Tony Cragg zoekt naar gevoelens in glas

Het publiek keek ernaar als naar een mythologisch tafereel, maar het was gewoon de open dag van de Leerdamse glasfabriek....

Afgaand op de naam zou het een show voor toeristen kunnen zijn. 'Battle of the giants' heette het spektakel, één van de onderdelen van de internationale glasmanifestatie 'Sources of inspiration' die dit weekend in Leerdam en Amsterdam werd gehouden. Maar er bleek meer aan de hand.

De tengere priester was niemand minder dan de Engelse monumentale beeldhouwer Tony Cragg. Vulcanus bleek de Nederlander Bernard Heesen, één van de weinige kunstenaars die zijn eigen glassculpturen kan maken. En op het Leerdamse podium speelde zich in feite een confrontatie af tussen de wereld van de autonome kunst en die van het oude glasblazersambacht.

Want Cragg wil geen gebruiksvoorwerpen maken, maar 'vormen die gevoelens oproepen'. Hij en Heesen werkten al een week samen met een groep glasblazers.

Drie glastradities waren op het podium bij elkaar gezet. Aan de linkerkant stonden de Tsjechen, door hun technische virtuositeit, strakke T-shirts en het shaggie aan de lip ook wel de 'cowboys van het glasblazen' genoemd.

Aan de rechterkant de Leerdammers, harde werkers in blauwe overalls, die regelrecht uit de film Glas van Bert Haanstra afkomstig lijken te zijn. Functionaliteit van glas staat bij hen voorop. Twee hippe jonge meisjes werkten met hen samen. Duidelijk geen ambachtslieden, maar de nieuwste generatie glaskunstenaars: net van de kunstacademie en nu in de leer bij Bernard Heesen.

'De tegenstellingen zijn eigenlijk zo groot dat ze moeten clashen', meende Job Meihuizen, conservator van het Nationaal Glasmuseum in Leerdam, 'maar het lijkt uit te lopen op een dialoog'. Cragg gaf de ideeën aan, schetste de vormen razendsnel op papier of besloot tijdens het werkproces tot een nieuwe stap. Heesen vertaalde de ideeën in technische termen voor de blazers.

Cragg liet de blazers doen wat volgens hem het best bij iedere groep paste. De Tsjechen plakten een toren van vaasjes op elkaar, rolden er draperieën omheen. De Nederlanders stapelden blokken, driehoeken en kelkjes op elkaar.

Ze voerden uit wat Cragg vroeg, maar er was ook ruimte voor improvisatie. En dat is uniek, aldus Meihuizen. 'Een oude glasblazer hoorde ik zeggen: ''Dit is broddelwerk''. Maar dan ga je voorbij aan wat er in feite gebeurt. Sinds eind jaren twintig bestaat er in Leerdam een strikte scheiding tussen kunst en ambacht. De blazers laten nu de functionaliteit los, en denken aan het artistieke idee.'

Op het podium balden de recente ontwikkelingen binnen de glaskunst samen. De laatste vijftien jaar is de 'autonome glaskunst' in opkomst, en zoals ook weer bleek tijdens de lezingen op 'Sources of inspiration': men zoekt naarstig naar de verhoudingen tussen traditie en vernieuwing. Bernard Heesen had het zelfs over het 'trauma van de glaskunst': 'Men is zó bang dat het op gewone vaasjes lijkt.'

Wat de uitkomst van de confrontatie tussen Cragg en de ambachtslieden zal zijn, is vanaf zaterdag te zien op een tentoonstelling in het Nationaal Glasmuseum, aangevuld met werk van de vormgever Borek Sipek.

Wel was een ander resultaat duidelijk. De Tsjechen deden wat ze altijd doen, en zijn dus nogal conservatief. Maar de Leerdammers, mede dankzij de studiokunstenaars, bleken avontuurlijk en rekten volgens Cragg hun eigen techniek op. Noeste ambachtslieden, die altijd de gebaande paden volgen, werden vrijer dankzij de kunst. Of zoals een fabrieksmedewerker zei: 'Die jongens kwamen eindelijk een beetje los.'

Meer over