'Tony Blair zetelt aan Gods rechterhand'

Blair is een fenomeen. Maar wie of wat is hij? Zien we in de ongekend populaire premier de contouren van een nieuw type leiderschap?...

Op de tweede mei 1997 kwamen Tony en Cherie Blair aan in Downing Street. Op de stoep stonden honderden mensen die de man die de verkiezingen had gewonnen enthousiast toezwaaiden. De BBC-verslaggever had zo'n spontane ontvangst van een nieuwe premier nog nooit meegemaakt.

Dat kon kloppen. Voor het eerst waren de mediaregisseurs van een partij op het idee gekomen de entree van de nieuwe premier in scène te zetten. De vlaggende menigte bestond uit Labour-activisten die naar Downing Street waren gedirigeerd met de opdracht 'dolgelukkig volk verwelkomt zijn nieuwe leider' te spelen. Het riekte naar volksverlakkerij, maar het was ook een teken van een nieuwe era, waarin de politieke mores zouden veranderen.

Tweeënhalf jaar later is Blair nog altijd een hoogst populaire premier van een land dat in 1997 een fenomeen koos - een leider die nieuwe definities noodzakelijk maakt van politiek en democratisch leiderschap.

'Wat is hij?', vroeg Labour-insider Draper zich in The Guardian af. 'Is hij een autoritaire conservatief, of een radicaal die zijn ogenblik afwacht? Blair fascineert ons nog steeds en drijft ons tot woede, omdat we zo weinig weten van zijn overtuigingen en bedoelingen.' 'Maar politici, zelfs zij die trots zijn op hun pragmatisme, hebben een theorie nodig', riep Roy Hattersley, lid van de oude politieke school, wanhopig uit in zijn Guardian-column. Hij noemde Blair 'een soort christen-democraat'.

Blair laat dergelijke etikettenplakkerij koud. Hij speelt met theorieën, maar tot dusver lijkt geen enkel richtsnoer hem lang te boeien. De visie dat de wereld in hoog tempo verandert, de economie globaliseert en dat daarop pragmatisch dient te worden gereageerd - meer lijkt het Blairisme niet in te houden.

Blair schijnt geïnspireerd te worden door het communautaristische denken van de Schotse christelijke filosoof McMurray, maar dat roept hij niet van de daken. Schotse filosofen zijn moeilijk aan het electoraat te verkopen, denkt hij vermoedelijk. Het einde van de ideologieën in de praktijk? Misschien, maar Tony had ons gewaarschuwd. Hij was een 'moderne man', zei hij in april 1997. 'Ik ben van de generatie die de simplificaties, de scheidslijnen tussen links en rechts, aan de kant heeft geschoven. De tegenstellingen tussen socialisme en kapitalisme, privatisering en nationalisering, zijn dingen uit het verleden. Er is niets onprincipieels aan om dat te zeggen. Het is de waarheid over de moderne wereld.'

Soms omhelst hij een theorie die zijn moderniteit vorm lijkt te kunnen geven, maar langdurig en diep is de betovering nooit geweest. Even riep hij de Stakeholder Society uit tot hoogste doel. Daarna zette Anthony Giddens hem op het spoor van de Third Way, de Derde Weg. Blair lijkt inmiddels alweer te zijn afgedwaald. Zijn nieuwe goeroe heet Charles Leadbeater. Deze intellectueel schetst in Living In Thin Air: The New Economy een wereld waarin de Internethandel een hoge vlucht neemt, de kenniseconomie allesbepalend wordt en de ouderwetse staat maar één keuze heeft: flexibiliseren of ten ondergaan. De modernisering van de publieke sector, schreef Leadbeater, gaat veel te traag.

Blair is thans helemaal in Leadbeater, volgens wie Labour een politieke filosofie ontbeert waarmee de razendsnelle ontwikkelingen van de 21ste eeuw gecontroleerd kunnen worden. Blair is het daarmee eens, en dus is de Policy Unit in Downing Street 10 onder leiding van David Miliband in de weer een filosofie te ontwikkelen. Blair is een zoekende premier, die de haven van de sociaal-democratie is uitgezeild maar nog geen nieuwe aanlegsteiger heeft gevonden. Hij schijnt er niet mee te zitten. Na Leadbeater volgt hij vast een nieuwe leidsman.

Bij zijn zoektocht identificeerde Blair op het Labourcongres in Bournemouth de 'krachten van het conservatisme' die de vooruitgang naar het paradijs dat hij voor ogen heeft, in de weg staan. Die krachten steunen de vossenjacht, erfelijke peers in het Hogerhuis, racisme, degenen die Mandela opsloten, klassenonderscheid, wantrouwen tegenover vreemdelingen, eurosceptici, Schotse onafhankelijkheid, selectie op scholen en prestatieloon, tegenstanders van het minimumloon, Pinochet. Blair presenteerde zichzelf als de benoemer van goed en kwaad. 'Blair aan Gods rechterhand', schreef Andrew Rawnsley in The Guardian.

In gebaren, blikken en intonatie stond meer dan ooit een messias op het rostrum in Bournemouth. 'Pas op met deze man', schreef de doorgaans gematigde Matthew Parris in The Times, 'ontketend zou hij ons naar vreemde plaatsen leiden'. 'Dat gepraat over het honderdjarige Reich bezorgt me koude rillingen', zei een Labourpoliticus.

