Nieuws

Topmannen in Zweden aangeklaagd voor betrokkenheid bij oorlogsmisdaden

In Zweden zijn donderdag twee topmannen van een beursgenoteerd miljardenbedrijf aangeklaagd voor betrokkenheid bij oorlogsmisdaden in zuidelijk Soedan. Opvallend, want vervolging voor internationale misdrijven, zoals massamoord of plundering, treft doorgaans rebellenbazen uit afgelegen jungles, niet de bazen uit de bestuurskamers in Europa.

Mark Schenkel
In  Zuid-Soedan maken milities en militairen zich schuldig aan het doden en ontvoeren van burgers, het platbranden van huizen en het verdrijven van honderdduizenden mensen. Beeld Sygma via Getty Images
In Zuid-Soedan maken milities en militairen zich schuldig aan het doden en ontvoeren van burgers, het platbranden van huizen en het verdrijven van honderdduizenden mensen.Beeld Sygma via Getty Images

Het duo dat op last van het Zweedse OM voor de rechter moet verschijnen, bestaat uit bestuursvoorzitter Ian Lundin en de voormalige algemeen directeur Alex Schneiter van Lundin Energy, een olie- en gasbedrijf met een slordige 10 miljard euro aan beurswaarde. De twee mannen riskeren een jarenlange celstraf. Ze zeggen onschuldig te zijn.

Volgens justitie zijn de topbestuurders medeplichtig aan ernstig geweld in een oliegebied waar Lundin Energy (destijds nog Lundin Petroleum geheten) tussen 1997 en 2003 actief was. Ze leverden geen wapens en haalden geen trekker over, maar zouden wel hebben geaccepteerd dat Soedanese militairen en milities het gebied ontvolkten door lokale bewoners dood te schieten, hutten plat te branden en vee te roven. Ook zouden ze oogluikend hebben toegestaan dat de aanvallers gebruikmaakten van faciliteiten waarvoor het oliebedrijf had gezorgd, zoals een weg.

Dat het Zweedse OM de topbestuurders individueel ter verantwoording roept voor de activiteiten van hun firma is ‘heel bijzonder’, zegt Annika van Baar, die als universitair docent aan de VU in Amsterdam onderzoek doet naar de relatie tussen internationale misdrijven en het ‘grote’ bedrijfsleven. ‘Dat iemand persoonlijk in de cel dreigt te komen voor wat hij met een bedrijf doet, zien we toch niet zo vaak.’

Wapenleveranties

In Nederland werd eerder wel zakenman Guus Kouwenhoven veroordeeld voor wapenleveranties aan moordende krijgsheren in Liberia, maar zijn bedrijven waren een soort eenmanszaken, terwijl Lundin Energy honderden mensen op de loonlijst heeft staan en het zelfs een tijdlang de Zweedse oud-premier Carl Bildt tot zijn niet-uitvoerende bestuurders mocht rekenen.

Komt het in Zweden tot een veroordeling, dan voelen openbaar aanklagers in andere Europese landen zich misschien geïnspireerd om vaker grote bedrijven langs de mensenrechtenmeetlat te gaan leggen, zo denkt Van Baar. ‘En bestuurders zullen zich misschien realiseren dat ze mogelijk persoonlijk verantwoordelijk kunnen worden gehouden.’

De Zweedse zaak leunt overigens voor een belangrijk deel op informatie die werd verzameld vanuit Nederland: vredesorganisatie Pax documenteerde met behulp van ooggetuigen en satellietbeelden gebeurtenissen rond het oliegebied in zuidelijk Soedan en presenteerde de bevindingen reeds in 2010 aan de Zweedse justitie. De conclusie van Pax was dat in het gebied, waarin ook oliefirma’s uit Maleisië en Oostenrijk opereerden, ongeveer 12 duizend mensen om het leven waren gebracht en 160 duizend mensen ontheemd zijn geraakt.

Dat het Zweedse onderzoek daarna nog jaren duurde, komt door de complexiteit van de zaak en het sterke verzet van de verdachten, die worden bijgestaan door internationale topadvocaten, zoals Steven Kay, een voormalig raadsman van Slobodan Milošević bij het Joegoslavië-tribunaal.

‘Overwinning’

Namens Pax noemt campagnevoerder Egbert Wesselink het vervolgingsbesluit in Zweden een enorme overwinning. Wesselink hoopt op een preventieve werking: ‘De aanklacht geeft het bedrijfsleven het signaal dat je niet straffeloos kunt profiteren van ernstige misdaden.’

Een gevoel van erkenning is er ook bij James Ninrew, predikant en vertegenwoordiger van tientallen overlevenden en nabestaanden uit het oliegebied waar het in de hele zaak om te doen is. ‘We willen dat onze stem gehoord wordt’, aldus Ninrew. Behalve op een veroordeling van de toplieden van Lundin Energy, hoopt hij op financiële genoegdoening voor de getroffenen. Ook hoopt Ninrew dat bij meer grote bedrijven ‘het besef groeit dat je mensenlevens beïnvloedt wanneer je ergens zaken komt doen’.

Het belang hiervan ziet Ninrew nog dagelijks om zich heen: in Zuid-Soedan (zoals zuidelijk Soedan heet sinds het gebied in 2011 onafhankelijk werd) woedt opnieuw oorlog, waarbij de olie die door buitenlandse firma’s wordt opgepompt nog altijd een van de bronnen van conflict is.

Redelijk vermoeden

Voor het Zweedse OM wordt het naar verwachting nog wel een flinke uitdaging om de rechter te overtuigen van de schuld van de twee verdachten van Lundin Energy. Neem de weg die het bedrijf liet aanleggen in het oliegebied: als daar later soldaten overheen rijden die dorpelingen aanvallen, ben je dan aansprakelijk? ‘Ingewikkeld’, zei Miriam Ingeson, rechtsgeleerde van de universiteit in Uppsala, hierover in juli al. Volgens Ingeson hangt het er mede van af of Lundin Energy een redelijk vermoeden kon hebben wat er zou gaan gebeuren met de weg.

Het bedrijf zegt dat toenemende claims over een verband tussen de bedrijfsactiviteiten en de conflictsituatie in zuidelijk Soedan bijdroegen aan het besluit om het aandeel in het olieveld in 2003 van de hand te doen.

Wat de uitkomst ook wordt, volgens Harmen van der Wilt, hoogleraar internationaal strafrecht aan de UvA, sluit de zaak aan bij een internationale tendens waarbij grote bedrijven nauwlettender worden gevolgd. Hij wijst op een lopend onderzoek in Frankrijk tegen cementbedrijf Lafarge, dat ruim vijf jaar geleden in Syrië gewapende groepen betaalde om een fabriek met rust te laten. Daarna zou een deel van het geld bij terreurbeweging IS zijn beland. Ook zegt Van der Wilt dat de vorige hoofdaanklager van het Internationaal Strafhof in Den Haag, Fatou Bensouda, opperde om naar de rol van ‘corporate actors’ bij de allerergste misdaden te gaan kijken – voorlopig is het Strafhof er alleen voor de berechting van individuen. De trend is volgens Van der Wilt duidelijk: bedrijven worden geleidelijk aan meer aangekeken op hun gedragingen.

Meer over