Neelie Kroes niet meer roken in Portugese ziekenhuizen.'

Ierse Paddy en Mirko de Joego hadden Arnold te grazen genomen met de honkbalknuppel. Met horten en stoten kwam het verhaal eruit. Ik wist dat Arnold klusjes deed voor het duo. Soms ging hij een week naar Marokko en kwam dan terug met een poepgat vol hasjiesj. 'Het is effe proppen, maar een kilootje lukt me tegenwoordig aardig.' De afgelopen twee weken had Arnold camouflagegaas over de wietplantage van Paddy en Mirko gespannen en elke dag wat 'wiettoppies geleend', zoals hij dat noemde. Die plantage zou ergens in het ondoordringbare oerwoud achter mijn hut liggen.

Met het linke tuinmansduo had ik al eerder op mijn manier kennis gemaakt. Op een dag was Jamba, een van mijn honden, weer eens spoorloos. Op jacht naar wilde zwijnen of Duitse boslims. Op een open plek tussen de pijnbomen stond ze te blaffen tegen een immense stapel lege mineraalwatercontainers. Ik verstijfde toen er een zware hand op mijn schouder werd gelegd. 'Jij hebt niets gezien en je weet van niets, begrijp je dat amigo?' Ik draaide me langzaam om een keek in de grijnzende gezichten van Paddy en Mirko. De Joegoslaaf liet de honkbalknuppel door zijn knuisten glijden. Paddy gaf me een vriendschappelijke stoot in de ribben: 'We weten waar je woont, en dat je veel van honden houdt. Dat meissie vinden we ook best lekker. We keep an eye on you, mate.'

Arnold kreunde, ik vroeg of ik de zaalzuster moest roepen. 'Nee man, het zijn mijn ballen. Mirko heeft me ook nog een paar keer in de kloten geschopt met zijn legerlaarzen, ik hoop dat ik nog kan neuken.'

Ik koos mijn woorden voorzichtig. 'Arnold, het is al mooi als je je eigen gat straks kunt afvegen en zelfstandig kunt plassen. Ben je eigenlijk wel verzekerd?'

'Nee man, godverdomme, je moet me het ziekenhuis uit smokkelen.'

Ik besefte dat ik alweer mijn langste tijd in de Konijnenvallei had gewoond. Het kenmerk van een paradijs is dat je er vroeg of laat wordt uitgeschopt. De hel, dat zijn de anderen: Joego's (al dan niet met groene vingers), Ieren en Neelie Kroes.

ik,

arthur van amerongen

undefined

Meer over