Blair is niet bang voor dergelijke perspectieven. De eerste eeuw van het nieuwe millennium, vindt hij, moet de eeuw van de 'progressieve krachten', van de 'modernisering' en de 'vooruitgang' worden, waarin het conservatisme definitief zal sneven. 'Ik wil een echt 21ste eeuws modelland maken', beloofde hij. Hoe zulks zijn beslag zal krijgen, liet de premier in het midden. Blair lijkt regelmatig ervan uit te gaan dat het woord krachtig genoeg is om de werkelijkheid te kneden. 'De klassenstrijd is voorbij', verkondigde hij in Bournemouth.

Onlangs bezocht Neil Kinnock, Blairs voorganger als partijleider, Downingstreet 10. 'We hebben een kwartaaldrinker in het Kremlin en een seksmaniak in het Witte Huis', grapte Kinnock tegen Blair. 'Het is maar goed dat wij Jezus Christus in Downing Street hebben.' Naar verluidt volgde er een lange stilte.

Verder dan in de politieke theorievorming is Blair in de theorievorming van zijn eigen functioneren en die omtrent zijn verhouding met het Britse volk. Daar worden de fascinerende contouren zichtbaar van een nieuw leiderschap, dat in Europese democratieën niet eerder is vertoond. Het vertoont Amerikaanse trekken.

Blair regeert met een meerderheid van 179 zetels en kan daarom het parlement negeren. Toen daarover onder Labourparlementariërs onvrede ontstond, was Blairs typische reactie: de MP's moesten niet zo jeremiëren, maar het volk de zegeningen van New Labour verkondigen.

Parlementariërs als de apostelen van de Messias - het is een nieuwe interpretatie van het begrip democratie. In Blairs plan is geen plaats voor ouderwets gebeuzel over de controle van de macht. Blair richt zich rechtstreeks tot de kiezers, en zolang zij hem steunen is er sprake van democratische goedkeuring.

De media zijn belangrijk, want zij moeten de boodschap overbrengen. New Labours mediamachinerie is een strak geregisseerde 'communicatie-eenheid' waarvan Blairs 'woordvoerder' Campbell wordt gezien als de op één na machtigste man van het land: hij bepaalt wanneer Blair naar buiten treedt, met welke boodschap en via welk medium.

In pre-briefings worden geselecteerde journalisten vaak eerder ingelicht over beleidsplannen dan de parlementariërs. De uitkomsten van 'marktonderzoek' middels 'focusgroepen' van 'politieke consumenten' is bij de besluitvorming belangrijker dan wat het parlement meent. Het proces is nog niet ten einde. 'Blair beweegt zich langzaam in de richting van een directe communicatie met het Britse volk, zonder inmenging van het parlement, de pers of de Labourpartij', schreef Peter Osborne in een recente biografie van Campbell.

Zijn eigen partij beschuldigt hem van een presidentiële stijl en van een 'democratische dictatuur'. 'Absolute onzin', vertelde Blair de Daily Telegraph. Maar zijn gevolg bij buitenlandse bezoeken is inmiddels twee keer zo uitgebreid als dat van de toch ook niet bescheiden Thatcher.

Een dictatoriale control freak? 'Absolute onzin.' Dat alle departementen hun nieuwe initiatieven eerst met Downing Street 10 moeten kortsluiten, dat ministers en parlementsleden alle verzoeken voor interviews en geplande persconferenties dienen aan te melden bij Campbell? Kwestie van organisatie. Academische onderzoekers kwamen tot de conclusie dat Blair 'Napoleontische trekken' krijgt. 'Er zijn maar twee belangrijke woorden in de huidige regering', zegt hoogleraar Peter Hennessy: 'Tony will. De invloed van de premier op het beleid is groter dan ooit.'

Wie is Tony Blair? Meer dan 'de glimlach die het zaakje bij elkaar houdt' (Germaine Greer). Hij heeft de devolutie van Schotland en Wales erdoor gedrukt, hij tekende de Sociale Paragraaf van 'Maastricht', voerde het minimumloon in en zal straks de vossenjacht afschaffen, zeggen zijn verdedigers. Maar voor die bewijzen van een warm kloppend Labourhart is Blair nooit warm gelopen. 'Hij is een ideoloog op zoek naar een ideologie', schreef The Observer.

Historici wijzen hoopvol naar Thatcher. Ook Thatcher kwam in 1979 aan de macht zonder duidelijk programma. De twee zaken waarmee haar regime eeuwig verbonden zal blijven, de privatisering en het temmen van de vakbonden, vonden pas hun beslag tijdens haar tweede en derde regeringstermijn. Misschien zal ook Blair pas zijn ware kleuren tonen na de verkiezingen van 2001. De termijnen waarover hij zijn beloftes doet, worden steeds langer. Het onderwijs gemoderniseerd: 2010. Kinderarmoede uitgebannen: 2020. De vorming van de definitieve modelstaat: onbepaald. De oude Labour-achterhoede die Blair haat, vraagt zich af hoelang Blair blijft. Zij ziet een tweede termijn, een derde, een vierde. Want Blair is nog maar 46 en rookt niet.

Meer over